Eros
Eros

Wat de zeventiende eeuw kan leren over de liefde

De moderne samenleving heeft vaak een wat overspannen kijk op liefde. Alsof liefde de oplossing is voor elk probleem. Marc De Kesel, hoogleraar Mystiek, laat met twee bronnen uit de zeventiende en begin achttiende eeuw zien dat het allemaal zo simpel niet is. ‘Lees Otto Vaenius, en je zult begrijpen waarom je naar al die dramatische liefdesseries blijft kijken.’

Op tafel in de leeszaal Bijzondere Collecties ligt De Kleine Print-Bybel uit 1720, een boekje voor kinderen om hen Bijbelverzen in te prenten. Elke pagina toont een vers in de vorm van een rebus, met onderaan de oplossing. Bij pagina 98, met een vers uit het Hooglied, glundert De Kesel over ‘een fout’. In de rebus staat: de liefde “is sterck als de” dood, precies zoals het vers er staat in de Bijbeltekst. De rebusoplossing onderaan gaat in de fout. Daar lezen we: “De liefde is stercker dan de doodt of ander smerte”. ‘Die foute weergave “sterker dan de dood” geeft wel aan hoe men in de zeventiende eeuw over de liefde dacht. En zo denken wij ook nog vandaag’, aldus De Kesel. 

‘De idee dat de liefde sterker is dan de dood, is ouder dan de zeventiende eeuw. Zij komt uit het christendom. “God is liefde”, heet het in de eerste Brief van Johannes. Liefde overwint alles, ook de dood. In het vers uit het prechristelijke Hooglied staat er nochtans iets anders, iets helemaal anders. De liefde is hier onvoorwaardelijk, maar dan net zoals de dood dat is. Net als met de dood valt met de liefdesgod niet te onderhandelen. Als die je met zijn pijlen treft, ben je je greep op je leven kwijt.’ De Kesel wijst erop dat dit de Griekse, prechristelijke, prefilosofische of ‘heidense’ manier is om tegen de liefde aan te kijken. ‘Schrijvers als Sappho, Sophocles of Ovidius kun je in deze traditie plaatsen.’

De ‘fout’ op die pagina uit De Kleine Print-Bybel laat volgens De Kesel een gespleten blik zien, die ook vandaag nog ons denken over de liefde tekent. ‘Liefde is én de oplossing voor alles, inclusief de dood (“stercker dan de dood”), én, net als de dood, een onoplosbaar probleem (“sterck als de dood”).’ Het eerste heeft de bovenhand, maar het tweede is nooit weg. ‘Bij liefde denken we spontaan aan rozengeur en maneschijn, maar op onze tv- en andere schermen vergapen we ons dagelijks aan beelden die de onverdroten tragische structuur van de liefde in duizend en een schakering uitschreeuwen. Het merkwaardige is dat we ons de hele film lang de harde tragiek van de liefde laten welgevallen, maar moeiteloos geloof hechten aan die luttele laatste twee minuten waarin liefde plots alles oplost. Dit is wat ik met de gespletenheid van onze blik bedoel.’

Marc De Kesel benoemd tot bijzonder hoogleraar Theologie, mystiek en moderniteit

Doorboord met liefdespijlen

Op tafel ligt nog een tweede boek: Amorum Emblemata, uit 1608 van Otto Vaenius. Emblemata, legt De Kesel uit, bestaan uit een gedrukte prent met daarnaast of daaronder een klein gedichtje in diverse talen. ‘Een typische Hollands product uit het begin van de zeventiende eeuw.’

Hij legt het boek open bij een prent waarop we een man zien, liggend tegen een boom met in zijn borst een woud van pijlen, afkomstig van de boog van de boven hem zwevende Eros. Dit is Eros in zijn antieke, prefilosofische versie. ‘Een wel heel plastische verbeelding van de liefde die sterk als de dood is’, zegt De Kesel. Hij wijst erop dat dezelfde Otto Vaenius enkele jaren later een nieuw emblemataboek uitgeeft, maar dan over de liefde in haar christelijke gestalte. We zien nog steeds hetzelfde cupidootje, maar nu staat het voor de goddelijke liefde en wijst een ander cupidootje, de ziel, de weg naar het eeuwig leven. Het is Christus die de liefde brengt, een liefde sterker dan de dood. “Sine amore mors”, “Zonder liefde heerst de dood”, heet het bij een embleem uit Vaenius’ Amoris divini emblemata (1615).

Man doorboord door pijlen

Misverstand

Wat De Kesel opvalt, is dat beide gezichten van de liefde behoorlijk soepel samengingen in de zeventiende eeuw. Het publiek dat de emblemata met de heidense Eros kocht, kocht evengoed die met de christelijke liefdesgod. De verborgen dubbelheid lag toen blijkbaar iets meer open en bloot. Confrontatie met die zeventiende-eeuwse teksten kan ons de ogen openen voor diezelfde dubbelheid die ook onze blik op de liefde nog kenmerkt. Precies hierin ligt voor De Kesel de waarde van oude teksten, of erfgoed in het algemeen: de gevoeligheid aanscherpen voor eigenaardigheden en probleemvelden waarvoor we in de loop der tijd bewust of onbewust een blindheid zijn gaan ontwikkelen. 

Hier wordt De Kesel filosofisch en wijdt hij uit over de ‘grote woorden’ die wij dagelijks gebruiken. ‘Als woorden als vrijheid, God of liefde vallen, fronst niemand de wenkbrauwen. Iedereen weet wat er gezegd wordt. Tot je vijf minuten nadenkt en je je gaat afvragen wat eigenlijk is gezegd.’ Die grote woorden, zo stelt hij, zijn een soort gestold misverstand. ‘Een misverstand waardoor we elkaar verstaan. Wat is liefde? Iedereen weet het en niemand weet het echt. We moeten duiken in oude boeken om dat enigszins helderder te krijgen.’

De Kesel zegt niet dat we hiermee die ‘grote woorden’ en ‘misverstanden’ ooit helemaal kunnen ophelderen. Het inzicht van de oude bronnen is juist dat we naar die opheldering helemaal niet moeten streven, dat ze ons leren te denken in probleemstellingen en niet in oplossingen. ‘God, vrijheid of liefde zullen altijd probleemvelden blijven.’ En dat is juist mooi. ‘De mens ís een probleem en dat mag je niemand afnemen. De liefde ís een probleem, en bloeit eerder op door ze als probleem te cultiveren dan als oplossing te zien voor wat dan ook.’ Lees Otto Vaenius, aldus zijn aanbeveling: ‘En je zult begrijpen waarom je naar al die dramatische liefdesseries blijft kijken, waarom je romans en poëzie blijft lezen, waarom je eindeloos naar muziek blijft luisteren. Om de hierin besloten tragiek, niet omdat er iets wordt opgelost.’

G.P. Hondius | De kleine Print-BybelUit het Hoogduits in de Hollandsche taal overgezet | Tot Amsterdam, Bij Joannes Pauli, Boekverkoper, 1720.

Otto Vaenius | Amorum Emblemata (Afbeeldingen van Minne) | Antwerpen, 1608.

Afscheidsrede Marc de Kesel als hoogleraar Theologie, Mystiek en Moderniteit: dinsdag 1 oktober, 16.00 uur, aula Radboud Universiteit | Ook in zijn rede slaat De Kesel een brug tussen het heden en de zeventiende-eeuwse bronnen, met een bespiegeling op de betekenis van de christelijke mystiek in werk en leven van voormalig VN-secretaris-generaal Dag Hammarskjöld. 

Contactinformatie

Thema
Filosofie