Op tafel in de leeszaal Bijzondere Collecties ligt De Kleine Print-Bybel uit 1720, een boekje voor kinderen om hen Bijbelverzen in te prenten. Elke pagina toont een vers in de vorm van een rebus, met onderaan de oplossing. Bij pagina 98, met een vers uit het Hooglied, glundert De Kesel over ‘een fout’. In de rebus staat: de liefde “is sterck als de” dood, precies zoals het vers er staat in de Bijbeltekst. De rebusoplossing onderaan gaat in de fout. Daar lezen we: “De liefde is stercker dan de doodt of ander smerte”. ‘Die foute weergave “sterker dan de dood” geeft wel aan hoe men in de zeventiende eeuw over de liefde dacht. En zo denken wij ook nog vandaag’, aldus De Kesel.
‘De idee dat de liefde sterker is dan de dood, is ouder dan de zeventiende eeuw. Zij komt uit het christendom. “God is liefde”, heet het in de eerste Brief van Johannes. Liefde overwint alles, ook de dood. In het vers uit het prechristelijke Hooglied staat er nochtans iets anders, iets helemaal anders. De liefde is hier onvoorwaardelijk, maar dan net zoals de dood dat is. Net als met de dood valt met de liefdesgod niet te onderhandelen. Als die je met zijn pijlen treft, ben je je greep op je leven kwijt.’ De Kesel wijst erop dat dit de Griekse, prechristelijke, prefilosofische of ‘heidense’ manier is om tegen de liefde aan te kijken. ‘Schrijvers als Sappho, Sophocles of Ovidius kun je in deze traditie plaatsen.’
De ‘fout’ op die pagina uit De Kleine Print-Bybel laat volgens De Kesel een gespleten blik zien, die ook vandaag nog ons denken over de liefde tekent. ‘Liefde is én de oplossing voor alles, inclusief de dood (“stercker dan de dood”), én, net als de dood, een onoplosbaar probleem (“sterck als de dood”).’ Het eerste heeft de bovenhand, maar het tweede is nooit weg. ‘Bij liefde denken we spontaan aan rozengeur en maneschijn, maar op onze tv- en andere schermen vergapen we ons dagelijks aan beelden die de onverdroten tragische structuur van de liefde in duizend en een schakering uitschreeuwen. Het merkwaardige is dat we ons de hele film lang de harde tragiek van de liefde laten welgevallen, maar moeiteloos geloof hechten aan die luttele laatste twee minuten waarin liefde plots alles oplost. Dit is wat ik met de gespletenheid van onze blik bedoel.’