Lijngrafieken maken

Onderwerpen:
1) Data in Excel krijgen
2) Het maken van een standaardgrafiek (met behulp van tijdreeksgegevens)
3) Met behulp van regressiecoëfficiënten een figuur maken
4) In het kort

Inleiding

Vaak worden de analyses binnen SPSS gedaan. Het is vaak echter handiger om de grafieken in een spreadsheetprogramma, zoals Excel te maken. Dit gaat niet altijd op, omdat SPSS een aantal mogelijkheden heeft om grafieken te maken en in de nieuwe versies lijkt dit alleen maar meer te worden. Toch zal gebruik gemaakt worden van Excel, omdat dit voor de meeste grafieken een oplossing kan bieden. Zoals gezegd is Excel een spreadsheetprogramma. Als je Excel opstart, lijkt het scherm erg op het datamatrixvenster zoals je dat binnen SPSS (voor Windows) ziet. In tegenstelling tot SPSS is Excel niet rij (respondent) en kolom (variabele) georiënteerd, maar is deze cel georiënteerd. Voor het maken van een nieuwe gegevenreeks moet je dan ook per cel aangeven wat er in moet komen te staan. Verder zijn lege cellen niet per definitie missings. Meer hierover zie punt 3 hieronder.

Notatie:

In het algemeen geldt in deze beschrijving dat als je binnen het menu <beeld> het submenu <werkbalken> en daarbinnen het weer de werkbalk <tekenen> moet selecteren, ik dit aan geef als <beeld>, <werkbalken>, <tekenen>. Met <ctrl> wordt de controltoets bedoeld.

1) Data in Excel krijgen
Er zijn meerdere mogelijkheden om de data in Excel te krijgen. Allereerst kan je natuurlijk de data gewoon intypen of laten berekenen (op basis van bijvoorbeeld regressiecoëfficiënten). Ten tweede kan je de totale datamatrix als Excel-(4.0)-bestand opslaan (<bestand>, <save as>) en in Excel openen. Ten derde kan je de output opslaan als html-bestand. Ook deze kan je vervolgens in Excel inlezen. Ten vierde kan je binnen SPSS een tabel selecteren en de benodigde cellen kopiëren en in Excel plakken, dit is vooral handig voor grote tabellen, waarbij je maar een kolom nodig hebt (bijvoorbeeld bij survival analyse). Tot slot kan je ook een hele tabel (of meerdere) in SPSS selecteren en kopiëren en in Excel plakken. Dit is vaak de makkelijkste manier en deze zal hier ook gebruikt worden.

  1. Voor onderstaande grafiek is data gegenereerd. Voor 13 meetmomenten (lopend van 1950 tot 2005, met onregelmatige tussenpozen) is een variabele geconstrueerd met gemiddelde 0,79 en std dev 1,02. De respondenten in deze dataset zijn gewogen, waardoor het aantal respondenten niet precies een geheel getal vormt. In lijngraf.spo is een uitdraai gemaakt van de gemiddeldes per meetmoment. Selecteer deze grafieken (door er eenmaal links op te klikken) en kopieer deze grafiek naar het geheugen/klembord. Dit kan met <ctrl>-c of met <edit>,<copy>.
  2. Open vervolgens Excel. Klik met de muis in een cel staan (tip: niet de allerbovenste, maar neem bijvoorbeeld cel a6) en plak de tabel in Excel (met <ctrl>-v of met <bewerken>,<plakken>.
  3. Voor de verdere verwerking is het handiger om per kolom een soort gegeven te hebben. Dus één kolom met jaartallen, één met gemiddelde, één met N en één met de standaard deviatie. Om dit te doen is het nodig om de juiste cellen te selecteren en te knippen/kopieren en te plakken. Het selecteren van de cel gaat als volgt: Houd de controltoets ingedrukt en klik alle cellen van de gemiddeldes. Kopieer en plak die na een vrij cel (bijvoorbeeld naar g6). Doe het zelfde met N en std deviatie (naar respectievelijk h6 en i6). De jaartallen kunnen wel als range gekopieerd worden. Selecteer hiervoor de eerste cel (linksklikken met de muis) ga na de laatste te selecteren cel, houd de shift-knop ingedrukt en klik met je linkermuisknop. Met kopie en paste kan je de jaartallen op zijn plaats krijgen (bijvoorbeeld in f6). Zet boven iedere kolom een logische naam (bijvoorbeeld: jaar, gemiddelde en N).

