Peter Hagoort
Peter Hagoort

Peter Hagoort onvermoeibaar als ambassadeur van het brein

Al sinds dag één staat Peter Hagoort aan het roer van het Donders Instituut, en nu draagt hij het stokje over. In het jaar van zijn pensioen – eind september neemt hij afscheid als hoogleraar – gaan we met hem op pad naar nóg een afscheid, zijn voorzitterschap van wetenschapsfilmfestival InScience. Een avond in de schaduw van een onvermoeibaar breinambassadeur. “Hij weet heel goed over te brengen hoe leuk zijn vak is.”

Op dinsdag 12 maart dit jaar stapte Peter Hagoort voor de zoveelste keer het podium op, bij de opening van de negende editie van het filmfestival InScience. Vanaf het begin was hij voorzitter van het festivalbestuur, maar ook dit stokje heeft hij dit jaar overgedragen. Vorig jaar al nam hij afscheid als directeur van het Donders Instituut, op 27 september spreekt hij in de Stevenskerk zijn afscheidsrede uit als hoogleraar Cognitieve neurowetenschap, en ook bij InScience zet hij nu een punt achter negen jaar voorzitterschap. 
“Je moet op tijd plaatsmaken”, zegt Hagoort. Hij staat in theater Lux nog één keer klaar voor de ontvangst van de hoogwaardigheidsbekleders, de burgemeester van Nijmegen, de rector van de universiteit. In zijn  twintig jaar leiderschap - sinds 2006 naast Donders ook van het Max Planck Instituut - is het publiekspodium voor hem even vertrouwd geworden als het laboratorium. Maar het gezicht staat toch wat strakker dan normaal nu zijn openingsact bij InScience nadert. “Het is altijd weer spannend om het brein in actie te tonen.”

De breinlanding  

Het openingsprogramma van InScience heet Breinlanding: het publiek in de volle hoofdzaal van Lux maakt via het scherm kennis met Diede, de proefpersoon die twee kilometer verder in het lab van Donders in een MRI-scanner wordt geschoven. Het scherm van Lux toont de hersenen van Diede, in actie terwijl ze naar filmbeelden kijkt - dezelfde zeven filmfragmenten uit het programma van InScience die het publiek óók krijgt te zien. Hagoort leidt de zaal als spreekstalmeester langs de hersenbeelden. “We zien in de hersenen van Diede de respons op de filmbeelden, en dit geeft een indruk van hoe de verwerking van filmbeelden zich afspeelt in je eigen hersenen”, legt hij uit.
“Houston, can we start!?”, roept Hagoort op het podium naar zijn programmeurs van Donders, die druk doende zijn de hersenbeelden van Diede naar Lux te geleiden. De duimpjes in het controlecentrum gaan omhoog, de hersenen van Diede kleuren geel – de visuele cortex – en rood, onze audioverwerking onder het schedeldak vlakbij de oren. De programmeur pelt de hersenen van Diede laag voor laag af, het publiek is gefascineerd door het kleurenspel. De missie slaagt, Hagoort en zijn team van Donders hebben het kunstje geflikt. “Dit is wel iets anders dan wat je als wetenschapper gewend bent te doen”, zei Hagoort vooraf. “Normaal presenteren wij in een artikel of anderszins de resultaten van ons onderzoek, dat heb je onder controle, maar wat we hier doen is een inkijkje bieden in het proces van wetenschap. Een garantie op een goede uitkomst is er niet, dit is best wel spannend.” Wetenschap in actie dus, en hoewel de presentatie kan falen, is dit wel waar het om draait, legt Hagoort uit. “We zijn  aan Donders begonnen zonder precies te weten waar we zouden uitkomen, zonder garantie op succes. Maar dat hoort erbij, zonder dit risicovol onderzoek komen we niet verder in wetenschap en kennisontwikkeling.” 

Peter Hagoort

Hersentransplantatie

In de borrel na afloop in Lux wordt Hagoort niet moe de vragen van omstanders te beantwoorden. Velen hebben deze avond voor het eerst een brein – en met enige verbeelding dus ook hun eigen hersenen – in actie gezien. Er heerst verbazing, ook bezorgdheid. “Peter, stel je voor dat je op het podium ineens zou ontdekken dat Diede een hersentumor heeft. Dat wil je toch niet?!”, vraagt een van de gasten. Peter kan geruststellen: vooraf is Diede hierop al gescand. “Haar hersenen waren ‘schoon’, anders zouden we haar niet aan het publiek hebben blootgesteld.” Een ander heeft vragen bij de intimiteit: “Toch niet niks dat je je zomaar in de hersenen laat kijken, dat lijkt wat beschamend. Hou jij die grenzen wel in de gaten?” Ook deze vraag kan Hagoort moeiteloos pareren, ook deze is al vele malen eerder gesteld. “Ik zie het niet als iets intiems, vergelijk het met een scan van een maag: voor mij is het zien vooral iets fascinerends, ook de hersenen zijn een orgaan.” Het zou anders zijn als de getoonde beelden in Lux de emoties van Diede zouden verraden, of haar gedachtes of dromen. “Maar dat kúnnen we allemaal niet zien, wat we nu kunnen waarnemen is de respons in het brein op verschillende stimuli. Wat we zien is de noodzakelijke voorwaarde voor het hebben van ervaringen, niet de ervaringen zelf.”

