Eind vorig jaar werden we getrakteerd op een ware vloedgolf aan AI-rapporten. In mijn mailbox verschenen het Deltaplan AI, het Rapport Wennink, een position paper van de AIC4NL en een "AI Deep Dive" van Invest-NL. Een indrukwekkende stapel PDF’s, goed voor honderden pagina’s aan ambities, miljardenclaims en termen als "digitale soevereiniteit".
Het inhoudelijk sterkste rapport (geschreven door oud-promovendus Stefan Leijnen, dus ja, ik ben bevooroordeeld) komt wat mij betreft van Invest-NL. Het vertaalt een gedegen analyse van het AI -landschap naar een heldere visie: niet proberen de competitie aan te gaan met de V.S. en China daar waar zij al ver voor liggen, maar investeren in niches waar we nog een deuk in een pakje boter kunnen slaan. Het is het enige rapport dat poogt het AI-kennisecosysteem te beschrijven. Volgens het rapport zijn we aan de Radboud Universiteit bijzonder sterk in cognitieve AI, fundamentele machine learning en medische beeldvorming, wat ons een uitstekende uitgangspositie geeft op het gebied van neuro-AI en breingebaseerd leren.
Het Deltaplan AI is nog een flinke slag ambitieuzer en is gestoeld op ongebreideld tech-optimisme. En dat komt niet alleen doordat, zoals de auteurs ruiterlijk toegeven, delen daarvan mede zijn bedacht door een LLM. Wat overigens ook iets ironisch heeft: een nationaal plan om minder afhankelijk te worden van Amerikaanse Big Tech, gegenereerd door de algoritmen van diezelfde tech-reuzen. Benieuwd of aanbeveling #17 ook door een LLM is bedacht: AI investeringen moeten bij voorkeur in Amsterdam plaatsvinden.
Het Rapport Wennink poogt het beroemde Draghi-rapport te vertalen naar de polder en pleit voor miljardeninvesteringen om onze economische relevantie te redden. Daarbij lijken delen van het Deltaplan AI – inclusief de fixatie op de hoofdstad – integraal en kritiekloos te zijn overgenomen. Twee infrastructurele megaprojecten, waaronder de AI Gigafabriek, slokken een kwart van het beoogde budget op, terwijl wij er als regio bekaaid vanaf komen met twee magere cirkeltjes op de landkaart met alle projectvoorstellen (pagina 2 van de pdf). De hele verzameling projecten komt zo vooral over als een clubje dat toevallig nog wat plannen op de plank had liggen. Hier moeten we vooral ook in de spiegel kijken: waarom lagen onze ideeën daar niet of nauwelijks tussen?
Het position paper van de AIC4NL vertoont enige overlap met de eerdere rapporten, maar is een stuk bescheidener en realistischer, als je het mij vraagt. Hier zeker geen Amsterdamse tunnelvisie: de zeven bestaande regionale AI-hubs functioneren uitstekend en werken prima samen. Er is bovendien specifiek aandacht voor het ontwikkelen van AI-FairTech: AI technologie die voldoet aan Europese waarden, normen en regelgeving. Wel wordt ook in dit rapport benadrukt dat er simpelweg fors extra kapitaal nodig is voor infrastructuur en fondsen om transities in strategische sectoren mogelijk te maken.
Papiergeweld
Natuurlijk bleef een reactie op al dit papiergeweld niet uit. Zoek op de naam van een plan en de kritiek spat van je scherm. Belangrijke kritiekpunten zijn te vinden in de open brief voor ‘zorgvuldig en zorgzaam’ digitaal Nederland, mede opgesteld door een aantal van onze Nijmeegse collega’s. De morele bezwaren in zulke brieven en kritische columns gaan bijna uitsluitend over de uitwassen van LLM’s en Generatieve AI. De rapporten zelf benadrukken juist dat we ons moeten richten op die niches waar we echt het verschil kunnen maken — zoals AI in de zorg of energiezuinige hardware — in plaats van domweg kopiëren wat ze in Silicon Valley al doen.
Wat mij betreft is ‘waardengedreven AI’ dan ook geen argument voor een morele kramp, maar juist een aansporing om aan de slag te gaan. Waarden moeten vorm krijgen in de praktijk, door techneuten, geesteswetenschappers en domeinexperts vanaf het begin nauw te laten samenwerken. Juist in die ruimte tussen de ronkende economische ambities en de noodzakelijke morele reflectie ligt volgens mij onze grootste kans: laten zien dat je juist door te doen AI bouwt die technisch klopt en maatschappelijk deugt. In Nijmegen hebben we inmiddels al aardig wat ervaring opgedaan met die aanpak. Denk aan de interdisciplinaire blik van de iHub, de concrete co-creatie in de onderwijspraktijk bij NOLAI, of de manier waarop studenten bij het MKB Datalab AI toegankelijk maken voor ondernemers.
De rapportenmakers dromen nog van nationale supercomputers en nieuwe hubs. Wij kunnen ondertussen verder bouwen aan de AI-toepassingen van morgen – en zorgen dat onze voorstellen boven op de relevante stapels komen te liggen. Dat lijkt me voorlopig een uitstekend plan.