Een extra puzzelstukje
Tijdens de discussie kwam de vraag op: kunnen we binnen 25 jaar gedachten lezen? Zeldenrust temperde de verwachtingen: “Gedachten zijn geen eenduidig iets. Emoties en herinneringen zitten verspreid en vaak diep in het brein.” Toch zijn er patronen die bij veel mensen terugkomen, vulde Haselager aan, wat het mogelijk maakt om bepaalde structuren te herkennen.
Maar wat kunnen bedrijven dan precies met hersendata? En hoe verhoudt die zich tot gedragsdata, die nu al op grote schaal wordt verzameld? “Als je bij een afbeelding net iets langer blijft hangen, zegt dat al veel over je voorkeuren,” aldus Zeldenrust. Hersendata staat dus niet op zichzelf, maar vormt samen met gedragsdata een steeds completer profiel van een persoon. “Het is een extra puzzelstukje.” En dat puzzelstukje kan veel waarde hebben – denk aan neuromarketing, waarbij hersenactiviteit inzicht geeft in wat mensen aantrekkelijk vinden. Eye-tracking kon dat al deels, maar hersendata voegt daar een nieuwe dimensie aan toe.
Neurorechten
Hoe beschermen we onze hersendata? Heremans verwees naar het ethisch kader dat rond deze technologieën is ontwikkeld. In zijn installaties staan vijf zogeheten neurorechten centraal: bescherming van mentale privacy, persoonlijke identiteit, vrije wil, gelijke toegang tot mentale augmentatie, en bescherming tegen algoritmische vooroordelen. Deze rechten zijn volgens hem essentieel in een wereld waarin hersendata via koptelefoons, oortjes en meditatieapps al wordt verzameld – en dat zal alleen maar toenemen.
Een groot probleem, voegde Haselager toe, is dat “je weet dat er data wordt verzameld, maar niet wat daar uiteindelijk uit gehaald kan worden.” Hij pleitte daarom voor een houdbaarheidsdatum op hersendata, om misbruik zoveel mogelijk te beperken.
Neurokapitalisme en de noodzaak van regulering
De commerciële interesse in hersendata is de afgelopen tien jaar explosief gegroeid. We bevinden ons in het tijdperk van het neurokapitalisme. “Als iets principieel mogelijk is, dan gaat het gebeuren,” stelde Haselager. Dat maakt de roep om neurorechten urgenter dan ooit. “We moeten proactief zijn en dit als samenleving bespreken.”
Regulering is volgens hem niet alleen een kwestie van beperken, maar ook van ruimte scheppen. Technologie ontwikkelt zich razendsnel, dus wetgeving moet flexibel zijn en regelmatig worden herzien. “Je wilt ook niet het kind met het badwater weggooien.” De grote uitdaging van dit moment ligt in het vinden van een balans tussen de risico’s én de kansen van neurotechnologie.