Aan het eind van de avond – Hagoort is geen moment vrij geweest van omstanders – blikt hij tevreden terug. Wat is de leukste vraag op een avond als deze ooit aan Hagoort gesteld? Die vraag gaf toen de aanzet tot een mooie gedachteoefening: wat gebeurt er als je de hersenen van de ene persoon naar een ander implanteert? Word je dan gelijk aan die persoon? Zeker niet, aldus het antwoord dat Hagoort uitwerkte tot een kort verhaal, waarin de hersenen van toponderzoeker en minister Robert Dijkgraaf verhuizen naar de schedel van Richard de Mos, een ex-wethouder van Den Haag met een ietwat louche imago. De Mos zal zeker niet meer dezelfde zijn, legt Hagoort uit: zo zal zijn geheugencapaciteit veranderen, evenals de snelheid van informatieverwerking en de emotieregulatie. Maar een nieuwe Dijkgraaf zal hij niet worden, omdat de hersenen van eenieder zijn ingebed in een omgeving. Die externe impulsen in het brein van Dijkgraaf – zijn tuin, gezin, collega’s, huisdieren en wat al niet – oefenen invloed uit op de persoon, en die omgevingsaspecten transplanteren niet mee. Hagoort zou het experiment graag eens uitvoeren, maar hij beseft dat het er nooit van zal komen. “Het moet een droomexperiment blijven, de schedels gaan we hiervoor niet lichten.”

Biologie voor de jeugd

Eerder op de avond, als Hagoort het podium krijgt om InScience te openen, wordt het publiek verrast met een filmpje over de eerste maanlanding, in 1969 van Apollo 11. “Met grote slaapogen bleef ik tot laat in de nacht wakker om het te volgen”, blikt hij terug op dat moment. “Ik was een jonge knaap, ik kon mijn ogen er niet vanaf houden.” De giant leap for mankind (de woorden van Armstrong als hij de eerste stap op de maan zet), drukte ook een groot stempel op Hagoort. Wat hem altijd heeft gedreven als wetenschapper is de fascinatie, zo motiveert Hagoort het maanfilmpje. “Je een weg hakken door het oerwoud in de hoop iets te vinden, de suspense van die tocht”. Die is ook na 25 jaar onderzoek in Donders onverminderd. “Stel je toch voor! 86 miljard zenuwcellen in dat ene orgaan, een streng van honderdduizend kilometer aan bekabeling als je de verbindingen tussen alle neuronen achter elkaar legt, onze hersenen zijn veruit het meest complexe orgaan in het ons bekende universum.” 

Hagoort eindigt zijn opening met het gedicht Biologie voor de jeugd van Leo Vroman uit 1985, waarin de dichter-wetenschapper zijn verwondering tot uitdrukking brengt over wat zich afspeelt onder de hersenpan, ‘het doosje dat we  niet meer hoeven te openen’. Al vaker in redevoeringen haalde Hagoort dit gedicht van Vroman van stal, het blijft hem ontroeren. “In de tijd van Vroman konden we niet in het brein kijken zonder het doosje te openen, nu wel. We kijken in het gezonde brein, maar laten het schedeldoosje dicht. Dat kon Vroman zich nog niet voorstellen zo’n veertig jaar geleden. Maar ook nu we over veel meer kennis beschikken dan Vroman toen, blijft de fascinatie overeind. Het is allemaal nog veel ingewikkelder dan we aanvankelijk dachten.” Ruimte voor het dichten blijft, zegt Hagoort, sterker: hij is zelf de schrijfkunst meester en heeft over de hersenen een klein oeuvre aan dichtwerken op zijn naam staan.

De wonderen van het vak

De mensen die met Hagoort al jarenlang samenwerken binnen InScience, getuigen allemaal van zijn sleurwerk om financiën voor het festival en roemen zijn ambassadeurschap voor het brein. Hagoort ademt de geest van het festival, zegt InScience-directeur Daisy van de Zande. “De filmcultuur in dit festival en de wetenschap zijn onlosmakelijk verbonden. Mensen blijven altijd op zoek naar antwoorden op steeds weer nieuwe fundamentele en praktische vragen.” Medebestuurder Ybo Buruma, tevens raadsheer in de Hoge Raad: “Hagoort is onvermoeibaar bezig met de overtuiging dat zijn vakgebied zo leuk is.” Daisy van de Zande voegt toe: “Hij belicht de wonderen van zijn vak, precies wat de combinatie met film zo vanzelfsprekend maakt. Donders staat voor imaging, wij ook.”

Op de vraag vooraf aan Hagoort welk decor hij verkiest voor dit afscheidsportret, hoefde hij niet zo lang na te denken. Een publieksfestival. Vanavond laat hij opnieuw zien dat het pak van zo’n festival hem goed past. Hij pakt het podium ook als verantwoording voor de vele miljoenen die jaar in jaar uit naar Donders vloeien om nóg dieper in de hersenen te kunnen kijken. Maar het draagvlak voor die besteding zoekt hij niet in de beloftes van genezing van hersenaandoeningen die de wetenschap al zo lang voor raadsels stelt, zoals Alzheimer of neurologische aandoeningen als ALS. Nee, de weg die hij kiest is de fascinatie, gelijk de fascinatie van het kind dat droomde van een maanreis. Die droom werd ingelost, die van Donders gaat heus wel komen. “Onze fundamentele wetenschap van nu is de kennis van morgen waar we allemaal van gaan profiteren. Dat vraagt om geduld, het hersenonderzoek is relatief jong. Het is immers pas sinds twintig jaar dat we in het doosje van Vroman kunnen kijken.” 

Peter Hagoort heeft in 2023 een verzameld werk samengesteld, Zij zijn ons brein en andere beschouwingen. Het boek is te bestellen via: peter.hagoort [at] donders.ru.nl 

Dit verhaal is eerder gepubliceerd in Donders Magazine (juni 2024). 

Berichten uit de bovenkamer | Afscheidsrede Peter Hagoort: 27 september, 15.45 uur in de Stevenskerk | Aanmelden via deze link

Contactinformatie

Thema
Hersenen