Zoek in de site...

Inhoud en eindtermen

Specifieke eindkwalificaties voor dit programma
Portfolio
Projectgroepen

Het masterprogramma Kunstgeschiedenis is de voltooiing van de academische vorming op het vakgebied van de kunstgeschiedenis en geeft daarmee tevens, maar uiteraard niet exclusief, toegang tot het promotietraject. In dit programma specialiseer je je naar periode en kunstvorm, wellicht al aangezet in de bacheloropleiding Kunstgeschiedenis. Het bachelorprogramma legt een brede basis en neemt over de drie jaren qua moeilijkheidsgraad toe. In het masterprogramma volgt een toegespitste kunsthistorische verdieping.
Het éénjarige masterprogramma Kunstgeschiedenis kent twee instroommomenten: 1 september en 1 februari.

In dit programma komen de volgende cursussen aan bod: een projectgroep en de themacolleges. Verder wordt de Kerncursus gegeven. Een stage is een verplicht onderdeel van dit programma. Tijdens de projectgroep en stage wordt de keuze gemaakt voor een specifiek scriptieonderwerp en voor de begeleidende docent van dat specialisme. Het individuele traject van het scriptieonderzoek en het scriptieschrijven wordt begeleid in de scriptiewerkgroep, waarin de student zijn opzet en voortgang rapporteert aan docent en medestudenten. De student ontvangt en geeft hier feedback en presenteert ten slotte een aspect uit zijn scriptie met enkele discussiepunten in een openbare lezing aan de medestudenten en andere belangstellenden. In het schematische overzicht van het onderwijsprogramma zijn de volgorde, omvang, werk- en toetsvorm afleesbaar, alsmede de volgorde waarin de student in beginsel geacht wordt zijn studiepad af te lopen.

Specifieke eindkwalificaties voor dit programma

Na afloop van de opleiding kan de afgestudeerde, in aanvulling op de algemene eindkwalificaties van de masteropleiding Kunst- en cultuurwetenschappen:

  • op basis van een gedegen repertoirekennis op het gebied van de beeldende kunst en architectuur en een grondig overzicht van het kunsthistorisch onderzoek zelfstandig een relevante onderzoekshypothese formuleren en zelfstandig onderzoek doen;
  • deelnemen aan en zich te positioneren in het (maatschappelijke) debat over beeldende kunst, architectuur en cultureel erfgoed, en kan er een actieve bijdrage aan leveren en daarbij relevante theoretische en methodologische noties en begrippen hanteren.

Naast de verplichte cursussen kiest de student voor 10 studiepunten aan cursussen uit de overige programma's binnen deze masteropleiding, loopt een extra onderzoekstage of volgt onderwijs uit andere verwante programma's binnen de geesteswetenschappen.

Portfolio

De opleiding kunstgeschiedenis biedt aan enthousiaste en gemotiveerde studenten de mogelijkheid om een portfolio samen te stellen waaruit het individueel gevolgde traject van de studie blijkt. Naast de keuzes die gemaakt zijn binnen het reguliere studietraject worden in het portfolio een aantal extra studieonderdelen opgenomen waaruit een bijzondere samenhang of een bepaalde specialisatie in de gevolgde studie blijkt. Het portfolio zal alleen door de opleiding kunstgeschiedenis worden uitgereikt als alle extra studieonderdelen ook daadwerkelijk met goed resultaat zijn afgesloten. Van de studenten die hiervoor willen kiezen, zal dus een extra inspanning en tijdsinvestering worden gevraagd.

Aan iedereen die voldoet aan de met het portfolio verbonden eisen zal bij de uitreiking van het Ma-diploma een speciale map worden overhandigd waarin alle in de studie geschreven werkstukken in een opgeschoonde, definitieve versie zijn opgenomen. Aan de map zal ook een officiële verklaring van de opleiding Kunstgeschiedenis worden toegevoegd waaruit blijkt dat alle onderdelen met goed gevolg zijn afgesloten. Aan het portfolio worden geen studiepunten toegekend.

