De discussie laaide onlangs weer op. In het televisieprogramma Keuringsdienst van Waarde kwam naar voren dat plasticvrije wasstrips polymeren bevatten die wetenschappelijk gezien onder plastic vallen. Ook oplosbare laagjes om vaatwastabletten leiden tot milieurisico’s: ze kunnen microplastics vormen die in het riool terechtkomen.
Waarom plasticvrije producten vaak toch bestaan uit … plastic
Je herkent het vast. Je staat in de supermarkt en kiest bewust voor een ‘plasticvrij’ of ‘duurzaam’ product. Later ontdek je dat er tóch plastic in zit. Hoe kan dat?
Maar hoe kunnen zulke producten dan toch als ‘milieuvriendelijk’ worden verkocht? Is er sprake van misleiding of onkunde? Volgens Ad Ragas, hoogleraar Milieukunde aan de Radboud Universiteit, ligt het antwoord vooral bij een vaag begrippenkader. ‘De grens tussen wat wel en niet plastic is, is diffuus.’
Een kwestie van definities
Die onduidelijkheid speelt volgens Ragas al jaren. Hij wijst op de autobandenindustrie. ‘Die claimt dat autobanden rubberdeeltjes afgeven, maar autobanden bevatten ook synthetisch rubber. Dat is in feite plastic. Zo ontstaat discussie over definities: welke polymeren vallen wel onder plastic en welke niet? Maak je een lijst, dan zal er altijd een soort opduiken die er net buiten valt. Producenten zeggen dan: dat is geen plastic, terwijl de wetenschap zegt van wel.’
Zo gaat het bij wasstrips om polyvinylalcohol. ‘Dat is geen klassiek plastic zoals polypropyleen, maar wel een synthetisch polymeer’, legt Ragas uit. ‘Chemisch gezien is het plastic, maar producenten zijn zich daar niet altijd van bewust. Daarom zouden ze terughoudender moeten zijn met milieuvriendelijkheidsclaims en eerst expertise moeten inwinnen.’
Het kernprobleem volgens Ragas is dat er geen eenduidige definitie van plastic bestaat. ‘Behalve dat het een synthetische polymeer van organisch materiaal is. Maar ons lichaam maakt ook polymeren aan, en die noemen we geen plastic. De definitie is dus niet zwart-wit.’
Van wasmachine tot rivier
Wat gebeurt er eigenlijk met polymeren die via de wasmachine of vaatwasser in het riool belanden? Ragas: ‘Polyvinylalcohol is een synthetische polymeer dat grotendeels uit elkaar valt als het in contact komt met water. Er bestaat nog discussie over de mate
waarin polyvinylalcohol uit elkaar valt en of de resten schadelijk zijn voor het milieu. Maar de meeste synthetische polymeren lossen niet op in water. Die kunnen door de mechanische krachten in de wasmachine of vaatwasser afbreken, dan blijven ze langvormig. Hoe warmer en langer je wast, hoe meer plasticdeeltjes er vrijkomen. Overigens is het grootste deel van de microplastics in afvalwater niet afkomstig van de wasstrips, maar van kleding. Synthetische kleding verkruimelt namelijk tijdens het wassen.’
Rioolwaterzuiveringsinstallaties halen vervolgens het grootste deel van de microplastics uit het afvalwater. Toch glipt er gemiddeld nog zo’n 1 tot 5% van die plastics naar het oppervlaktewater door. ‘Bij hevige regen kan het waterzuiveringssysteem het niet aan en ontstaat er een overstort’, legt Ragas uit. ‘Dan kan het zijn dat er meer plastics in het oppervlaktewater belanden.’
Eenmaal in het milieu mengen deze plastics zich met andere bronnen. ’Naar schatting is 80% van de microplastics in oppervlaktewater afkomstig van grotere plastic objecten die door toedoen van mensen daarin terecht zijn gekomen en langzaam afbreken’, weet Ragas. ‘Maar 10 tot 20% is afkomstig uit rioolwater, afhankelijk van de locatie. Maar dit is een schatting. Het probleem is namelijk dat een rivier net een grote cementmolen is: alles raakt vermengd. Daardoor is het bijna niet meer te achterhalen waar plastics precies vandaan komen. Dat maakt het ook lastiger om passende maatregelen te nemen.’
Gevolgen voor mens en dier
De gevolgen voor ecosystemen zijn zorgwekkend, al is volgens Ragas nog niet alles bewezen. ‘Vissen en andere dieren nemen plasticdeeltjes op, waarbij vooral bodemdieren zoals wormen risico lopen. Frans onderzoek laat zien dat de groei van oesters afneemt bij blootstelling aan plastic. Ook andere organismen die water filteren, zoals mosselen, zijn extra kwetsbaar.’
En mensen? ‘We krijgen plastic niet alleen binnen door het eten van vis’, benadrukt Ragas. ‘We drinken uit plastic flessen, gebruiken theezakjes die in heet water plasticdeeltjes afgeven en draaien dagelijks doppen open en dicht. Door die wrijving komen plasticdeeltjes vrij.’
Gemiddeld krijgt een mens zo’n miljoen plasticdeeltjes per jaar binnen, weet Ragas. Er zijn zelfs al kleine plasticdeeltjes in menselijk bloed aangetroffen, vergelijkbaar met fijnstof. ‘Tot nu toe zien we geen directe gezondheidseffecten, maar de langetermijngevolgen zijn onbekend. Daar lopen nog verschillende onderzoeken naar.’
Plasticvrije samenleving?
Dat producenten toch ‘plasticvrij’ op hun verpakkingen zetten, komt volgens Ragas door een gat in de regelgeving. ‘In Europese wetgeving is niet scherp vastgelegd wat plastic is. Daardoor blijven twijfelachtige milieuclaims mogelijk. Strengere regels zouden helpen, al kost handhaving geld. Maar die regels zouden de markt wel eerlijker maken.’
Een volledig plasticvrije samenleving ziet Ragas niet gebeuren. ‘Voor medische toepassingen, zoals protheses en apparatuur, is plastic onmisbaar. Wel valt bij consumentenproducten winst te behalen. Zo is kleding van plastic geen noodzaak en ook voedselverpakkingen verdienen heroverweging. Als we onze samenleving anders inrichten, kunnen we tot 90% van de plasticblootstelling vermijden. Daar moeten we als mensen goed met elkaar over nadenken.’
Contactinformatie
- Organisatieonderdeel
- Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica, Radboud Institute for Biological and Environmental Sciences, Environmental Science
- Gaat over persoon
- prof. dr. A.M.J. Ragas (Ad)
- Thema
- Duurzaamheid, Gedrag