Woestijnvorming of blauwalgexplosies
Hoewel de natuur veerkrachtig is en diersoorten goed kunnen herstellen van een of enkele slechte jaren, kunnen ze niet structureel opboksen tegen de uitholling van hun leefomgeving. Daardoor kan een diersoort in een bepaald gebied tijdelijk of definitief verdwijnen. ‘Dit hangt af van de samenstelling van de metapopulatie. Het totale netwerk van groepen populaties in een bepaald gebied.’
Wanneer een soort op één plek verdwijnt is dat geen probleem, want vanuit andere plekken kan de soort op een later moment weer op die plek opduiken. ‘Maar als een soort achter elkaar op meerdere plekken verdwijnt en de soort nog maar in een paar gebieden kan leven, wordt de situatie riskant. Er is dan geen reservoir dat kan compenseren en een slecht jaar kan de diersoort dan fataal worden.’
Als mens kun je misschien denken: “wat maakt het nou uit of zo’n minidiertje verdwijnt?” Swinkels: ‘Mijn promotor zegt altijd: “je kan ook zonder pink, maar zou je daarom je pink afhakken?”. Je kunt nog veel meer lichaamsdelen missen zoals, vingers, tenen en misschien een oor, maar na een tijdje red je het niet meer.’ Voor natuur geldt hetzelfde. Als er te weinig planten en dieren in een omgeving zijn, stort het hele systeem in. Het gevolg? ‘Denk aan woestijnvorming of dichter bij huis blauwalgexplosies in meren. Je kan ervoor kiezen om dat punt actief op te zoeken, maar je blijft het liever voor.’
Om het tij te keren zijn structurele aanpassingen nodig, bijvoorbeeld maatregelen die het pesticidengebruik en de stikstofdepositie verlagen. Tegelijkertijd kun je als individu of als organisatie het nodige doen om in jouw leefomgeving de biodiversiteit te stimuleren en zo de druk op diersoorten te verlagen. ‘Door de bloemen en planten in je tuin of balkon de ruimte te geven om te bloeien, creëer je een aantrekkelijk klimaat voor allerlei diertjes.’ Op grotere schaal kan dit natuurlijk ook, bijvoorbeeld op dijken of bermen. ‘Zoals wij over wegen rijden om van A naar B te komen, vormen dijken en bermen verbindingsroutes voor veel insecten. Bovendien zorgen bloemrijke dijken niet alleen voor meer biodiversiteit, maar ook voor stevigere dijken.’