2) Het maken van een ‘standaardgrafiek’

Met behulp van de net ingelezen gegevens wordt een ‘standaardgrafiek’ gemaakt, waarin we het jaartal op de x-as uitzetten tegen het gemiddelde in dat jaar. Het is de bedoeling dat de grafiek later ook afgedrukt gaat worden en om kosten te sparen, zal dat in grijstinten (zwart/wit) gebeuren. Hou hier rekening bij het kiezen van kleuren etc. Wat er in kleur erg mooi en duidelijk uitziet kan met zwart/wit helemaal wegvallen (geel bijvoorbeeld is nauwelijks te zien. Hetzelfde geldt voor het onderscheidt tussen blauw en zwart. lijngraf

  1. Selecteer de cellen, die je als lijn wilt weergeven. In dit geval zijn dit de cellen met de gemiddeldes. Let op dat je het totaal niet meeneemt.
  2. Voeg een grafiek in (<invoegen>, <grafiek>). De wizard grafieken maken wordt nu geopend. Deze wizard bestaat uit vier stappen, waarbij je een aantal basale zaken aan kan geven. De laatste stap is het maken van de grafiek, maar hierna kan je nog van alles instellen en veranderen (wat ook noodzakelijk blijkt te zijn).
  3. Kies de gewenste grafiek. In dit geval is het een lijngrafiek en wel de grafiek links in het midden: lijn met gegevensmarkering, die worden weergegeven bij elke gegevenswaarde. Als je het voorbeeld bekijkt, door op de knop <ingedrukt houden om het voorbeeld te bekijken> zie je dat elke waarneming op gelijke afstand staat en dat de waardes op de x-as lopen van 1 tot 13.
  4. Klik op <volgende> om naar de volgende stap te gaan. Hier kan je de gegevensbron controleren en aanpassen. In het voorste scherm staat het gegevens bereik en of de gegevens in kolommen of rijen staan. Als het goed is staat het in dit geval op kolommen. Als je bovenaan op het tabblad reeks klikt. Kan je de gegevens (per reeks) aanpassen. In dit geval heb je nog maar een reeks, namelijk van gemiddeldes. En deze kan je hier nog een keer controleren. Verder kan je hier de x-as-labels opgeven. Deze kan je selecteren uit je werkblad door bij ‘labels categorie-as (x)’ op lijn2te klikken. Je komt dat in je werkblad terecht en dan kan je met behulp van je muis en de shiftknop de jaartallen selecteren. In het scherm boven in komt de reeks te staan. Door op lijn3te klikken kom je weer terug in de wizard. Je ziet in het voorbeeld de jaartallen keurig op de x-as staan, ze staan nog niet op de goede afstand van elkaar, maar dat komt later. Je kan op dezelfde manier als met jaar de reeks een naam geven, maar je kan ook een tekst intypen.
  5. Klik op <volgende> om naar de volgende stap te gaan. In dit venster zijn met name de titels, de assen en de rasterlijnen interessant. Titels en dergelijke wijzen waarschijnlijk voor zichzelf. Bij assen kan je aangeven wat voor een soort as je hebt. Hier moet je voor ‘tijdschaal (x-as)’ kiezen. In het voorbeeld wordt gelijk de x-as aangepast. Deze loopt nu van 3-5-05 tot 21-6-05. Dit heeft te maken met hoe er omgegaan wordt met datums. Excel leest 1950 als 1950 dagen na 1-1-1900. Dit is lastig, maar niet ernstig. Dit corrigeren we later. We zien wel dat de afstanden nu goed zijn. Bij <rasterlijnen> kan je aangeven of je deze wil of niet.
  6. Klik op <volgende> om na de laatste stap te gaan. Hier kan je aangeven, waar de grafiek moet (in eigen blad of in een nieuw blad). Kies hier voor ‘als object in huidig blad’, omdat je dan data en grafiek bij elkaar hebt.
    Klik op <voltooien> om de grafiek aan te maken. Er wordt nu een grafiek gemaakt in het huidige blad en de totale grafiek is geselecteerd. Eventueel kan je de grafiek naar de gewenste plaats slepen. De grafiek bestaat uit verschillende onderdelen, die je ieder opzicht kan aanpassen. Deze onderdelen zijn: één of meer datareeksen, de categorie-as (X-as), de waarde-as (Y-as), de rasterlijnen, de legenda, het tekengebied (het grijze gebied) en §één of meer titelteksten. Door met de rechtermuisknop een grafiekgebied te klikken, open je een contextgevoelig menu, waarbij je ook het gebied kan bewerken.
  7. Selecteer (met rechtermuisknop) de x-as en kies <as opmaken> (als dit niet verschijnt heb je verkeerd geklikt). Kies het tabblad <getal> en kies de categorie <getal> en vervolgens 0 decimalen. Klik op <OK> om het resultaat te bekijken. De schaalwaardes lopen nu met stapjes van 7, (7 dagen), verander dit in 10 (<as opmaken>, <schaal>, <primaire eenheid>=10 dagen.). Verander eventueel het minimum en maximum van de as. Met <OK> zie je weer de resultaten.
  8. Het grafiekgebied is in verhouding tot de rest van de grafiek erg klein. Selecteer daarom het grafiekgebied (grijs deel) en maak dit groter, door de vierkantjes in de hoeken te slepen.
  9. Een nadeel is dat de lettergrootte mee veranderde. Om dit te herstellen, te voorkomen en voor de hele grafiek hetzelfde lettertype te gebruiken, klik je met rechts ergens in het witte vlak, zodat je kan kiezen <grafiekgebied opmaken>. Onder lettertype kan je het logischerwijs het lettertype aanpassen voor de hele grafiek. Als je het vakje automatisch schalen uitvinkt, blijft het lettertype altijd even groot. Kies bijvoorbeeld voor een negenpuntslettertype.
  10. Eventueel kan je de y-as aanpassen. Ook het grafiekgebied (nu nog grijs) en de tekenreeks (standaard blauw) kan je aanpassen. Denk erom dat je zwart/wit gaat printen. De legenda en titel kan je nog op een mooie plaats zetten of weghalen.

