Militairen
Militairen

‘PTSS zit niet alleen tussen de oren’

Geweldsincidenten of levensbedreigende situaties: ze laten bij militairen, politieagenten en zorgmedewerkers regelmatig diepe sporen na. Toch kan het in geval van een posttraumatische stressstoornis (PTSS) helpen om niet alleen naar het psychische aspect, maar ook naar omgevingsfactoren te kijken. ‘Want het is onwenselijk om alles op de schouders te leggen van iemand die het al zwaar te verduren krijgt.’

Stel: je zit als politieagent zwaar getraumatiseerd thuis. Reden? Je hebt geweld gebruikt: tegen een demonstrant, om jezelf te verdedigen. Voor die demonstrant kende dat geweld een fatale afloop. De rijksrecherche doet onderzoek. Los van je eigen schuldgevoel, tuimelen de meningen in de politiek en op social media over elkaar heen: ben je een slachtoffer of een monster? Dit terwijl juist de politiek en social media er een rol in speelden dat je met veel te weinig getrainde mensen tegenover een ongecontroleerde menigte stond.

‘Dit voorbeeld toont dat zo’n traumatische gebeurtenis niet alleen een psychische dimensie heeft’, vertelt Tine Molendijk, cultureel antropoloog aan de Radboud Universiteit. ‘Er is hierbij ook een ethische en sociale context. Hoe reageren je collega’s, leidinggevenden en je naasten? Welke opvattingen klinken vanuit de politiek en de samenleving? Het is belangrijk om al die kanten te belichten bij de begeleiding van mensen die PTSS hebben of daar beroepsmatig een verhoogd risico op lopen. Zo doe je recht aan de complexe werkelijkheid.’

Tine Molendijk

Andere oplossingen

Molendijk, die als onderzoeker samenwerkt met de politie en ook verbonden is aan de Nederlandse Defensie Academie, benadrukt dat een psychische benadering bij PTSS in eerste instantie logisch is. ‘De kern van PTSS is dat een trauma je gevoel van veiligheid heeft aangetast. Dat vraagt om psychische ondersteuning‘, legt ze uit. ‘Maar PTSS zit niet alleen tussen de oren. Vaak zie je nu dat er aan verschillende beroepsgroepen preventief bijvoorbeeld cursussen mindfulness worden aangeboden om PTSS te voorkomen. De aandacht daarbij is echter alleen op het individu gericht, niet op omgevingsfactoren. Die aanpak kan leiden tot een averechts effect. Want het is onwenselijk om alles op de schouders te leggen van iemand die het al zwaar te verduren krijgt. Die voelt dan namelijk alle verantwoordelijkheid voor de eigen mentale gezondheid, wat het gevoel van falen versterkt als er zich alsnog klachten ontwikkelen.’

In plaats daarvan pleit Molendijk als antropoloog voor meer focus op aanpassingsmogelijkheden in de omgeving. ‘Denk aan manieren om de steun vanuit collega’s en leidinggevenden te verbeteren. En hoe men in de politiek en in de samenleving zich bewuster kan worden van hun rol bij een trauma. Door de focus te verbreden, is het mogelijk om nieuwe inzichten te krijgen en dus tot andere oplossingen te komen.’

Verschil in situatie en nasleep

Met haar onderzoek rondom trauma richt Molendijk zich met name op ‘moral injury’: ingrijpende dilemma’s waarmee militairen, politieagenten en zorgmedewerkers te maken kunnen krijgen. ‘Het draait hierbij niet per se om levensbedreigende situaties, maar vooral om situaties waarin je gevoel voor een rechtvaardige wereld wordt bedreigd. Die dreiging levert vaak gevoelens van schuld, schaamte en boosheid op. Schuld en schaamte omdat je het leed van een ander niet hebt kunnen vorkomen, of boosheid over de rol van je leidinggevende of de politiek bij het ontstaan van traumatiserende situaties. Zulke gevoelens gaan over je relatie met anderen. En daarom speelt de omgeving dus altijd een rol.’

Molendijk hoopt dat haar onderzoek defensie, politie en zorginstellingen helpt om beter met PTSS om te gaan. Samen met haar onderzoeksteam doet ze hiervoor diepte-interviews, met bijvoorbeeld agenten en militairen. Daarvoor spreken ze bewust met zowel mensen die wel als geen PTSS hebben. Molendijk: ‘Iedereen in deze beroepsgroepen maakt heftige incidenten mee, maar vaak verschillen de situaties en nasleep van elkaar. Enorm waardevol om te horen welke factoren ervoor zorgen dat de ene persoon wel PTSS ontwikkelt en de ander niet. Daarnaast doen we aan participerende observatie: we lopen tijdens diensturen mee en observeren rondom ingrijpende incidenten wat er precies gebeurt.’

Volgens Molendijk is het belangrijk om ingrijpende gebeurtenissen bij deze beroepsgroepen niet enkel te psychologiseren. ‘Eigenlijk is het logisch dat dit werk impact op hen heeft. Het laat zien dat ze gewoon mensen zijn en blijven.’ Dat spreekt Molendijk persoonlijk aan. ‘Het werk van agenten, militairen en zorgmedewerkers is essentieel voor de samenleving, maar tegelijkertijd ook controversieel. Met name politie en defensie zijn organisaties waarin geweld een belangrijke rol speelt, terwijl de zorg veelal draait om ziekte en dood. Dit biedt mij als antropoloog de mogelijkheid om onderzoek te doen dat voor de dagelijkse wereld belangrijk is.’

Wil je meer weten over PTSS en het onderzoek van Tine Molendijk? Beluister of bekijk dan de nieuwe aflevering van de podcast Science Snacks.

Contactinformatie

Thema
Gedrag, Samenleving, Zorg & Gezondheid