Moeder en kind
Moeder en kind

Hoe stimuleer je de taalontwikkeling van jonge kinderen die zeer slechtziend of blind zijn?

Ooit afgevraagd hoe je blinde of zeer slechtziende kinderen uitlegt hoe de maan eruitziet? Of wat kleuren inhouden? Speciaal voor ouders van jonge kinderen met een visuele beperking tot en met vijf jaar is sinds kort het digitale hulpboekje Ratjetoe beschikbaar, voortgekomen uit het gelijknamige taalontwikkelingsprogramma van de Radboud Universiteit. ‘Doel is dat deze kinderen meer grip op woorden krijgen.’

Het lijkt allemaal zo vanzelfsprekend: als kind zie je verschillende personen, voorwerpen of gebeurtenissen en vervolgens leer je er met woorden betekenis aan te geven. ‘Dat is anders wanneer je blind of zeer slechtziend bent‘, vertelt hoogleraar orthopedagogiek Mathijs Vervloed. ‘Er zijn verschillende voorwerpen of verschijnselen die zo groot of ver weg zijn, dat ze niet op het gehoor of op de tast zijn waar te nemen. Denk aan de zon en de maan, maar ook aan wilde dieren, zoals een leeuw, vogel en giraf: die kun je niet aanraken. Bij goedziende kinderen kun je dan het voorstellingsvermogen bevorderen door er plaatjes van te tonen, maar bij jonge blinde en zeer slechtziende kinderen werkt dat niet. Dat maakt het betekenis geven aan deze woorden en die vervolgens correct toepassen voor hen ingewikkelder.’

Diepe woordkennis

Uit onderzoek blijkt dat de woordkennis van kinderen met een visuele beperking net zo breed is als bij goedziende kinderen, maar minder diep. ‘Bij de breedte van de woordkennis gaat het om het aantal woorden dat je kent. En bij de diepte gaat het erom dat je een situatie met verschillende woorden kunt beschrijven’, vertelt Judith Stoep, senior onderzoeker bij het Expertisecentrum Nederlands, die als medeauteur aan dit hulpboekje heeft meegewerkt. ‘Kinderen leren een woord kennen en daarna verschillende kenmerken die daaraan verbonden zijn. Neem het woord bal: kinderen leren gaandeweg dat een bal glad is, dat je ermee kunt stuiteren en dat deze gebruikt wordt om te sporten. Als ze ouder worden, koppelen kinderen steeds meer andere woorden aan dat woord: zo bouwen ze een diepere woordkennis op. Kinderen die blind of zeer slechtziend zijn, hebben minder kans om die koppelingen te maken, omdat ze het visuele kanaal daarvoor missen.’

Volgens Vervloed kan bij blinde en slechtziende kinderen het gebrek aan diepe woordkennis soms parten spelen. ‘Een illustratief voorbeeld is een blinde jongen die een boom aanraakte en ervanuit ging dat deze, net als een kamerplant, in een pot zou staan. Hij wist niet welke grootte een boom heeft. Een ander voorbeeld is een blind iemand die een vogeltje hoorde fluiten en er vanwege de enorme geluidsterkte vanuit ging dat het om een reusachtig dier moest gaan.’ Stoep vult aan: ‘Zulke misverstanden ontstaan regelmatig ook bij samengestelde woorden, zoals het woord dakpan. Normaal gesproken zie je een dakpan en weet je wat het is. Maar blinden en zeer slechtziende kinderen associëren dit woord mogelijk eerder met een pan om te koken.’

Nog concreter beschrijven

Om dergelijke misverstanden te voorkomen, adviseert Vervloed ouders om woorden nog concreter te beschrijven en kinderen zo veel mogelijk ervaringen aan te bieden, waarmee woorden in context geleerd kunnen worden. ’Wat een goedziende meestal vergeet, is uit te leggen hoe een voorwerp voelt. Is het hard, zacht of glad als je het in je handen neemt? Wat is de textuur, is het vervormbaar? En welke emotie roept het op? Zo is een glas melk niet alleen lang en rond, maar ook hard en koud. En een egel is stekelig, wat het aanraken ervan spannender maakt. Het benoemen van die elementen is belangrijk, zodat de kinderen aan bepaalde woorden een diepere betekenis kunnen geven.’

Volgens Vervloed geldt dat ook bij kleuren. ‘In het verleden werd wel eens gesteld dat het geen meerwaarde zou hebben om blinden en zeer slechtzienden uit te leggen hoe kleuren eruitzien. Maar kleuren komen in veel uitdrukkingen voor en roepen een gevoel op. Daarom stimuleren we om deze toch aan te leren. Dat kun je doen door te beschrijven dat rood bijvoorbeeld het stopsignaal is en groen staat voor de kleur van het gras en de frisse start van het voorjaar. In het boekje geven we praktische tips om zulke connotaties aan kleuren te geven.’

Naast aandacht voor woordkennis, bevat het boekje handvatten om de interactie met jonge blinde en zeer slechtziende kinderen te vergemakkelijken. Vervloed en Stoep hopen dat ouders veel aan het boekje gaan hebben. ‘Doel is om ouders te helpen zodat hun kinderen meer grip op woorden krijgen’, legt Vervloed uit. ‘En om hen te laten zien hoe zij hun kinderen in het alledaagse leven bij de taalontwikkeling kunnen ondersteunen.’ Om af te sluiten met een woordspeling: ‘We hopen dat onze tips een eyeopener zijn.’

Zelf ervaren hoe het is om niets te zien?

Breng dan een bezoek aan het muZIEum. In dit museum kun je tijdens diverse expedities met een gids ervaren hoe het is om niets te zien. In het museum vind je ook een Donders Citylab. Hier kun je spellen spelen en op die manier bijdragen aan onderzoek van het Donders Instituut van de Radboud Universiteit.

Foto: Sai De Silva via Unsplash

Contactinformatie

Thema
Onderwijs, Opvoeding, Zomerspecial