Zoek in de site...

Herdenking overledenen RU 2011

Herdenking overledenen Radboud Universiteit Nijmegen 31 oktober 2011 Studentenkerk

berg

Thema: Troost


Aan deze viering werken mee:

Studentenkoor Hark! o.l.v. Willibrord Huisman

Marline van Hoek en Heleen Oudenhoven(dwarsfluit)

Liesbeth Jansen en John Hacking

Muziek uit Theleman

Welkom

Beste mensen, welkom in deze viering waarin wij de overledenen van dit afgelopen jaar herdenken van de Radboud Universiteit Nijmegen.

Straks zullen wij een lichtje ontsteken bij het noemen van hun namen. Op die wijze stellen wij hen present in ons midden.

Wij herdenken vandaag overleden medewerkers en studenten en oud-medewerkers waar wij de namen van hebben gekregen.Het thema vandaag is troost. Troost proberen te putten uit goede herinneringen. Uit dat wij hebben gedeeld met onze dierbare overledenen. Wat zo deel van onszelf is geworden, als een kostbaar stukje bezit. We lezen enkele gedichten in deze viering en het koor Hark zingt enkele liederen. Dat doen wij vanuit de verwachting dat dit misschien een kleine bijdrage kan leveren aan de verwerking van het verlies. Woorden gevat in muziek en in poëzie om ons op weg te helpen in deze tijd ná  het verlies. We zijn begonnen met muziek van de componist Theleman. Daarmee sluiten we straks ook af. Graag wens ik ons een inspirerende bijeenkomst en veel sterkte.

Korte stilte

Lied: Aller Augen

Ps. 145, 15-1, Melodie Heinrich Schütz

Aller Augen warten auf dich Herre

und du gibst ihnen ihre Speise zu seiner Zeit.

Du tust deine milde Hand auf und sättigest alles,

was lebt, mit Wohlgefallen.

Alle ogen wachten op u, Heer,
U geeft ons onze spijzen op de juiste tijd,
U opent  uw milde hand en verzadigt

uit uw overvloed alles wat leeft.

Gedicht

zoals de pagina’s van een krant

in het gras langzaam om

slaan in de wind, het is de wind

niet, die dit doet,

zoals wanneer een deken in de avond,

buiten, ligt alsof hij ligt

te slapen, het is de deken

niet, zo

niets is het, niets dan de verdrietige

beweging van een hand, de weerloze

houding van een lichaam,

en er is geen hand, er is

geen lichaam, terwijl ik toch

zo dichtbij ben.

R. Kopland

Korte stilte

Tekst: Troost

Troost proberen te ervaren, het is zo makkelijk gezegd. Terugdenken aan troostrijke momenten vanuit de hoop dat ze je zullen dragen, de donkere dagen en nachten door. Als het zo eenvoudig was, als troost zo makkelijk te krijgen zou zijn, en zo zou werken, dan was er niet zoveel verdriet in de tijd ná het overlijden van een dierbare, de tijd na het definitieve moment van afscheid nemen. Studenten die deelnemen aan onze rouwgroep, die 2x per jaar plaatsvindt , vertellen over ervaringen die helemaal niet troostrijk zijn omdat het verdriet te groot is.

Vaak is het niet te bevatten dat iemand waar je heel veel van houdt sterft.  Via een ongeluk, plotseling, of via zelfdoding, of een ziekte, na een ziekbed. Of omdat het leven geleefd is en het lichaam niet meer verder kan. Onze ervaring in de gespreksgroep is dat het verdriet eerst alle ruimte mag opeisen. Pas als het verdriet voldoende aan het woord is geweest kan er ook ruimte komen voor iets anders, voor herinneringen die goed doen, die troostrijk zijn. Soms gaat het allemaal samen, of loopt het door elkaar heen. Dat kan en mag ook. Het leven en onze ervaringen en gevoelens laten zich nu eenmaal niet in hokjes stoppen.

Troost is iets wat opeens kan verschijnen zoals de nacht die plaatsmaakt voor de ochtend. Langzaam trekt de donkere nacht zich terug. Heel voorzichtig komen de eerste straaltjes licht tevoorschijn. Leek het eerst alsof het alleen maar donker zou blijven, nu is ook iets anders mogelijk, een sprankje hoop, een klein beetje vreugde. Iemand die opeens echt belangstelling toont en vraagt hoe het met je gaat. Niet het gespeelde toneeltje, de vraag stellen omdat het zo hoort en dan weer snel verder met iets anders.

