Zoek in de site...

Karakteristieken van het curriculum

Het totale curriculum (bachelor- plus masteropleiding) omvat zes jaar. Om onze visie te kunnen realiseren is een curriculum ingericht, waarbij het onderwijs wordt aangeboden in blokken die geprogrammeerd zijn in studiebelastinguren (sbu). Er wordt inhoudelijk onderscheid gemaakt tussen blokken die gericht zijn op de beroepsuitoefening, blokken gericht op wetenschappelijke scholing en keuzeblokken. De eerste twee onderdelen vormen tezamen het kerncurriculum. Dit betekent niet dat wetenschappelijke vorming alleen in de blokken wetenschappelijke scholing tot uitdrukking komt; ook in de op de beroepsopleiding gerichte blokken en in de keuzeblokken is een wetenschappelijke attitude vereist. Deze blokken dragen mede bij aan de ontwikkeling van deze attitude doordat de probleemoplossingcyclus als model voor wetenschapsbeoefening in gemodificeerde vorm gehanteerd wordt bij de behandeling van tandheelkundige problemen.

In het kerncurriculum worden in de eerste opleidingsjaren de competenties verworven die vereist zijn om in de geïntegreerde patiëntenbehandeling tandheelkundige problemen adequaat te kunnen oplossen. Naast de tandheelkundige deelgebieden komen daarbij ook aan de orde de algemeen medische en de gedragswetenschappelijke aspecten, voor zover relevant voor de beroepsuitoefening. Bij de blokken gedragswetenschappen wordt niet alleen aandacht geschonken aan voor de tandheelkunde relevante psychologische en sociologische onderwerpen, maar ook aan arbeid en organisatie van het beroep tandarts, de samenwerking met collega's uit verschillende beroepsgroepen en aan ethiek en filosofie. Tevens neemt het aanleren van een professionele beroepshouding een belangrijke plaats in als onderdeel van de gedragswetenschappelijke scholing. Integratie van al deze vaardigheden vindt reeds vanaf het eerste studiejaar plaats. Deze blokken worden aangegeven met de term 'Integratie'. De samenhang en integratie, door het gericht zijn op de behandeling van patiënten, vindt zowel horizontaal binnen een studiejaar plaats als verticaal tussen de studiejaren. Meer weten? Lees dan het Raamplan Tandheelkunde 2008.

Het keuzecurriculum begint in het tweede bachelorjaar met een blok 'vrije keuze'. In dit blok wordt de student geacht een onderwerp te kiezen uit het universiteitbrede aanbod van onderwijsblokken, niet behorend tot de tandheelkunde. Dit onderdeel draagt bij tot verbreding en algemene vorming van de student. Daarna volgt het keuzeonderdeel wetenschappelijke stage in het derde bachelorjaar. Weliswaar is deze stage voor iedere student een verplicht onderdeel, maar de student is vrij in het kiezen van het onderwerp hierin.
De masteropleiding bestaat voor een belangrijk deel uit profielonderwijs. De indeling van de student in één van deze profielen draagt bij aan profilering op een deelgebied van de klinische tandheelkunde. Daarmee kan de student op dat deelgebied in het kader van horizontale verwijzing meer expertise inbrengen in het tandheelkundig team waarvan hij/zij deel uitmaakt in dat studiejaar.

De bacheloropleiding, waar ook de propedeuse deel van uitmaakt, bestaat voor een aanzienlijk gedeelte uit blokken m.b.t. wetenschappelijke scholing en medische basisvakken. De academische bacheloropleiding heeft daardoor een duidelijk meer wetenschappelijk karakter dan de HBO-bacheloropleiding: kennis, vaardigheden en competenties van de academische bachelor zijn van een ander niveau dan die van de HBO-bachelor.

In de masteropleiding worden veel patiënten met complexe problemen behandeld. Wat in de bacheloropleiding geleerd is op het gebied van gedragswetenschappen, wetenschappelijke scholing en medische wetenschappen komt in geïntegreerde vorm terug in de masteropleiding.

Studenten aan de masteropleiding Tandheelkunde werken in de onderwijspraktijk regelmatig samen met studenten Mondzorgkunde van de HAN. Zo leren zij al tijdens de opleiding om samen te werken met collega's uit andere beroepsgroepen. Ook in werkgroepen wordt vorm gegeven aan "interprofessioneel opleiden".

Vanuit onderwijskundig oogpunt wordt het gehele curriculum gekenmerkt doordat het studentgecentreerd is. Dat betekent dat niet de docent maar de student centraal staat. Dit heeft belangrijke consequenties voor zowel de student als de docent, waarbij de laatste als facilitator voor het leerproces van de student optreedt. Er wordt onder andere meer aandacht besteed aan het leren leren. De student dient zich bewust te zijn van de eigen verantwoordelijkheden in het leerproces, waarbij hij/zij zelf informatie verwerft en daarmee competenties ontwikkelt. Een actieve studiehouding van de student is hierbij een vereiste. In een studentgecentreerd curriculum wordt een duidelijke structuur geboden ter bevordering van de doorstroming van de student.

Masterklinieken

Wat is een Masterkliniek?

Vanaf 1 september 2017 bieden de opleidingen Tandheelkunde van het Radboud universitair medisch centrum en de opleiding Mondzorgkunde van de Hogeschool Arnhem Nijmegen aan hun studenten een klinische leeromgeving die nog meer aansluit op de authentieke praktijk in de vorm van zogenaamde THK-Masterklinieken.

Een THK-Masterkliniek is een interprofessionele kliniek van circa 600-900 patiënten die gerund wordt door 11 masterstudenten Tandheelkunde en 5 bachelorstudenten Mondzorgkunde onder eindverantwoordelijkheid van ervaren docenten. De 11 studenten Tandheelkunde komen zoveel mogelijk gelijkelijk verdeeld uit de drie masterjaren. De 5 studenten Mondzorgkunde zijn 3e/4e-jaars studenten van de Hogeschool Arnhem Nijmegen.

De Masterkliniek heeft twee hoofddoelen:

  • elke patiënt wordt adequaat behandeld en
  • elke student wordt in staat gesteld haar/zijn leerdoelen te behalen.

Daarnaast willen de beide opleidingen met de Masterklinieken:

  • betere patiëntzorg bieden
  • gelegenheid bieden om Entrusted Professional Areas (EPA’s) te behalen
  • patiëntenoverdracht vereenvoudigen
  • spoedklachten en intakes integreren
  • interprofessioneel praktijkleren bevorderen.

Om de overgang van het oude mastercurriculum naar het nieuwe in goede banen te laten lopen, is er een overgangsregeling opgesteld. Deze regeling vind je (binnenkort) in de bijlagen.