‘De hersenen hebben me altijd gefascineerd’, vertelt Cathelijne. ‘Ze zijn zó complex en we weten er nog zo weinig van, dat er nog veel kennis te winnen valt.’ Na haar studie Ontwikkelingspsychologie en Biomedische Technologie in Eindhoven besloot ze zich op neurowetenschap te richten en deed ze haar master aan de Radboud Universiteit. ‘Ik wist al vóór deze master dat ik iets met vrouwenonderzoek wilde doen, en iets met hormonen. Die kans kreeg ik bij de Radboud Universiteit.’
Ricardo studeerde Biomedische Wetenschappen en werd via een eerdere stage bij het lab betrokken. ‘Ik vond het idee van dit onderzoek meteen sterk. Er is nog zoveel onbekend over wat hormonen precies doen in het vrouwelijke brein, dat loopt enorm achter. Door precies dat te onderzoeken, heb ik het gevoel dat ik echt iets kan bijdragen aan de wetenschap.’
Waarom dit onderzoek zo achterloopt, laat zich raden. ‘Omdat we in een mannenmaatschappij leven’, meldt Cathelijne. ‘Vrouwen werden lang uitgesloten van onderzoek omdat het te ingewikkeld zou zijn vanwege te veel hormoonschommelingen. Maar die zijn juist interessant.’
Vijf vrouwen, héél veel data
Cathelijne en Ricardo onderzochten vijf vrouwen gedurende een hele cyclus, dertig dagen lang, voor hun project Menstrual Mind en dat leverde een dataset op die uniek is in zijn soort. ‘We wilden weten: wat verandert er in het brein als emoties schommelen door de cyclus heen?’, vertelt Cathelijne. ‘Veel vrouwen zeggen dat ze zich vlak voor hun menstruatie anders voelen – emotioneler, prikkelbaarder. Maar wát er dan precies in het brein verandert, dat weten we nog nauwelijks.’
De deelnemers kwamen om de dag naar het lab. Ze deden emotietaken in een MRI-scanner, terwijl hun hersenactiviteit werd gemeten. ‘We lieten ze bijvoorbeeld blije of bedroefde gezichten zien en vroegen ze om zich zo blij of verdrietig mogelijk te voelen’, vertelt Ricardo. ‘We konden dan meten wat er in het brein gebeurde en of dit overeenkomt met hoe ze zeiden zich te voelen.’
Daarnaast werden hun hormoonwaarden gemeten via ochtendurine. ‘Het idee was om binnen één vrouw te kijken wat er gebeurde tijdens een cyclus en niet alleen te vergelijken tussen vrouwen’, zegt Cathelijne. ‘Iedere cyclus is anders. Als je gemiddelden neemt over groepen, raak je juist die unieke patronen kwijt.’
Meer dan een dataset
Het experiment leverde een gigantische hoeveelheid data op, waar Cathelijne en Ricardo nu een wetenschappelijk artikel over aan het schrijven zijn. Ricardo: ‘Maar het is zó veel, dat het voor twee mensen bijna niet te doen is om alles zelf te analyseren.’ Daarom willen ze iets nieuws proberen: een internationale data challenge.
‘We maken onze dataset openbaar en nodigen onderzoeksgroepen van over de hele wereld uit om de data te analyseren’, legt hij uit. ‘Wie de beste methode ontwikkelt, wint de challenge. Ze krijgen de kans om met deze unieke dataset te werken – en natuurlijk de credits voor de beste methode. Op deze manier brengen we een netwerk van onderzoekers bij elkaar waar we in de toekomst mee verder kunnen. Dat is ons doel.’
Cathelijne vult aan: ‘We willen echt samenwerking stimuleren, het draait niet alleen om prestige. In dit veld werken veel mensen nog op eilandjes. Met zo’n challenge kun je dat doorbreken.’
‘We zijn niet gek’
Beide onderzoekers zijn enorm gemotiveerd om dit onderwerp te onderzoeken. Cathelijne: ‘Ik ken zo veel vrouwen, waaronder ikzelf, die zich elke maand afvragen of ze zich aanstellen. Waarom voelen we ons zo? Ik wil laten zien dat er echt iets gebeurt in je brein tijdens je cyclus, ik wil meetbaar maken wat miljoenen vrouwen al lang weten: hun cyclus heeft invloed op hoe ze zich voelen. Als we kunnen aantonen dat er echte, meetbare veranderingen zijn in het brein, kunnen vrouwen eindelijk stoppen met twijfelen of ze gek zijn. Het antwoord is: Nee, je bent niet gek. Je hersenen reageren op je hormonen.’
Ricardo bevestigt dat: ‘Als we beter begrijpen wat er fysiologisch gebeurt, kunnen we hopelijk ook beter helpen. Niet meer zeggen: ‘Dat hoort er nou eenmaal bij’, maar zoeken naar wat erachter zit. We willen een beter begrip van hormoongebonden symptomen om vrouwengezondheid te verbeteren via gepersonaliseerde diagnose en behandeling.’
Toekomstdroom
De jonge onderzoekers dromen ondertussen verder. ‘We zouden graag een vervolgstudie doen, met meer vrouwen’, zegt Ricardo. ‘Vijf is een goed begin, maar twintig zou al veel meer zeggen over mogelijke verschillen tussen verschillende vrouwen.’
En wie weet, ooit, een instituut voor vrouwelijk breinonderzoek. ‘Dat is mijn droom voor ver in de toekomst’, lacht Cathelijne. ‘Dat we echt structureel onderzoek doen naar de fysiologie van vrouwen, van cyclus tot migraine tot mentale gezondheid. Als we eraan kunnen bijdragen dat vrouwen meer gelukkige dagen in hun leven ervaren, dan is mijn missie geslaagd.’
Wil je bijdragen aan Menstrual Mind en het mogelijk maken om het netwerk dat Cathelijne en Ricardo voor ogen hebben op te bouwen? Doneer dan aan het Radboud Fonds. Hiermee worden wetenschappers zoals Cathelijne en Ricardo ondersteund en kunnen ze verder gaan met hun onderzoek. Volg Menstrual Mind op LinkedIn voor updates.