Eddie Denessen en Liesbeth Jansen
Eddie Denessen en Liesbeth Jansen

Favoriten. Over kansenongelijkheid in het onderwijs | Film & Gesprek met onderwijswetenschapper Eddie Denessen

Niet elk kind in de klas heeft dezelfde kansen. Welke factoren spelen een rol bij kansenongelijkheid in het onderwijs? Wat kunnen scholen en leraren doen om hun leerlingen gelijke kansen te bieden? En wat zijn de gevolgen van kansenongelijkheid in het onderwijs voor onze samenleving? Leer van onderwijswetenschapper Eddie Denessen over kansenongelijkheid in het onderwijs.

Podcast

Maandag 10 maart 2025 | 19.30 - 22.30 uur | LUX, Nijmegen | Radboud Reflects en LUX. Bekijk de aankondiging.

Lees de aankondiging in De Gelderlander.

Verslag

Verslag door Liesbeth Jansen

Kansenongelijkheid is een veelkoppig probleem dat zich maar moeilijk laat uitroeien. Samen met onderwijskundige Eddie Denessen keken de deelnemers bij LUX naar de documentaire Favoriten waarin een klas uit een kwetsbare wijk in Wenen drie jaar lang gevolgd wordt. Wat zijn de overeenkomsten en verschillen met de situatie in Nederland? 

Drie brillen op onderwijs

Tijdens een korte kijkwijzer voorafgaand aan de documentaire zette Denessen uiteen dat je met verschillende “brillen” naar kansenongelijkheid kunt kijken. Ten eerste die van de didacticus, die naar de inhoud van het onderwijs kijkt: hebben alle kinderen in de klas optimale kansen om zich te ontwikkelen? Hoe is de kwaliteit van het onderwijs, krijgen de leerlingen genoeg uitdagingen? Zijn er verschillen tussen kinderen in de klas en in vergelijking met andere klassen? Als tweede de bril van de pedagoog, die focust op de kansen die kinderen krijgen om zich te ontwikkelen in een veilige en warme context. En als derde de beleidsmatige of sociaal politieke bril: in hoeverre draagt het onderwijs bij aan de maatschappelijke taken die de school heeft? Draagt de school bij aan sociale cohesie? Krijgen de kinderen op deze school evenveel kansen om welvarende burgers te worden als andere kinderen?

Verwachtingen

Na de film ging Eddie Denessen in gesprek met moderator Liesbeth Jansen, die als eerste wilde weten of Denessen het eens is met de recensies die stellen dat de documentaire een voorbeeld bij uitstek is van wat goed onderwijs kan bewerkstelligen. Denessen stelde als eerste dat een film natuurlijk geen volledig beeld geeft van wat er in een klas gebeurt, daarom is het moeilijk om een echt antwoord te geven. Vooral het einde liet wel zien dat er tussen de docent en de leerlingen in de loop der jaren een goede en warme relatie is gegroeid. De hele basisschool dezelfde docent, sloot Jansen aan, is dat eigenlijk een goed idee? Nou nee, lachte Denessen, eigenlijk pleit ik juist voor zoveel mogelijk verschillende leraren. Een docent heeft verwachtingen bij een leerling. Als het kind verandert, heeft het soms de ogen van een ander nodig om dat waar te nemen zodat de verwachtingen niet bestendigd worden. Bovendien hebben niet alle kinderen dezelfde affectieve relatie met een leraar. Als je een slechte band hebt met je docent, wordt je schooltijd een moeilijke tijd.

Het moment van selectie

Eén van de brillen die Denessen in zijn kijkwijzer noemde, was die van de didacticus. Hoe zouden we vanuit dit perspectief het onderwijs in de film beoordelen? Denessen zegt dat het erop lijkt dat sommige kinderen meer aandacht en ondersteuning krijgen dan anderen. Bovendien krijgen deze kinderen allemaal behoorlijk weinig leerkansen omdat ze binnen 4 jaar al geselecteerd moeten worden voor het vervolgonderwijs. Tijd, stelde Denessen, is een groot tekort om genoeg leerkansen te krijgen. In Oostenrijk vindt selectie plaats als kinderen 10 jaar zijn, in Nederland als ze 12 zijn. In Angelsaksische landen wordt het niveau pas bepaald wanneer kinderen 15 zijn, dat is beter. Waarom doen wij het dan niet anders? Tja, antwoordde Denessen, het is moeilijk om dingen te veranderen die je altijd al zo hebt gedaan; voor een deel is het ook cultuur. En toch zou het verstandig zijn, want onderzoek wijst uit dat bij vroege selectie het opleidingsniveau van ouders een grotere rol speelt bij de onderwijsopbrengsten van kinderen dan bij een latere selectie.  

Eddie Denessen en Liesbeth Jansen
Eddie Denessen en Liesbeth Jansen - foto Noortje Schonck

Self-fulfilling prophecy

Waarom hebben kinderen op witte scholen eigenlijk meer kansen?, vroeg Jansen. Hoe werkt dat mechanisme precies? Denessen antwoordde dat er natuurlijk verschillende factoren een rol spelen. Vaak wordt er minder geleerd, ligt het tempo lager en is de hoeveelheid behandelde leerstof minder. Dit komt door een deel omdat de leraar tijd kwijt is aan andere zaken. Maar het kan ook een inschatting zijn van wat de docent denkt dat kinderen aankunnen. Dat wordt op zwarte scholen vaak onderschat, en zo ontstaat een self-fulfilling prophecy. 

Kansenongelijkheid de wereld uit? 

