Derek Strijbos, Barbara Franke en Marcel Becker - Foto Ramon Tjan
Derek Strijbos, Barbara Franke en Marcel Becker - Foto Ramon Tjan

Psychiatrische aandoeningen. Meer dan alleen hersenproblemen? | Lezing en gesprek met bioloog Barbara Franke en filosoof Derek Strijbos

Hoe ontstaan psychiatrische aandoeningen? Is het een kwestie van biologische mechanismen in de hersenen die niet meer goed functioneren en die op individueel niveau behandeld moeten worden? Of spelen ook maatschappelijke factoren, relaties, karaktereigenschappen of de hoogte van je bankrekening een rol? En als dat zo is, hoe kunnen psychiatrische patiënten dan het beste geholpen worden? Filosoof en psychiater Derek Strijbos en bioloog Barbara Franke over de vraag of psychiatrische aandoeningen meer dan een hersenprobleem zijn.

Video | Podcast

Dinsdag 31 oktober 2023 | 20.00 - 21.30 uur |Collegezalencomplex CC5 | Radboud Reflects en Donders Institute Bekijk de aankondiging.

Verslag

Door Pam Tönissen | Foto's Ramon Tjan

Wat zijn psychiatrische aandoeningen?

Wat zijn psychiatrische aandoeningen? Zit het puur in onze hersenen? Of spelen onze relaties, ons inkomen en ons karakter ook een rol? En zo ja, waar ligt dan de grens tussen psychiatrische problemen en problemen van een andere orde? Over die vraag gingen bioloog Barbara Franke en filosoof Derek Strijbos, na elk een korte lezing te hebben gegeven, in gesprek onder leiding van ethicus Marcel Becker. Het bijna 200-koppige publiek luisterde aandachtig, af en toe knikkend of juist het hoofd schuddend.  

Barbara Franke - Foto Ramon Tjan
Barbara Franke - Foto Ramon Tjan

Erfelijk: wat betekent dat eigenlijk?

Barbara Franke opende de avond met de biologische kant van psychiatrische aandoeningen. Ze deelde een paar statistieken: bijna de helft van de mensen krijgt in het leven met een psychiatrische aandoening te maken en veel van deze aandoeningen ontstaan al vóór de leeftijd van 25 jaar. Je hoort vaak: “Het zit in de familie”. Het klopt dat genen een grote rol spelen, maar het is niet zo dat de aanwezigheid van een genetische aanleg onmiddellijk ook tot een psychiatrische aandoening leidt: het is vaak een opstapeling van meerdere factoren, waaronder genetische. Elk gen dat betrokken is bij het tot stand komen van een biologisch proces kan meer of minder effectief zijn. Hoe meer genetische varianten die ineffectief werken er aan zo’n biologisch proces bijdragen, hoe groter de kans dat er een probleem ontstaat. “Ons brein is het meest complexe en meest flexibele orgaan dat wij in ons lichaam hebben. Dat betekent dat ons brein een heleboel kan opvangen.” Aldus Franke. Maar hoe meer niet optimaal functionerende factoren, hoe moeilijker dit wordt.

Symptomen die we associëren met psychiatrische aandoeningen komen vaak voor in een groot deel van de populatie, vervolgde Franke, maar een deel van de populatie heeft last van heel veel van deze symptomen. Als de persoon en diens omgeving hier last van heeft, dan is er spraken van een psychiatrische aandoening. Deze drempelwaarde van symptomen is door mensen vastgesteld en is gebaseerd op de mate waarin mensen eronder lijden. Dit spectrum van symptomen wordt gespiegeld door genetische aanleg: deze aanleg bestaat in een groot deel van de populatie, maar sommige mensen hebben meer genetische aanleg dan anderen en dus meer kans op een aandoening.

Maar biologie is niet het hele verhaal: omgevingsfactoren spelen in alle fases van het ontstaan van een psychiatrische aandoening een rol, in interactie met genetische factoren. “Omgevingsfactoren kunnen twee kanten op werken: ze kunnen de uitwerking van genetische factoren verergeren, maar ook verminderen. “Erfelijke aanleg voor bijvoorbeeld ADHD is niet deterministisch,” benadrukt Franke. “Je kunt veel doen in iemands omgeving om diens symptomen te verminderen.”

