Femke Vermeir en Laura van Niftrik
Femke Vermeir en Laura van Niftrik

Jonge vrouwen in de wetenschap: ‘Een vrouwelijk rolmodel maakt echt impact op je carrièreperspectief’

Al jaren is er een groot verschil tussen de hoeveelheid mannen en vrouwen binnen de wetenschap. Zo is het percentage vrouwelijke hoogleraren 31,4 procent aan de Radboud Universiteit. Vooruitgang is er gelukkig wel, en dagen zoals International Day of Women and Girls in Science op 11 februari vragen hier aandacht voor. Maar hoe ervaren vrouwen een carrière binnen de wetenschap nou echt? En hoe kijken jonge vrouwelijke wetenschappers naar hun toekomst? ‘Daar waar vrouwen in het verleden masculien gedrag moesten gaan vertonen, krijgen we nu de ruimte om onze kracht te benutten,’ vertellen Laura van Niftrik, hoogleraar microbiologie, en Femke Vermeir, promovendus microbiologie op de Radboud Universiteit.

Als kersverse wetenschapper ziet Femke Vermeir veel vrouwen rondlopen op de Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica (FNWI) van de Radboud Universiteit. En niet alleen promovendi, maar ook universitair (hoofd)docenten en hoogleraren. Een goed voorbeeld, vindt ze. ‘Dat laat mij zien dat vrouwen genoeg kansen krijgen om carrière te maken. En dat het mogelijk is om bijvoorbeeld kinderen te krijgen én in de wetenschap te blijven werken.’ 

Diversiteit binnen de wetenschap is volgens Vermeir cruciaal. ‘Op universiteiten zoeken we nieuwe oplossingen voor maatschappelijke problemen. Meer diversiteit betekent meer invalshoeken. Als de wetenschappelijke gemeenschap een afspiegeling is van de maatschappij, is de kans groter dat de oplossingen die we bedenken effectiever zijn.’

Hoogleraar Laura van Niftrik is blij dat er nu meer vrouwen werken binnen haar faculteit dan toen zij begon. Zij heeft de ontwikkeling van vrouwen in de wetenschap van dichtbij meegemaakt tijdens haar loopbaan. ‘Ik ben nu 44, en toen ik begon was ik een van de weinige vrouwen. En lang was ik zelfs de enige vrouwelijke hoogleraar binnen mijn instituut, wat uitdagingen met zich meebracht.’ Van Niftrik vertelt dat masculiene eigenschappen zoals assertiviteit vroeger werden gezien als iets wat vrouwen moesten aanleren voor een wetenschappelijke carrière. ‘Gelukkig is dat inmiddels losgelaten en geven we vrouwen nu de ruimte om hun kracht te benutten.’ 

Verbetering en duidelijkheid

De afgelopen jaren hebben Nederlandse universiteiten actie ondernomen om talentvolle vrouwen aan te trekken en te behouden. Zo reikt de Radboud Universiteit jaarlijks Christine Mohrmann Stipendia van 6.000 euro per persoon uit aan vrouwelijke promovendi. Vermeir: ‘Ik kan me voorstellen dat dit geldbedrag enorm helpt om je wetenschappelijke loopbaan voort te zetten na je proefschrift.’  Daarnaast zijn er via het Christine Mohrmannfonds extra wetenschappelijke functies voor talentvolle vrouwen. Verder krijgen zwangere vrouwen in wetenschappelijke posities binnen FNWI een geldbedrag om vervanging te regelen tijdens hun verlof. 

Van Niftrik is blij dat de doorstroomcriteria binnen een wetenschappelijke loopbaan ook duidelijker zijn dan toen zij begon bij haar faculteit. ‘Hierdoor is het proces voor vrouwen én mannen eerlijker geworden. Je krijgt als universitair docent (UD) na anderhalf jaar een vast contract, veel sneller dan voorheen. Daarnaast is het helder aan welke criteria je moet voldoen om als UD door te groeien naar universitair hoofddocent (UHD) en van UHD naar hoogleraar. Dit kan huidige promovendi zoals Femke ook aansporen om na hun proefschrift binnen de wetenschap te blijven.’ 

Verder is diversiteit nu een structureel onderdeel van benoemingsadviescommissies, die verantwoordelijk zijn voor de werving en selectie van kandidaten voor een wetenschappelijke functie. Er zitten minimaal één vrouw met gelijke functie of hoger en een diversity officer in elke commissie en alle leden hebben een diversity training gedaan. Van Niftrik: ‘Ik merk dat er hierdoor ook bij mannen anders wordt geselecteerd. Vroeger zochten ze veelal naar één soort talent, de stereotype hoogleraar die alleen briljant wetenschapper is. Nu is het ook belangrijk people skills te hebben en affiniteit met onderwijs en bestuur.’

Rolmodellen en geboren wetenschappers

Van Niftrik en Vermeir zijn het snel eens over wat jonge vrouwen stimuleert om de wetenschap in te gaan. Vermeir: ‘Een vrouwelijk rolmodel maakt een groot verschil. Ik vind het fijn om Laura als begeleider te hebben, omdat zij goed advies kan geven en begrijpt waar ik nu tegenaan kan lopen.’ Van Niftrik beaamt dit. ‘Als vrouwelijke studenten tegen me zeggen dat ze door mij geïnspireerd zijn en daardoor binnen de wetenschap willen blijven, dan ben ik me bewust van de impact. Ik wil er graag aan bijdragen dat beginnende vrouwelijke wetenschappers zich net zo thuis voelen aan de Radboud Universiteit als ik.’ 

Maar wilden Vermeir en Van Niftrik al van kinds af aan wetenschapper worden? Dat niet per se. Beiden kwamen ze uiteindelijk in de wetenschap terecht door hun passie voor microbiologie en hun motivatie om meer te leren. Vermeir: ‘Dus als je nieuwsgierig bent, van leren houdt en niet bang bent om op een podium te staan, dan kan de wetenschap zeker iets voor jou zijn. Je bent in ieder geval welkom, en hard nodig!’

Contactinformatie

Thema
Diversiteit, Wetenschap