De inhoud van de map zal per student variëren en, afhankelijk van zijn of haar specifieke curriculum en binnen de bestaande mogelijkheden, het eigen stempel dat de student op de studie heeft gedrukt, tonen. Het portfolio bevat zo het persoonlijke studiepad van de student en laat zien welke keuzes er zijn gemaakt binnen werkgroepen, bij individuele studieonderdelen en bij de invulling van de extra onderdelen. De samenhang van de onderdelen kan, bijvoorbeeld, blijken uit keuzes voor een bepaalde kunstsoort, periode of regio, voor iconografisch of sociaal-historisch onderzoek, voor een theoretische of museologische invalshoek, etc. Er zijn vele keuzes denkbaar.

Deze samenhang zal hierna met het begrip ‘specialisatielabel' worden aangeduid. Vanzelfsprekend zal de specialisatie deels worden begrensd door het aanbod van reguliere werkcolleges en excursies en de mogelijkheden die de student daarbinnen heeft.

Invulling specialisatielabel voor studenten

Met het specialisatielabel kun je extra accenten en een bijzondere expertise aan je reguliere studiepad toevoegen door middel van een specifieke onderwerpskeuze binnen ruimere thema's. Alle docenten zijn aanspreekbaar als mentor van jouw specialisatielabel. Je specialisatie zal doorgaans aansluiten bij hun onderwijs en vooral ook hun onderzoeksgebied. Uiteraard is het mogelijk wanneer je specialisatie zich in de loop van je studie duidelijker aftekent of wordt bijgesteld, over te stappen van de ene mentor naar een andere.

Hoe werkt het?

In je masterjaar bezoek je een drietal internationale collecties en/of onderzoekscentra, die je op een met je specialisatiedocent gekozen aspect analyseert; ook het schriftelijk verslag hiervan wordt beoordeeld en toegevoegd aan je master-portfolio. Uiteraard worden de stage (indien van toepassing) en je masterscriptie zo gekozen dat ze bepalend zijn voor je specialisatie.

Als basispakket zal de portfolio bevatten:
- stageverslag - geschreven resultaat van de Kerncursus - geschreven resultaat van de projectgroep - scriptie
Extra:
- bespreking drie internationale onderzoekcentra of collecties
Het extra onderdeel wordt niet becijferd. 

NB: De student zorgt er zelf voor dat de goedgekeurde en gecorrigeerde stukken in digitale vorm gestuurd worden naar de studieadviseur Kunstgeschiedenis, drs. E. Scheepers.

Docenten:

Dr. J. Baetens 
Dr. M. Gieskes
Dr. J. Goudeau
Prof.dr. J. de Haan
Dr. B. de Klerck
Prof. dr. J. Koldeweij
Prof. dr. V. Manuth
Dr. S. Mols
Prof. dr. E. Moormann
Dr. C. van der Ploeg
Drs. J.P. van Rijen
Dr. C. Veelenturf
Drs. W. Weijers

Projectgroepen

Jaarlijks worden drie kunsthistorische projectgroepen aangeboden. Deze behoren tot de specialisatievakken Kunstgeschiedenis. Binnen deze cursusen wordt door de studenten onder begeleiding van een docent-onderzoeker diep ingegaan op een specifiek thema of onderwerp. In totaal wordt in 14 bijeenkomsten, verdeeld over het hele eerste cq tweede semester, eerst serieus kennis gemaakt met het onderwerp en zijn context, en vervolgens gaan de studenten zelf als onderzoeksteam aan de slag. Gaandeweg wordt onderling gerapporteerd, voordrachten worden gehouden en teksten gelezen; als eindwerkstuk schrijft elke student een eigen onderzoeksverslag of essay: tezamen vormen die teksten een wetenschappelijke bundel over het bestudeerde projectgroeponderwerp.

In het collegejaar 2016-2017 worden drie projectgroepen aangeboden, elk op het gebied van een van de tijdsperiodes middeleeuwen, vroegmodern, en de moderne periode. Het staat de student vrij een keuze te maken voor één van de drie aangeboden projectgroepen.

Deelname aan elk van de projectgroepen is beperkt tot 15 studenten, die op volgorde van inschrijving zullen worden geplaatst. Mocht blijken dat het aantal ingeschreven studenten in een bepaalde projectgroep te klein is om een collegereeks aan te bieden, dan vindt het studieonderdeel toch doorgang in de vorm van een kleinschalig privatissimum. Hierdoor kan elke student worden gegarandeerd dat hij/zij een projectgroep kan volgen op het eigen interesse- of specialisatiegebied.