Derek Strijbos - Foto Ramon Tjan
Derek Strijbos - Foto Ramon Tjan

Waar hebben we het over?

Derek Strijbos voegt een filosofisch perspectief toe aan het biologische perspectief van Franke. “Het is een beetje een dooddoener, maar de werkelijkheid is zo enorm complex dat het je gaat duizelen,” stelt hij. Epi-genetische factoren, de breinen waar deze factoren in voorkomen, de mensen waar deze breinen in huizen en de culturen waar deze mensen in leven. Alles werkt op elkaar in. Ook hoe de zorg is ingericht, en daarmee de politiek, spelen een grote rol in de mate waarin mensen die vastlopen geholpen kunnen worden door zorgprofessionals. En daarin zitten weer normen en waarden verborgen. “We zien dus een hele complexe weerwar van relaties van micro naar macro en van macro naar micro.” Waar trekken we de grenzen in deze kluwen aan relaties? Waar spreken we van individu en waar van omgeving? “Waar ligt de grens tussen functioneel en disfunctioneel gedrag, en op grond waarvan wordt dat bepaald? Dit brengt ons op de bredere vraag: wat zijn psychiatrische aandoeningen?” Strijbos gebruikte in de rest van zijn lezing liever het woord ‘psychische aandoeningen’, volgens hem een meer accurate beschrijving.

Strijbos schetst vier perspectieven van waaruit je de vraag naar psychische aandoeningen kunt begrijpen. Ten eerste het perspectief van wetenschappelijk feiten: de wetenschap bepaalt dan wat een aandoening precies is. Ten tweede dat van het sociaal construct: psychische aandoeningen zouden enkel bepaald worden door maatschappelijke dynamieken die bijvoorbeeld gericht zijn op het uitsluiten van wat als ‘niet-normaal’ wordt gezien. Ten derde kun je deze aandoeningen zien als praktisch hulpmiddel: hoe kunnen we het concept van een aandoening inzetten om mensen zo goed mogelijk te helpen?. Tot slot noemde hij het perspectief van de buitengewone ervaring: buitengewone ervaring: misschien kan alleen de persoon die zelf de aandoening ervaart écht weten wat het is.

De vraag is nu, vervolgende Strijbos, hoe deze verschillende perspectieven zich tot elkaar verhouden. En ook hoe ze elkaar kunnen aanvullen: “je wilt dat professionals zowel gebruik kunnen maken van wat hun cliënten hen vertellen over hun ervaring, maar ook wat de wetenschap vertelt.”

Strijbos sloot zijn lezing af door het idee van filosofie als conceptual design te introduceren: als je deze stijl van filosoferen toepast, probeert niet langer een sluitende definitie van psychische aandoeningen te ontwikkelen. In plaats daarvan ga je nadenken wat het concept hiervan voor ons zou moeten doen. Dit kan van alles zijn: mensen helpen, de-stigmatiseren, het geven van waardigheid aan mensen die psychisch lijden. “De grote uitdaging is om al deze perspectieven te combineren, zodat je de mogelijkheid krijgt om aan allerlei verschillende knoppen te draaien.”

Derek Strijbos, Barbara Franke en Marcel Becker - Foto Ramon Tjan
Derek Strijbos, Barbara Franke en Marcel Becker - Foto Ramon Tjan

Gesprek

Marcel Becker roept beide sprekers het podium op voor een gesprek en vraagt: op welke vraag die u zojuist hebt onderscheiden, bent u in de behandelpraktijk nu het meest gericht? Strijbos antwoorde dat hij bij alle vragen regelmatig uitkomt, en legde uit dat het doel altijd is om op basis van iemands verhaal tot een behandeling te komen. Daarbij spelen alle perspectieven een rol. Soms is een sociaal-maatschappelijk probleem niet te onderscheiden van een psychiatrisch probleem, en zijn beiden deel van iemands diagnose. “Wat je als psychiater goed kunt doen, ik iemand helpen om de verschillende perspectieven te integreren door de juiste vragen te stellen.”

