Self-fulfilling prophecy
Waarom hebben kinderen op witte scholen eigenlijk meer kansen?, vroeg Jansen. Hoe werkt dat mechanisme precies? Denessen antwoordde dat er natuurlijk verschillende factoren een rol spelen. Vaak wordt er minder geleerd, ligt het tempo lager en is de hoeveelheid behandelde leerstof minder. Dit komt door een deel omdat de leraar tijd kwijt is aan andere zaken. Maar het kan ook een inschatting zijn van wat de docent denkt dat kinderen aankunnen. Dat wordt op zwarte scholen vaak onderschat, en zo ontstaat een self-fulfilling prophecy.
Kansenongelijkheid de wereld uit?
In vergelijking met twintig jaar geleden zijn er veel meer mogelijkheden om te vergelijken. Is de kansenongelijkheid toegenomen, of zijn we ons er alleen maar meer van bewust? Waarschijnlijk dat laatste, zegt Denessen. Er is meer aandacht voor, maar het probleem is er altijd al geweest. Er bestaat ook geen onderwijssysteem zonder kansenongelijkheid. Het is een unfulfillable promise: je moet er naar streven, maar een systeem van gelijke kansen bestaat niet. Kinderen leren altijd óók van hun ouders, en ouders verschillen in de bagage die ze hun kinderen kunnen meegeven. Een extreme oplossing zou ‘staatsopvoeding’ zijn, door kinderen weg te halen bij hun ouders, maar dat wil ook niemand. We zitten dus in een systeem dat ongelijke kansen blijft bevorderen, maar we zéggen dat dat niet zo is. Een eerste stap zou dus moeten zijn om hier eerlijk over te zijn. En het gesprek voeren over ‘wanneer is het gelijk genoeg’. Denessen zelf zit aan de kant van ‘nooit genoeg’, zegt hij. “Maar ook mensen die zeggen dat het nu al eerlijk genoeg is: als je toevallig slimme ouders hebt, heb je gewoon geluk.”
Naar school in de wijk
Segregatie tussen scholen leidt er ook toe dat kinderen op zwarte scholen intellectueel kapitaal missen dat kinderen van hoogopgeleide ouders meebrengen, stelt Denessen. Als een groep kinderen de taal vloeiend beheerst, pakken anderen het sneller op. Dit geldt ook voor maatschappelijke thema’s: hoe meer diversiteit in opvattingen er is in een groep, hoe beter dit is voor de sociale cohesie. Denessen is daarom ook sceptisch tegenover de vrijheid van onderwijs die we in Nederland kennen: om segregatie tegen te gaan zou het beter zijn als kinderen gewoon naar de school in de wijk gaan.
Scholen moeten kiezen
Er lijken steeds meer taken bij te komen in het onderwijs, zegt Jansen. Misschien is de rek eruit? Nouja, zegt Denessen, in de jaren ’90 bestond al het gevoel dat alle taken vanuit de samenleving op het bordje van het onderwijs terecht komen. En het is ook zo dat er veel voorzieningen voor kinderen en jongeren zijn wegbezuinigd in de laatste twintig jaar. Maar de taak van het onderwijs is altijd al méér geweest dan kinderen iets leren. Scholen zouden wel meer keuzes kunnen maken in hoeveel tijd ze willen besteden aan bepaalde taken. Als de samenleving harder wordt, krijgen gestandaardiseerde scores steeds meer gewicht. Ook daarin bestaat polarisatie: er zijn scholen en wetenschappers die steeds meer inzetten op toetsen en prestaties, en anderen die dit bijna een vies woord vinden. Dit gaat ten koste van bredere visies op onderwijs. In gesprek blijven is daarom van groot belang.