3) Met behulp van regressiecoëfficiënten een figuur maken.

  1. Het creëren van de data
    Een andere insteek om een figuur te maken is vanuit regressiecoëfficiënten. Stel je hebt twee onafhankelijke variabelen die lopen van 1 tot 100. Verder heb je een regressieanalyse gedaan, waarbij je van een variabele ook een tweede orde polynoom opgenomen had. Dus in de analyse zit X1, X2, en X22. De respectievelijke regressiecoëfficiënten bedragen 0,231; -0,0342; 0,0044 Het snijpunt met de y-as (constante) is 20,35. Met deze gegeven kan je binnen Excel de getallen creëren die je nodig hebt om een grafiek te maken. Allereerst maak je de x-as aan. In cel a3 zet je 0. In de cel daaronder type je een =-teken, loopt vervolgens een cel naar boven en typt +1 (plus). Als je op enter duwt zie je 1 in de cel verschijnen. Deze cel kopieer je vervolgens naar beneden (tot en met cel 103). Je hebt dan een reeks die loopt van 0 tot 100. Je kan ook een andere stapgrootte nemen, maar dan wordt de grafiek minder vloeiend. Die ‘=’ houdt in dat je een formule wilt gebruiken. In dit geval is het een erg simpele formule (tel bij de waarde van de bovenstaande cel 1 op). Met de pijltjestoetsen kan je andere cellen aanwijzen, die in de formule opgenomen moeten worden. Bij het kopieren van zo’n formule wordt de celaanduiding niet letterlijk overgenomen, maar relatief. Natuurlijk kan je wel verwijzen naar vaste cellen, maar dat gaat voor hier te ver. Vervolgens bereken je in de cel naast de cel met waarde nul (b3) de waarde van de afhankelijk variabele op basis van X1. Om dit te doen, ga je in de cel b3 staan. Typt = en loopt naar cel a3 vervolgens type je *0,231+20,35 en duwt op <enter>. In cel b3 komt nu de waarde 20,35 te staan. Probeer in cel c3 de waarde van de afhankelijke variabelen op basis van X2 te bereken. Om de cel a3 in het kwadraat te doen wordt het symbool ‘^2’ (= dakje 2) gebruikt. De cellen b3 en c3 kunnen vervolgens naar de cellen b4 tot en met c103 gekopieerd worden. Boven de datakolommen kan je voor het gemak labels zetten.
  2. Maken van de grafiek
    Door beide kolommen (inclusief eventuele kolomlabels) te selecteren, en op <invoegen>, <grafiek> te klikken kan je een nieuwe grafiek maken. Als je alle stappen van de wizard doorlopen heb, is het handig om van beide reeksen alleen de lijn te laten zien en niet de markering. Pas zonodig aan wat je goeddunkt.

4) In het kort komt een en ander op het volgende neer

(voor meer informatie zie het betreffende stuk boven)

Data in Excel krijgen
ab) Selecteer de tabel in SPSS en kopieer die naar Excel.
c) Orden de gegevens, zodat je een kolom met jaartallen, een met gemiddelde, een met N en een met de standaard deviatie krijgt.

Maken van een ‘standaardgrafiek’
a) Selecteer de cellen, die je als lijn wilt weergeven.
b) Voeg een grafiek in (<invoegen>, <grafiek>).
c) Kies de gewenste grafiek. In dit geval is het een lijngrafiek en wel de grafiek links in het midden.
d) Klik op <volgende >en het tabblad reeks en geef de x-as-labels op.
e) Klik op <volgende>, vul eventuele titels in en selecteer op het tabblad assen tijdschaal (x-as).
f)  Klik op <volgende>, geef aan waar de grafiek moet komen en klik voltooien.
g) Maak de x-as op (getalnotatie, schaalwaarde stappen, primaire eenheid, minimum, maximum).
h) Vergroot het grafiekgebied.
i)  Verander lettertype en zorg dat ie niet meer schaalt.
j)  Pas eventueel de y-as, het grafiekgebied en de tekenreeks aan. Verplaats zo nodig de legenda en de titel.

Met behulp van regressiecoëfficiënten een figuur maken
a) Maak een reeks die loopt van 0 tot 100. Bereken de X1 en X2-kolommen.
b) Selecteer beide kolommen en maak de grafiek, zorg ervoor dat je bij de lijnen de markering niet ziet.