Becker vraagt zich af of de manier waarop we gedrag classificeren ook afhankelijk is van waar we als samenleving op gericht zijn, en oppert dat ADHD problematischer lijkt in een samenleving die enorm is gericht op presteren. Franke beaamt dat de aandacht-component van ADHD bij ons inderdaad meer op de voorgrond staat, terwijl in andere culturen en tijden de hyperactiviteit meer centraal kan staan. Maar uiteindelijk moet de mate waarin een persoon psychisch lijdt centraal staan, ongeacht cultuur. Strijbos is het hiermee eens: een diagnose kan helpen, maar je moet vooral duidelijk zijn over wat een label wel en ook niet betekent, en steeds nagaan of iemand zich hierin herkent.

Aankondiging

Hoe ontstaan psychiatrische aandoeningen? Is het een kwestie van biologische mechanismen in de hersenen die niet meer goed functioneren en die op individueel niveau behandeld moeten worden? Of spelen ook maatschappelijke factoren, relaties, karaktereigenschappen of de hoogte van je bankrekening een rol? En als dat zo is, hoe kunnen psychiatrische patiënten dan het beste geholpen worden? Kom luisteren naar filosoof en psychiater Derek Strijbos en bioloog Barbara Franke en denk mee over de vraag of psychiatrische aandoeningen meer dan een hersenprobleem zijn.

In je lichaam

Psychiatrische aandoeningen hebben veel te maken met ons lichaam: er kan van alles misgaan in je hersenen, met je hormonen, en ook je stofwisseling kan van invloed zijn. En dan zijn er natuurlijk nog onze genen, waardoor de één kwetsbaarder is dan de ander. Medicatie, therapie, of andere vormen van begeleiding zijn voor sommige patiënten een uitkomst. Maar anderen komen muurvast te zitten, ondanks de hulp die ze krijgen.

Web van relaties

Naast de lichamelijke klachten van psychiatrische patiënten kunnen we ook kijken naar het  complexe web van relaties waarin mensen zich begeven, stelt psychiater en filosoof Derek Strijbos. Hij pleit voor een meer holistische aanpak van de geestelijke gezondheidszorg. We proberen nu vaak ‘het probleem’ te isoleren en te behandelen, los van alle andere factoren die in iemands leven een rol spelen. Door maar één factor tegelijk aan te pakken, blijven we blind voor de manier waarop deze verschillende factoren op elkaar inwerken. Misschien zijn iemands schulden, moeilijke relatie of uitzichtloze toekomst ook wel deel van de psychiatrische problemen. Of blijven hersenen en hormonen toch het belangrijkst?

Kom luisteren naar bioloog Barbara Franke en filosoof Derek Strijbos, en laat je meenemen in de cocktail van genen, hormonen, hersencellen en sociale relaties.

Over de sprekers

Barbara Franke is hoogleraar Moleculaire psychiatrie aan de Radboud Universiteit en hoofdonderzoeker aan het Donders Institute for Brain, Cognition and Behaviour. Ze bestudeert invloeden van erfelijke factoren op psychische problemen, zoals ADHD. Zij richt zich op het begrijpen van biologische mechanismen, die de effecten van zulke factoren op het ontstaan van de problemen verklaren. Daarvoor onderzoekt zij moleculen, hersencellen en het brein.​

Derek Strijbos is universitair docent Filosofie aan de Radboud Universiteit. Tevens is hij directeur van de psychiatrie-opleiding (A-opleider) bij Dimence Groep in Zwolle en Deventer. Hij is als psychiater gespecialiseerd in herstelgerichte, flexibele assertieve gemeenschapsbehandeling (F-ACT), met speciale aandacht voor volwassenen met ASS. Zijn onderzoek richt zich momenteel op verschillende onderwerpen in de filosofie van de psychiatrie.

Contactinformatie

Wil je op de hoogte blijven van de activiteiten van Radboud Reflects? Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief.

Organisatieonderdeel
Radboud Reflects
Thema
Ethiek, Filosofie, Zorg & Gezondheid