In vergelijking met twintig jaar geleden zijn er veel meer mogelijkheden om te vergelijken. Is de kansenongelijkheid toegenomen, of zijn we ons er alleen maar meer van bewust? Waarschijnlijk dat laatste, zegt Denessen. Er is meer aandacht voor, maar het probleem is er altijd al geweest. Er bestaat ook geen onderwijssysteem zonder kansenongelijkheid. Het is een unfulfillable promise: je moet er naar streven, maar een systeem van gelijke kansen bestaat niet. Kinderen leren altijd óók van hun ouders, en ouders verschillen in de bagage die ze hun kinderen kunnen meegeven. Een extreme oplossing zou ‘staatsopvoeding’ zijn, door kinderen weg te halen bij hun ouders, maar dat wil ook niemand. We zitten dus in een systeem dat ongelijke kansen blijft bevorderen, maar we zéggen dat dat niet zo is. Een eerste stap zou dus moeten zijn om hier eerlijk over te zijn. En het gesprek voeren over ‘wanneer is het gelijk genoeg’. Denessen zelf zit aan de kant van ‘nooit genoeg’, zegt hij. “Maar ook mensen die zeggen dat het nu al eerlijk genoeg is: als je toevallig slimme ouders hebt, heb je gewoon geluk.” 

Naar school in de wijk

Segregatie tussen scholen leidt er ook toe dat kinderen op zwarte scholen intellectueel kapitaal missen dat kinderen van hoogopgeleide ouders meebrengen, stelt Denessen. Als een groep kinderen de taal vloeiend beheerst, pakken anderen het sneller op. Dit geldt ook voor maatschappelijke thema’s: hoe meer diversiteit in opvattingen er is in een groep, hoe beter dit is voor de sociale cohesie. Denessen is daarom ook sceptisch tegenover de vrijheid van onderwijs die we in Nederland kennen: om segregatie tegen te gaan zou het beter zijn als kinderen gewoon naar de school in de wijk gaan. 

Scholen moeten kiezen

Er lijken steeds meer taken bij te komen in het onderwijs, zegt Jansen. Misschien is de rek eruit? Nouja, zegt Denessen, in de jaren ’90 bestond al het gevoel dat alle taken vanuit de samenleving op het bordje van het onderwijs terecht komen. En het is ook zo dat er veel voorzieningen voor kinderen en jongeren zijn wegbezuinigd in de laatste twintig jaar. Maar de taak van het onderwijs is altijd al méér geweest dan kinderen iets leren. Scholen zouden wel meer keuzes kunnen maken in hoeveel tijd ze willen besteden aan bepaalde taken. Als de samenleving harder wordt, krijgen gestandaardiseerde scores steeds meer gewicht. Ook daarin bestaat polarisatie: er zijn scholen en wetenschappers die steeds meer inzetten op toetsen en prestaties, en anderen die dit bijna een vies woord vinden. Dit gaat ten koste van bredere visies op onderwijs. In gesprek blijven is daarom van groot belang. 

Aankondiging

Niet elk kind in de klas heeft dezelfde kansen. Welke factoren spelen een rol bij kansenongelijkheid in het onderwijs? Wat kunnen scholen en leraren doen om hun leerlingen gelijke kansen te bieden? En wat zijn de gevolgen van kansenongelijkheid in het onderwijs voor onze samenleving? Kom kijken naar de film Favoriten en luister na afloop naar onderwijswetenschapper Eddie Denessen over kansenongelijkheid in het onderwijs.

Bekijk de trailer

Favoriten

De documentaire Favoriten (2024) gaat over een basisschoolklas in de Weense wijk Favoriten. De leerlingen komen uit de meest uiteenlopende landen, en brengen elk hun eigen culturele bagage mee. Maar hoe verschillend de kinderen ook zijn, één ding hebben ze gemeen: ze doen hun uiterste best om Duits te leren, net als de ruim 60% andere kinderen op Weense basisscholen die Duits niet als moedertaal hebben.

Juf Ilkay Idiskut doet er alles aan om haar 25 leerlingen kansen te bieden die ze anders niet zouden krijgen, bijvoorbeeld omdat hun ouders geen opleiding hebben gevolgd, of omdat de school geen middelen heeft om extra hulp te bieden. De kinderen worstelen met problemen, zowel op school als thuis, maar tonen ook grote kracht, talent en motivatie. De school zelf worstelt met een ernstig tekort aan leraren. De impact daarvan is groot, vooral als juf Idiskut met zwangerschapsverlof moet, zonder dat er een vervanger is.

Kansenongelijkheid in het onderwijs

Favoriten geeft een bijzonder inkijkje in het dagelijks leven van leerlingen en hun leerkracht in een kwetsbare wijk. De problemen waar ze mee worstelen maakt dat deze leerlingen minder kansen hebben dan leeftijdsgenoten zonder deze problemen. Het verhaal van deze Weense schoolklas werpt de vraag op hoe het ervoor staat met kansengelijkheid in Nederland. Hoe goed doet Nederland het als het gaat om kansengelijkheid? Welke factoren spelen een rol in het ontstaan van kansenongelijkheid? Hoe kunnen we deze ongelijkheid verminderen? En wie is daarvoor verantwoordelijk?

Bekijk na een korte kijkwijzer door onderwijswetenschapper Eddie Denessen de documentaire Favoriten en sluit na afloop aan bij het gesprek ove  kansenongelijkheid in het Nederlandse onderwijs. Kom kijken en luisteren en stel je vragen!

Over de spreker

Eddie Denessen is onderwijswetenschapper en hoogleraar bij het Behavioural Science Institute van de Radboud Universiteit. Hij is gespecialiseerd in diverse onderzoeksgebieden die raken aan 

Contactinformatie

Wil je op de hoogte blijven van de activiteiten van Radboud Reflects? Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief.

Organisatieonderdeel
Radboud Reflects
Thema
Filosofie, Kunst & Cultuur, Media & Communicatie, Onderwijs, Opvoeding, Samenleving, Wetenschap