Sportdag Radboud Intro 2024
Sportdag Radboud Intro 2024

Wat zeggen wetenschappers over hun introductietijd?

Het is weer zo ver: van zondag 24 augustus tot en met vrijdag 29 augustus vindt de Radboud Intro plaats. Voor duizenden studenten vormt deze week de start van hun studententijd. Veel van de onderzoekers aan de universiteit gingen hen voor. In deze editie van 'Wat zeggen wetenschappers over...?' blikken drie wetenschappers terug op het begin van hun studietijd en leggen ze uit hoe die periode hen heeft gevormd tot de onderzoeker die ze vandaag de dag zijn. 'Voor de introductie van start ging, wist ik al: dit is het. Hier voel ik mij thuis.'

Otis Tromp

Otis Tromp: ‘Mijn toekomstige vrienden zaten in die collegezaal, al kenden we elkaar toen nog niet.’ 

‘Mijn achtdaagse introductieweek in 2019 zat bomvol met uiteenlopende activiteiten: van een sportdag met roeien en rugby op het programma tot een kroegentocht en een open podium. Ik werd ingedeeld in een groepje met andere studenten van mijn faculteit. Zo leerde ik meteen veel nieuwe mensen kennen. Samen met onze intromentoren gingen we met allerlei opdrachten en spelletjes de strijd aan met andere groepjes. Ik voelde me erg op mijn gemak en durfde uit mijn comfort zone te gaan, omdat alles heel vrijblijvend was. Daardoor voelde ik geen druk wanneer ik een stapavond oversloeg zodat ik de volgende dag weer met frisse energie mee kon doen aan het programma. Ook onze mentoren waren heel fijn. Ze lieten ons kennismaken met het studentenleven in Nijmegen en namen initiatief als de groep iets spannend vond. De week werd afgesloten met een weekend in Duitsland, wat in mijn jaar voor de laatste keer werd georganiseerd voordat dat door corona stopte. Zelf heb ik dit weekend overgeslagen, omdat ik de vermoeidheid van de hele week, de hete dagen en de tenten vol stapelbedden op dat moment iets te veel vond. 

Wat mij het meest is bijgebleven, is het openingscollege van onze faculteit. Ineens zat ik in een collegezaal met ongeveer 500 andere eerstejaarsstudenten. Ik was me er erg van bewust dat dit de community was waarmee ik de komende jaren zou gaan studeren. Mijn toekomstige vrienden zaten in die zaal, al kenden we elkaar toen nog niet. Mijn groepje bleek trouwens na de introductie ook meteen mijn werkgroep te zijn van het eerste semester. Het klinkt cliché, maar mede door de introductie en door die werkgroep heb ik vrienden voor het leven gemaakt. 

Toen ik begon met studeren, had ik het idee om na mijn studie zo snel mogelijk aan het werk te gaan als advocaat. Hoewel mensen in mijn omgeving in het onderzoeksveld werken, had ik er zelf nooit aan gedacht om onderzoeker te worden. Pas tijdens mijn studie merkte ik gaandeweg hoe leuk onderzoek doen eigenlijk is. Ik heb de vrijheid om te onderzoeken wat ik interessant vind en kan als onderzoeker de hele dag praten over mijn vakgebied.  

Mijn tip voor nieuwe studenten? Laat de introductieweek gewoon over je heen komen. Het is voor iedereen nieuw en spannend. Je ontmoet leuke mensen en leert het studentenleven in korte tijd kennen. Maar leg de lat ook niet meteen te hoog: je hoeft niet direct vrienden te maken voor de rest van je studententijd. En wees ook niet bang om iets te missen; je loopt niet meteen achter als je eens een avond overslaat. Zo houd je het leuk voor jezelf en geniet je er het meeste van.’ 

Otis Tromp is promovendus en docent Ondernemingsrecht en doet onderzoek naar de juridische positie, rechten en verplichtingen bij (tijdelijke) afwezigheid van bestuurders en commissarissen, en de manier waarop vervangers worden aangewezen en bevoegdheden worden toegewezen.

Stéfanie André

Onderzoeker Stéfanie André over haar introductietijd twintig jaar geleden: ‘Volg altijd je eigen gevoel’ 

‘Mijn introductie was in 2005. Ik had vooral héél veel zin in de introductie. Wel met gezonde spanning natuurlijk. Ik ging die zomer niet op vakantie om alvast aan mijn nieuwe stad Nijmegen te wennen. Ik werkte zes weken bij de Albert Heijn op de Sint Jacobslaan. En dat hielp: want ik had geen heimwee naar Groningen, de stad waar ik vandaan kwam. 

Ik was al eens eerder op de campus geweest. Destijds organiseerden ze nog een tweedaags bezoek aan de campus om kennis te maken met de opleiding Sociologie. Voor de introductie van start ging, wist ik al: dit is het. Hier voel ik mij thuis. Ik mocht werk- en hoorcolleges bijwonen, leerde meer over de studievereniging en sliep zelfs in het Gymnasion. Maar het meest waardevolle? Ik ontmoette Nick en Suzanne die net als ik het komend jaar aan de studie sociologie zouden beginnen. 

Ik kwam een dag later aan bij de introductie omdat ik met mijn vrienden van de middelbare school naar Lowlands ging. Maar dat was geen probleem, ik had contact gehouden met Nick en Suzanne en kon zo instromen in de groep. 

