Video | Podcast
Maandag 17 juni 2024 | 20.00 – 21.30 uur | LUX, Nijmegen | Radboud Reflects en Nimma aan Zee. Bekijk de aankondiging.
Verslag
Door Tim Dedel | Foto's door Sarah Danz
Mensen zien zichzelf als kroon op de schepping. Traditioneel heerst het idee dat we verheven staan boven de dieren, door intelligentie, economische en politieke systemen en het vermogen om samen te werken. Maar daarin zijn we niet uniek. Hoe zit dat bij dieren? Hoe ervaren ze de wereld? Hoe werken ze samen? Hoe gaan ze om met hun omgeving? En wat kunnen wij daar als mensen van leren in tijden van ecologische crisis? Op deze en andere vragen gaven sprekers Gerard Kuperus en Bas van Woerkum-Rooker een antwoord.
Moderator Pam Tönissen opende de avond met een korte introductie en een vraag aan het publiek. Ze vroeg of mensen een huisdier hadden en of ze ooit het idee hebben gehad dat hun huisdier op sommige vlakken intelligenter is dan zij zelf. Een aantal mensen staken hun hand op. Als dieren slimmer zijn, zo sloot Tönissen de inleiding af, kunnen we dan iets van ze leren?
De wereld van de forel
Gerard Kuperus, onderzoeker integrale ecologie en hoofd van het Laudato Si’- Instituut, trapte de avond af met een lezing over de wereld van de forel. Hij opende zijn lezing met een korte anekdote over een groep studenten die op pad ging in de wilde natuur en gaandeweg ontdekte hoe alle elementen die ze tegen kwamen – de rivier, de dieren en vegetatie – met elkaar waren verbonden. Ze hadden de perceptie van de natuur als een ecosysteem: de complexe wisselwerking en verbondenheid tussen verschillende levensvormen. Zo kunnen we de natuur opvatten als een geschenkeconomie, waarin je geeft en krijgt. Denk bijvoorbeeld aan de forel: die voedt zichzelf in de zee, zwemt vervolgens stroomopwaarts de rivier in en voedt op zijn beurt weer de planten, bomen, beren, vogels en mensen. “Hoe kunnen wij net als zalmen of forellen een positieve hoeksteen van ecosystemen worden, waar andere soorten op kunnen bouwen? Hoe kunnen wij in deze wederkerige politiek meegaan?” vroeg Kuperus zich hardop af.