Velen onder ons die bekend zijn geraakt met verlies en verdriet zullen deze ervaring kunnen beamen: mensen die doen alsof ze belangstelling hebben, maar het is nep. Of ze weten zich gewoon geen raad en vliegen dan maar snel verder. Dat is niet troostrijk, want het laat je achter met een kater, met een gevoel van eenzaamheid. Maar soms kan zelfs een tamelijke onbekende, die het heeft gehoord, met warmte reageren, naar je luisteren, je een hart onder de riem steken. En hoe meer van deze momenten van warmte en begrip, hoe meer ook de mooie en gedeelde herinneringen je kunnen gaan dragen door de nacht van het verdriet. Het is een proces, het gaat niet vanzelf, je kunt het niet sturen.  Je moet het ondergaan als het ware, er door heen. Er is geen weg erom heen.  Als je verdrietig bent weet je dat - diep van binnen. Daarom is het goed om stil te staan, om af en toe de hele pijn te voelen. Daarom is het goed om vandaag het verdriet in ons midden te plaatsen. De namen te noemen van onze dierbaren. Licht op hen te werpen met een kaarsje - waarmee we zeggen: we willen je niet vergeten.  We dragen je verder in ons hart - wat er ook gebeure.
Veel sterkte voor de dagen die komen gaan.

Lied: Alles wacht op jou

tekst: Liesbeth Jansen; muziek: Willibrord Huisman, 2011

Ach, ik hou van dit uur voor de zon opkomt.
Dit uur van vermoeden en verstrijken.
Van nog niets zien maar toch al kijken.
Als alles net nog donker is en wacht.

Op jou mijn lief, alles wacht op jou -
mijn hart, mijn mond, het wacht op jou.
Mijn hand, mijn ziel, het wacht op jou -
ook in dit allerlaatste uur.

Kom, trek je mooiste kleren aan,
laat ons nog één keer dansen gaan.
Hier in dit licht, dit lentelicht.

Kom, veeg je tranen droog,
en denk niet aan de morgen.
De minnaars die je had mijn lief
zij zullen voor je zorgen.

Namen van onze overledenen

Wij steken een lichtje aan

Stilte

Lied: Maar in mijn hart

Tekst: Liesbeth Jansen; muziek: Willibrord Huisman, 2011

Zie mij

Zie mij staan hier zonder jou.

En het water stijgt – hoger dan mijn mond.

En mijn voeten hoe ze zoeken - vinden geen grond.

Maar in mijn hart groeit een roepen,

groeit een willen, groeit een wachten.

In mijn hart daar groeit een weten:

waar ik ben, daar ook ben jij.

En als ik wankel, als ik val,

als ik onderga in vragen,

weet ik jij, je zult me dragen.

Jij die was en bent en steeds zal zijn,

zoveel groter dan dit hart van mij.

Gebed

In dit lied `Maar in mijn hart´ hebben we het vermoeden al stem gegeven dat we gedragen zullen worden - hoeveel vragen we ook hebben. Daarom vragen wij - bidden wij: dat zij mogen wonen in het licht van God, zij die ons ontvallen zijn door de dood. Wij vragen – bidden om kracht om het verlies te leren dragen en vooral elkaar te steunen en te troosten. Wij vragen – bidden om moed en durf elkaar te ondersteunen bij ziekte, als wij zelf ziek worden, of anderen in onze naaste omgeving. Wij vragen – en bidden om een open hart, een hart vol toewijding voor elkaar. Want wij weten, ergens diep van binnen, en dat zeg ik als gelovige, `Jij die was, en bent en steeds zal zijn, zoveel groter dan dit hart van mij.` Jij zult ons dragen.

Gedicht

Licht

Vanavond zou ik dingen willen zeggen

terwijl er eigenlijk geen dingen voor zijn

zoiets als licht – willen uitleggen

wat licht is voor de dood

ons meeneemt in de nacht

de nacht in terwijl ik ons

probeer terug te denken naar

elkaar vanavond –

maar zie de glazen in onze handen

tot de randen gevuld

gevuld met licht

R. Kopland

Wegzending

Muziek: uit Theleman