Je bent moeder van twee jonge kinderen en moet op 34-jarige leeftijd de dood onder ogen zien door een uitgezaaide darmkanker. Deze tijding bracht Kelly Janssen, woordvoerder van de Radboud Universiteit, twee jaar geleden aan de rand van de mentale afgrond. In haar deze maand te verschijnen boek Als de storm komt zoekt ze bij zeventien filosofen houvast bij haar trauma. ‘Mijn controledrift is nu minder.’
‘Het is een ziekte bovenop een al akelige ziekte’, aldus omschrijft Kelly Janssen het trauma dat ze opliep na het fatale nieuws over de uitzaaiingen. Ze omschrijft haar leven na die ‘Grote Vreselijke Gebeurtenis’ als versplinterd: alle stukjes uit elkaar en geen idee meer hoe de puzzel te leggen om enigszins overeind te blijven. Een trauma ook vanwege de angst voor de dood, niet alleen om haarzelf, maar ook omwille van de kinderen die verder zouden moeten zonder moeder, en die ze niet verder zou zien opgroeien.
Janssen zoekt voor houvast vanuit het diepe dal nadrukkelijk naar filosofen, want haar vraag is niet zozeer ‘wat te doen’, maar vooral ‘hoe hierover te denken?’ Filosofie was al een geliefd vak in haar studiejaren politicologie, en in een eerdere levensfase heeft ze aan filosofen als Aristoteles en Nietzsche veel te danken gehad. Janssen wil denkend op zoek naar de uitweg, niet biddend, gedichten lezend of God aanroepend. ‘Mijn boek zal niet voor iedereen de manier zijn om eruit te komen. De filosofie vraagt dóór, dat is voor mij helpend als je geen antwoorden paraat hebt op je levensvragen.’
Práát over de dood
Janssen brengt in de zeventien gesprekken met filosofen, afgewisseld met vaak heel persoonlijke ontboezemingen, aan het licht wat dit doorvragen vermag te doen. Niet per se komen er antwoorden, maar vooraleer ruimte voor gesprekken, over de dood bijvoorbeeld (met voormalig Denker des Vaderlands Marli Huijer), of over emoties als angst en woede en hoe die in de bek te kijken (met filosoof-psychiater Damiaan Denys).
Het boek verwoordt onder meer de beperking die voormalig Radboud-hoogleraar Paul van Tongeren toedicht aan zijn vak: de filosofie kán niet helpen bij trauma, kan op z’n best invulling geven aan je menswording en je zo beter bestand maken tegen slechte tijdingen. Is dit Janssen genoeg? Meer dan genoeg: ‘Geen enkele filosoof heeft de oplossing, maar filosofie biedt wel een opening naar het gesprek over de diepste emoties. Práát over de dood, aldus de boodschap van Huijer. Maak ruimte voor je woede. Het hoort allemaal bij het leven, en we stoppen het al te gemakkelijk weg.’
Angstig stil op een matje
Haar boek is ook een fraai verslag van haar worsteling met de oh zo moderne stroming die aanbeveelt te aanvaarden met wat op ons pad komt. Janssen komt meerdere keren terug op de stoïcijnen, op Epictetus met zijn bekende stelregel dat ‘je de dingen moet willen zoals ze gebeuren’, en niet omgekeerd: verlangen dat dingen gebeuren zoals jij het wilt. Zelfs geeft Janssen zich over aan mindfulness, een halfslachtige en ook vergeefse poging, niet verrassend voor het denkhoofd Janssen dat we in dit boek leren kennen. ‘Ik werd alleen maar meer gespannen, heel angstig, het hielp me niet om stil op zo’n matje te gaan liggen.’