Mooie grijpstuiver
Samen met junioronderzoekers Luc Meijboom en Lianne Wilhelmus onderzochten Van den Tol en Van Galen hoe Nijmeegse bestuurders en de stad als geheel profiteerden van de koloniale handel en slavernij. Dit gebeurde op meerdere manieren. ‘Nijmegen leverde goederen aan de kolonies zoals ossen en hout, vaak afkomstig uit het Duitse achterland. Die ossen waren onder meer nodig om suikermolens in de kolonies te laten draaien. Zonder Nijmeegse ossen, geen suiker.’ Die suiker kwam vervolgens terecht in Nijmegen, net als tabak, katoen en tal van andere koloniale producten.
Als garnizoensstad sloeg Nijmegen ook een slaatje uit de rekrutering van soldaten voor de kolonies. Van Galen: ‘De gemeente faciliteerde de werving van soldaten voor de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) en West-Indische Compagnie (WIC) en de Sociëteit van Suriname. Per geworven soldaat ontving de gemeente 12 stuivers en dat leverde bij elkaar een mooie grijpstuiver op.’
Nijmeegse bestuurders benutten hun posities ook om vrienden en familieleden aan baantjes in de kolonie te helpen. Daarnaast waren ze meer dan eens zelf slavenhouder. Dit duurde voort tot de afschaffing van de slavernij. ‘Twee Nijmeegse bestuurders claimden met wisselend succes compensatie vanwege de afschaffing in 1863.’
Nijmegenaren op de hoogte
Hoewel vooral Nijmeegse bestuurders profiteerden van koloniale handel en slavernij, waren Nijmegenaren vanuit alle rangen en standen (in)direct betrokken bij slavernij. Van den Tol: ‘Om te beginnen door de producten vanuit de kolonies, maar ook doordat ze zelf die kant op gingen, bijvoorbeeld als zeeman of kapitein op een schip.’
Mensen die niet richting de oost of west gingen, bleven op de hoogte van wat er daar gebeurde. Ofwel door verhalen van teruggekeerde stadsgenoten, ofwel via de pers. Van den Tol: ‘In een van de bronnen lazen we over een koopman die aanvankelijk tien kranten met nieuws over de koloniën bestelde om in Nijmegen te verkopen, maar al gauw zijn order verhoogde naar veertig stuks per week. Dat lijkt weinig, maar in die tijd werden kranten vaak samen gelezen en hardop voorgedragen, waardoor veel meer mensen op de hoogte waren van het bestaan van slavernij.’
Als het onderzoek iets duidelijk maakt is het dat betrokkenheid bij de slavernij niet alleen voorbehouden was aan steden in het westen van de Republiek. ‘Ook de zogenaamde landsteden zoals Nijmegen speelden ieder op hun eigen manier een rol in de slavernij.’ De Nederlandse samenleving had een op racisme gestoeld wereldbeeld waardoor men de slavernij niet alleen accepteerde, maar ook toejuichte. ‘Pas tegen de afschaffing ontstond in Nijmegen voor voorzichtige kritiek op de slavernij, maar er waren net zo goed lokale media die tot het einde aan toe kritisch waren over de naderende afschaffing.’
Het boek ‘Nijmegen & Slavernij. Publiek bestuur en persoonlijk profijt, 1596-1873’ is te koop via Radboud University Press en de boekhandels, maar ook gratis in digitale vorm te downloaden. Daarnaast is er een publieksuitgave die via de bibliotheek en scholen in Nijmegen wordt verspreid.