In de rubriek 'Wat zeggen wetenschappers over...' reflecteren drie Radboudonderzoekers vanuit hun eigen expertise op een actueel thema. Deze keer vertellen filosoof Mathijs van de Sande, microbioloog Marjan Smeulders en sociaal-geograaf Cesar Merlin Escorza over de verhouding tussen wetenschap en activisme. 'Wetenschappers gaan niet snel de straat op.'
Wat zeggen wetenschappers over activisme en wetenschap?
Mathijs van de Sande: ‘Activisme en wetenschap dienen vaak hetzelfde doel’
‘Ik begrijp wel waarom men kan denken dat activisme en wetenschap zich soms moeilijk tot elkaar verhouden. Immers: een wetenschappelijke blik vooronderstelt dat je kritisch kan reflecteren op je eigen positie en de vooronderstellingen die daaraan ten grondslag liggen. Van activisten wordt vaak gedacht dat ze een onwrikbaar geloof hebben in hun eigen standpunt. Maar zo eenvoudig ligt het niet. Allereerst zie ik in veel activistische praktijken dat men juist dáár een zeer zelfkritische houding aanneemt. Activisten experimenteren veel – bijvoorbeeld met de strategieën en organisatievormen die ze gebruiken. Maar ook de eigen kennis en perspectief van waaruit men spreekt wordt veelvuldig bevraagd. In dat opzicht dienen activisme en wetenschap vaak juist hetzelfde doel: ze dagen ons uit om ons gevestigde wereldbeeld en sociale realiteit continue te bevragen.
Daar komt bij dat een universiteit op tal van manieren midden in de samenleving staat. De universiteit speelt een elementaire rol in de productie van kennis, maar voert ook zelf beleid dat maatschappelijke impact heeft. Denk aan de klimaatimpact van onze bedrijfsvoering, maar ook aan de discussie over onze banden met universiteiten in Israël. Dat studenten en wetenschappers ook bínnen de universiteit rond dit soort thema’s actievoeren, is een vorm van academisch burgerschap die zich juist prima verhoudt tot hun taken en verantwoordelijkheden als academici.’
Mathijs van de Sande is universitair docent politieke filosofie
Marjan Smeulders: ‘Als wetenschapper krijg je de opdracht mee om de maatschappij te dienen.’
‘In 1972 presenteerde de Club van Rome een rapport dat waarschuwde voor grenzen aan de groei. Sindsdien kwamen wetenschappers met steeds alarmerender berichten. Er werd nauwelijks naar hen geluisterd. Ik ben enorm geschrokken van wat klimaatwetenschappers constateerden. We zitten midden in een existentiële crisis, het leven van het leven op aarde zoals we dat nu kennen wordt ernstig bedreigd.
Als wetenschapper krijg je de opdracht mee om de maatschappij te dienen. In noodsituaties moeten we ons duidelijk uitspreken, op basis van de wetenschap: de CO2 uitstoot moet veel sneller afnemen om de klimaat- en ecologische crisis af te wenden en de aarde leefbaar te houden. . Met onze acties in labjas roepen we als wetenschappers de overheid en grote bedrijven op om eerlijk te zijn over de noodsituatie en om beleid en bedrijfvoering in lijn te brengen met het klimaatakkoord van Parijs. .De urgentie mist compleet. We roepen ook medeburgers op in actie te komen. Hoe meer mensen actie eisen, hoe eerder we de kritieke massa bereiken die nodig is voor het doorvoeren van adequaat klimaatbeleid.
Of je kan actievoeren zonder je wetenschappelijke onafhankelijkheid te verliezen? Ja, dat kan. Over de oorzaken en gevolgen van de opwarming van de aarde en hoe deze te stoppen, is de wetenschap eensluidend. Het is juist ongeloofwaardig als we ons níet laten horen: dan nemen we de klimaatwetenschap niet serieus. De samenleving doet nu te weinig om een leefbare wereld veilig te stellen. Wetenschappers gaan niet snel de straat op. We doen dit uit wanhoop, er is te lang geen actie ondernomen op basis van de wetenschappelijke kennis.’
Marjan Smeulders is microbioloog en lid van Scientist Rebellion
Cesar E. Merlín Escorza: ‘Is het niet ieders drijfveer om een positieve impact te maken?’
‘Het was de keiharde realiteit die me met dit onderwerp kennis liet maken. Ik ging me op jonge leeftijd organiseren binnen verschillende gemeenschappen, pas daarna kwamen de boeken en de wetenschap. Het is onmogelijk om dat eerste gedeelte van mezelf los te zien van mijn onderzoek. In de academische wereld is te weinig ruimte om écht na te denken over wie we zijn. Daardoor gaan we geloven dat we ons activisme los moeten zien van de wetenschap. Maar is het niet de drijfveer van iedere wetenschapper om de wereld ten goede te veranderen? Om een positieve impact te maken? Het moet mogelijk zijn om ons onderzoek te doen terwijl we politieke actie ondernemen. Deze samenhang heeft de potentie om dingen écht ten goede te veranderen. Deze manier van zelfreflectie is in de sociale wetenschappen een gebruikelijk onderdeel van het onderzoek, al krijg ik ook hier nog steeds de vraag of mijn zogenoemde activisme mijn wetenschappelijke bevindingen niet in de weg zit.’
‘Ik ben een persoon die, een tijd geleden, op meerdere momenten in diens leven geëmigreerd is. Wat dat betreft heeft mijn achtergrond mijn onderzoek naar migratie en mobiliteit gevormd, en dat geldt natuurlijk ook voor mijn bevindingen. Maar zo is het voor iedere onderzoeker, inclusief degenen die zijn opgegroeid in een geprivilegieerde Westerse omgeving. We worden allemaal beïnvloed en gevormd door onze omgeving en daarom moeten we reflecteren op de methoden en onderzoeksonderwerpen die we kiezen; door altijd onze privileges te erkennen. Alleen dan bouwen we samen aan een rechtvaardiger en inclusiever verhaal over bijvoorbeeld migratie en mensenrechten. In de universiteit ren ik tegen een muur aan; een muur die opgeworpen is door een systeem van instituties die zeggen dat de academische wereld geen podium is voor politiek en activisme. Een onderdrukkend systeem, waarin het lastig is om de muren te doorbreken. Hoe moeilijk dat is blijkt wel uit de reactie van de Radboud Universiteit (en andere universiteiten) op de steunprotesten voor de Palestijnse bevolking, tegen de genocide waaraan zij worden onderworpen door de staat Israël, en tegen de bezetting van Palestina. Een hele gemeenschap van studenten, onderzoekers, docenten en ondersteunend personeel mobiliseert zich om de banden te verbreken met degenen die bijdragen aan de vernietiging van een gehele bevolking. En met welk resultaat? Waarom blijft échte verandering uit? Misschien door de sterke verdeling tussen wetenschappelijk werk en activisme dat maar blijft voortbestaan in instituties zoals deze.’
Cesar Merlin Escorza werkte bij de afdeling Sociale Geografie, Culturele Antropologie en Ontwikkelingsstudies. In september promoveert hij op een onderzoek waarin hij het werk en de interacties binnen opvangorganisaties in Mexico en Nederland analyseert.
Contactinformatie
- Thema
- Duurzaamheid, Samenleving, Wetenschap