De ‘socio-quiz’ staat mij nog het meest bij: een pubquiz vol vragen over Sociologie en over de introductie, maar ook met doe-opdrachten. We waren met zijn allen bij het SSHN-gebouw aan de Jacob Canisstraat. Daar werd een drankje met van alles en nog wat geshaked, als je het opdronk kreeg je punten voor je groep in de quiz. Het bestond eerst alleen uit water. Al gauw werd er melk en peper aan toegevoegd. Toen iemand er een rauw ei ingooide, dacht ik: ik drink dit écht niet op. Deze les wil ik ook meegeven aan iedereen die nu meedoet aan de introductie: volg altijd je eigen gevoel. Houd hierbij je eigen grenzen in de gaten, hoe groot de groepsdruk ook is. 

Tijdens het introductieweekend, de afsluiter van de introductie, leerde ik studentenvakbond AKKU kennen. Wederom ervoer ik dat thuis-gevoel. Meer studenten die slecht tegen onrecht kunnen. Allemaal een tikje alternatief. Uiteindelijk heb ik mijn hele 5-jarige studietijd bij AKKU rondgelopen. 

Twee weken geleden gingen mijn man en ik met onze kinderen op bezoek bij twee begeleiders van mijn introkamp. Wij zochten ze op in Eindhoven, de kinderen speelden met elkaar, we haalden een ijsje en wij konden kletsen. Zo zie je maar weer: tijdens de introductietijd maak je vrienden voor het leven.’ 

Stéfanie André is universitair hoofddocent en beleidssocioloog bij de afdeling Bestuurskunde van de Radboud Universiteit. André doet onderzoek naar de inclusiviteit van beleid, met een focus op familie- en huisvestingsbeleid. Zo onderzoekt ze de werk-zorg ambitie, het werk-zorggedrag van vaders en hoe vaders (geen) gebruik maken van familiebeleid. 

Op donderdag 11 september neemt ze tijdens wetenschapsfestival ‘Oneindig’ een podcast op over vaderschap. Kom je ook? Tickets zijn beschikbaar via www.ru.nl/oneindig.

Ook spreekt André tijdens het Alumni Event op 2 oktober. Ze vertelt dan over een goede balans tussen werk en privé én hoe dat in de praktijk eruitziet. Deelname is gratis, maar meld je hier wel vóór 25 september aan. 

Mieke Verloo

Mieke Verloo: ‘Toen ik in Nijmegen aankwam, waren de colleges blijkbaar al begonnen’

‘Toen ik me in 1968 inschreef voor de studie Sociale en Politieke Wetenschappen was ik binnen mijn familie de eerste student aan een universiteit. In mijn omgeving kende ik niemand die studeerde. Ook had ik geen precieze informatie van de universiteit ontvangen. Zonder enig idee van een verschil tussen de academische kalender in België, waar ik woonde, en hier, ging ik er vanuit dat het academisch jaar in oktober zou beginnen. Ik vertrok twee weken eerder naar Nijmegen om de stad te leren kennen en mijn studentenkaart op te halen. Daar hoorde ik dat de colleges al waren begonnen. De introductie had ik gemist, maar daar kwam ik pas na een paar weken achter. 

Die sprong in het diepe, als 17-jarige in een nieuwe stad en een nieuw land, beviel me. Ik was nieuwsgierig om een heleboel nieuwe, moeilijke dingen te gaan leren. Er gebeurden eind jaren zestig allerlei spannende dingen op het gebied van emancipatie en democratisering in de maatschappij. Maar veel colleges stelden teleur, vooral het enige politicologievak. Dat ging over zwevende kiezers en partijen waar ik geen idee bij had. De sociologievakken waren diepgaander, en daarom besloot ik me na één jaar te verdiepen in sociologie. 

Als jonge vrouw viel ik sowieso op destijds. Onze opleiding telde tien vrouwen en honderd mannen. Telkens kreeg ik de vraag “maar wat ga je dan met je studie doen?”. Zeker toen ik (vier jaar later) trouwde moest ik mezelf continu verdedigen. Men vond het al een gek idee dat een vrouw studeerde, laat staan dat ze ook nog eens ging werken. Na mijn afstuderen wist ik alleen: voor de commercie kom ik mijn bed niet uit en voor de ambtenarij evenmin. Een onderzoeksbaan leek het enige zinvolle alternatief. 

Na een tweede baan voor een nationale commissie over onderzoeksbeleid, kwam pas de wens om aan de universiteit te werken, en het plan om dat niet zonder proefschrift te doen. Hoe raar dat nu ook klinkt, in de jaren 80 kon je aan de slag (soms zelfs als hoofdmedewerker, wat nu UHD is) zonder dat je een proefschrift had geschreven. Dus ik zocht en vond geld voor een proefschrift. Het plan werd werkelijkheid, met wat ups en downs. Ik promoveerde in 1992.

Tegenwoordig is het zelfs voor studenten haast een plicht om aan loopbaanplanning te doen, maar daar was ik zelf niet mee bezig. Ik bleef dicht bij mezelf en koos functies zoveel mogelijk op basis van mijn intrinsieke motivaties (om de wereld en vooral ongelijkheid beter te begrijpen). Dat advies zou ik anderen ook willen gegeven, blijf dicht bij jezelf, al begrijp ik dat niet ieder mens hetzelfde in elkaar steekt. 

Ik doe nog altijd onderzoek. Momenteel coördineer ik een internationaal onderzoeksproject waarbij we in zeven Europese landen vergelijken wat de feministische respons is op oppositie tegen feminisme en emancipatie in bredere zin.  Met mijn 74 jaar zou ik niet meer hoeven te werken, maar mijn passie voor onderzoek is onverminderd groot. 

Mieke Verloo is hoogleraar Politicologie aan de Radboud Universiteit. Meer informatie over haar huidige onderzoek vind je op www.CCINDLE.org

Contactinformatie

Thema
Actualiteiten, Onderwijs, Radboud toen en nu