Het gebeurt in het onderwijs doorlopend: het geven en ontvangen van ontwikkelingsgerichte feedback. Toch streven alle goede intenties regelmatig hun doelen voorbij. ‘Dat is jammer, want feedback vormt een belangrijke ontwikkelingspijler voor studenten’, legt Lieke Jager uit. Ze onderzoekt wat nodig is om feedbackgericht opleiden te verbeteren, in lijn met de nieuwe onderwijsvisie van de Radboud Universiteit en het nieuwe curriculum van de Radboud Docenten Academie. Een noodzaak, aangezien uit evaluaties en uit internationale onderzoeken naar feedback blijkt dat studenten feedback nog niet altijd als ontwikkelingsgericht ervaren. ‘De waarde daarvan blijft voor studenten regelmatig onduidelijk’, licht Jager toe. ‘Om feedback meer van waarde te laten zijn, willen we met dit onderzoek meer inzicht in feedbackgeletterdheid krijgen: hoe studenten feedback ervaren, waarderen en gebruiken. Dit met het doel om hun feedbackgeletterdheid binnen de opleiding te verbeteren.’
Hoe maak je feedback ontwikkelingsgericht?
Is feedback voor ontwikkeling van studenten noodzakelijk? Ja, zonder meer. Maar is de inzet ervan in het hoger onderwijs effectief? Nog niet altijd. Lieke Jager, onderzoeker en docent aan de Radboud Docenten Academie, wil met haar onderzoek feedbackgericht opleiden verbeteren. ‘Hoe maken we feedback écht onderdeel van een leerlijn, in plaats van een parallelle leerlijn die er nog eens bij komt?’
Timing essentieel
Bij dit onderzoek, dat met een TLC-voucher gefinancierd wordt, kijkt Jager zowel naar de gevers van feedback als de ontvangers, dus naar docenten en studenten. ‘Docenten zijn gewend om vooral aan het eind van de rit feedback te geven, zoals op een ingeleverde opdracht of een gemaakt tentamen. Dat is productgerichte feedback, vaak niet gericht op het vervolg. Want studenten zullen die feedback meestal enkel gebruiken als ze moeten herkansen. Bij ontwikkelingsgerichte feedback gaat het daarentegen om feedback zien als een proces gedurende de gehele opleiding. Dit zodat studenten tijdens de opleiding zich bewust worden van waar ze naar toewerken en welke ontwikkelstappen er nodig zijn.’
Volgens Jager is daarbij de timing van feedback essentieel. ‘Dit betekent dat je als docent nadenkt over wanneer je de student feedback geeft, inhakend op waar die zich op dat moment in het leerproces bevindt. Een uitdaging, omdat niet alle studenten in hetzelfde tempo een leerproces doorlopen. Dat vergroot bijvoorbeeld het risico dat je een student feedback geeft terwijl die daar nog niet ontvankelijk voor is. Die kan dan nog niet de waarde van je feedback inzien en inhoudelijk begrijpen.’
Bovendien geven studenten volgens Jager aan dat feedback onbedoeld tot een hogere werkdruk kan leiden. ‘Bij veel studenten staat het zweet al op de rug omdat ze voor meerdere vakken stof moeten leren en opdrachten moeten inleveren. Ze hebben weinig tijd om feedback rustig te overdenken, te verwerken en routines te doorbreken, omdat al een volgende opdracht of college wacht. En daarbij is het voor hen niet altijd duidelijk hoe de feedback van de ene opdracht inhaakt op de inhoud van de volgende. Daar moeten we binnen onze opleidingen bewust van zijn en over nadenken. Dus hoe maken we feedback écht onderdeel van een leerlijn, in plaats van een parallelle leerlijn die er nog eens bij komt?’
Rust en aandacht
Jager verricht haar onderzoek in het huidige studiejaar onder studenten binnen de educatieve minor/module aan de Radboud Docenten Academie. Het onderzoek bestaat onder andere uit het analyseren van audio-opnames van feedbackprocessen tijdens colleges. ‘Het beeld wat daaruit naar voren komt, is dat studenten feedback vooral van waarde vinden als ze inzien hoe dat bijdraagt aan hun ontwikkeling’, legt Jager uit. ‘Om tot dat inzicht te komen, helpt het als zij de feedback, en de waarde daarvan, met rust en aandacht kunnen bespreken met de docent of medestudenten. En dat het daarbij soms niet gaat om ‘een beter product’, maar dat feedback ook raakt aan persoonlijke en/of professionele ontwikkeling - een andere manier van denken of aanpakken.’
Volgens Jager draait het hierbij om twee soorten van feedbackgeletterdheid: enerzijds om de manier waarop en de mate waarin studenten feedback kunnen en willen verwerken. En anderzijds om de wijze waarop docenten feedbackprocessen binnen hun onderwijs inrichten, met aandacht voor veiligheid en de interpersoonlijke relatie met studenten. Jager: ‘Dat houdt ook in dat je als docent studenten helpt om steeds meer feedbackgeletterd te worden: om hen bewust te maken van hoe zij zichzelf verhouden tot de feedback, hoe het feedbackproces eruitziet en waar leerkansen zitten. Dat helpt hen later, in een professionele setting, om regie op de eigen ontwikkeling te nemen en input van anderen te gebruiken. Daar komt bij dat we bij de Radboud Docenten Academie docenten opleiden die hun eigen leerlingen in het voortgezet onderwijs van feedback voorzien. We streven ernaar dat zij dan ook hun leerlingen leren om met feedback om te gaan, zodat er een maatschappij ontstaat waarin mensen elkaar makkelijker om feedback vragen en elkaar beter weten te vinden.’
Contactinformatie
- Thema
- Onderwijs