Kerstmis en Boeddhisme: het lijkt op voorhand geen logische combinatie. ‘Niets is minder waar’, reageert Paul van der Velde, hoogleraar Vergelijkende Godsdienstwetenschap aan de Radboud Universiteit. ‘Kerst mag dan geen Boeddhistisch feest zijn, het weerhoudt veel Boeddhisten in bijvoorbeeld Vietnam er niet van om het toch te vieren. Dat komt enerzijds doordat kerst een mondiaal feest is. En anderzijds doordat Boeddhisten diverse elementen uit het kerstverhaal herkennen. De verhalen over de geboorte van Jezus en de geboorte van Boeddha bevatten namelijk opvallend veel gelijkenissen.’
Bijzonder kind
Waar Jezus het levenslicht zag in een stal, werd Boeddha geboren in de wildernis. Belangrijk detail: ook de moeder van Boeddha, koningin Maya, was ten tijde van de bevalling onderweg. Van der Velde: ‘Maya was, geheel volgens de Indiase traditie, samen met haar zus op reis naar het huis van haar ouders om daar van haar eerste kind te bevallen. Tijdens de zwangerschap had ze al gedroomd over een witte olifant, wat als een gunstig voorteken werd gezien. Nadat ze onderweg beviel, deden er - net als bij de geboorte van Jezus - zich verschillende wonderen voor. Waar bij Jezus de herders, de engelen en drie koningen langskwamen, lieten bij Boeddha’s geboorte alle hemelse wezens zich zien. Bovendien vielen er paradijsbloemen uit de lucht, waren er bijzondere waterstromingen en kwamen grote slangen tevoorschijn, die als gunstige dieren werden beschouwd.’
Ook de verdere levensloop van Boeddha kent volgens Van der Velde verschillende overeenkomsten met die van Jezus. Dat begint al vanaf het moment dat koningin Maya met Boeddha teruggaat naar het paleis van Boeddha’s vader, om Boeddha’s lichaamskenmerken te laten uitlezen. ‘Dat verhaal kun je vergelijken met het verhaal over de besnijdenis van Jezus. Ook bij Boeddha wees alles uit dat het een bijzonder kind betrof. Een andere gelijkenis is het verhaal dat Boeddha op jonge leeftijd kwijt is en mediterend wordt teruggevonden onder een rozenappelboom, terwijl de zon blijft stilstaan en ervoor zorgt dat hij in de schaduw blijft. Dat verhaal heeft veel weg van het verhaal van Jezus, die op twaalfjarige leeftijd kwijt is en in gesprek blijkt te zijn met schriftgeleerden. En zowel Jezus als Boeddha zijn uiteindelijk met veel pijn gestorven: Jezus aan het kruis en Boeddha als gevolg van een bloederige darminfectie, die met enorme pijnen gepaard ging.’
Mededogen
Niet alleen in de verhalen van Boeddha en Jezus zitten overeenkomsten. Ook zijn er parallellen tussen de Boeddhistische waarden en onze traditionele kerstgedachte. ‘In het Boeddhisme draait het om wijsheid, mededogen en barmhartigheid. Dat zijn ook waarden die we binnen het Christendom aan kerst verbinden’, legt Van der Velde uit. ‘Zo hebben we met kerst extra oog voor eenzamen en minderbedeelden: groepen die het moeilijker hebben. Dat sluit enorm aan op de Boeddhistische waarden. Vooral in Azië is het doneren aan goede doelen binnen het Boeddhisme een hoofdthema, dat is nog belangrijker dan meditatie. Daarmee toon je als Boeddhist je sociale betrokkenheid met de wezens om je heen, vanuit de gedachte dat je in deze wereld niet de enige bent die lijdt.’
Dit mededogen wordt volgens Van der Velde binnen het Boeddhisme vooral veroorzaakt door de nadruk op wedergeboorte. ‘Boeddhisten realiseren zich dat zij in een vorig leven bijvoorbeeld een dier, misdadiger of bedelaar zijn geweest. Daardoor weet iedere Boeddhist dat hij of zij niet perfect is en dat het belangrijk is om de ander te helpen. Ieder individu heeft namelijk vele levens doorgemaakt, waardoor ieder levend wezen dat je tegenkomt ooit in een vorig leven je moeder kan zijn geweest. En jou dus gekoesterd kan hebben. Zo landt een vlieg bijvoorbeeld op je arm omdat deze jou uit een vorig leven herkent. Het besef dat je met alle wezens verbonden bent, moet aanzetten tot een allesdoordringend mededogen met iedereen die lijdt in deze wereld.’
Imperfectie
Het Boeddhisme heeft volgens Van der Velde waarden waar we tijdens het nadenken bij de kerstboom van kunnen leren. ‘Allereerst: niet te snel oordelen. Boeddhisten laten in principe nooit hun eerste gevoel overheersen: ze nemen de tijd om tot een weloverwogen afweging te komen. En verder bij reflecteren nooit denken vanuit een schuldvraag, maar vanuit de gedachte: hoe kan ik iets een volgende keer anders doen?’