We hebben het allemaal wel eens meegemaakt dat we al iets denken over mensen nog voor we ze hebben leren kennen: een jonger iemand zal wel meer begeleiding nodig hebben en een stil persoon heeft niet veel te zeggen. Deze stereotypen zijn mentale snelkoppelingen die onze hersenen maken, maar ze komen niet altijd overeen met de werkelijkheid. Wat gebeurt er als deze veronderstellingen botsen met de feiten? Passen de hersenen zich aan?
Nieuw onderzoek van de Radboud Universiteit en Dartmouth College werpt licht op deze fascinerende vraag. De onderzoekers bedachten een uniek non-verbaal communicatiespel om te onderzoeken hoe stereotypen en realtime feedback onze sociale interacties vormgeven.
Hoe stereotypen en real-time feedback gedrag beïnvloeden
In het onderzoek speelden deelnemers een digitaal bordspel waarbij ze afwisselend met een “kind” en een “volwassene” werkten. Om dit overtuigend te maken, verscheen er voor en tijdens elke taak een foto van een kind of een volwassene. In werkelijkheid werden beide rollen gespeeld door dezelfde getrainde acteur. Deelnemers werden gevraagd om hun “partner” te helpen bij het vinden van een verborgen voorwerp op een digitaal spelbord door een vogelavatar te verplaatsen om de locatie aan te geven. Tijdens het spel besteedden ze meer tijd aan het begeleiden van het 'kind', wat het stereotype bevestigd dat kinderen meer hulp nodig hebben. Deelnemers pauzeerden bijvoorbeeld langer op het vakje met het verborgen voorwerp als ze dachten dat ze een kind begeleidden. Het 'kind' en de 'volwassene' voltooiden de taken echter met dezelfde nauwkeurigheid en snelheid, omdat dezelfde acteur hun prestaties controleerde.