Onderzoekscentrum voor mystiek en spiritualiteit
Zoek in de site...

De S van Sygne de Coûfontaine

Datum bericht: 6 december 2021

Hoofdletter SWe zijn in Frankrijk, in de laatste jaren van de achttiende eeuw. Tot in de verste uithoeken van het land maken revolutionaire gardes jacht op ondergedoken aristocraten van het Ancien Régime. Het huis Coûfontaine is zowat van al zijn bezittingen beroofd en zo goed als uitgemoord, op twee jonge telgen na: Sygne de Coûfontaine en haar neef. Aan het begin van de drie toneelstukken die Paul Claudel aan respectievelijk drie generaties van dit geslacht wijdt, brengt de neef in het grootste geheim een haastig bezoek aan zijn nicht. Ze zweren een dure eed: het huis Coûfontaine zál herrijzen, al moet dat met hun eigen leven worden betaald.

Cover boek Paul ClaudelHet is een snel, vluchtig weerzien. Buiten wacht immers het gezelschap waarmee hij onderweg is, en daarin bevindt zich niemand minder dan de paus. Die was door de revolutionairen gegrepen en als gijzelaar (titel van het stuk) mee naar Frankrijk genomen. Een groep contra-revolutionairen, onder leiding van Sygnes neef, hadden hem echter weten te bevrijden en wilden nu zo snel mogelijk de Heilige Vader terug naar Rome te brengen.

Wat die neef niet weet, is dat een regiment revolutionairen hem is gevolgd en op het punt staat hem, zijn kompanen en dus ook de paus in te rekenen. De commandant van dit regiment, Turelure, verrast hen in de kamer waar ze net hun eed hebben gezworen. Daar stelt Turelure Sygne voor een keuze die haar eed meteen een nieuwe, macabere wending geeft: of je huwt met mij, waardoor ik de vader word van de toekomstige Coûfontaine en je redt zo je adellijke geslacht; of je weigert en dan arresteer ik je, samen met je neef en de Heilige Vader, en confisqueer alles van wat jullie nog aan familiebezit rest.

Sygne, duizelend van walging, kan onmogelijk op Turelures oneerbaar huwelijksvoorstel ingaan, maar laat zich toch overhalen, en wel nadat ze haar biechtvader heeft gesproken. De vrome woorden die deze voor haar in petto heeft, vormen een waar hoogstandje, niet alleen van Claudels literaire talent, maar ook van cynische pervertering van het christelijke liefdesideaal.

Sygne huwt dus met de moordenaar van haar familie en schenkt hem een ​​zoon die, zo staat in het huwelijkscontract, wettelijk een ‘volle’ Coûfontaine is. Dat contract blijft ze haar hele leven trouw. Wanneer aan het eind van het stuk haar neef het pistool op Turelure richt en een dodelijk schot lost, springt ze vóór haar man en sterft. Turelures zoon wordt zo de enige Coûfontaine die het oude adellijke geslacht opnieuw toekomst geeft.

Ziehier in een notendop het plot van L’otage (De gijzeling, 1911), het eerste stuk in Paul Claudels theatertrilogie over de Coûfontaines.

Sygne handelt uit liefde. Dat doet ze in de eed die ze samen met haar neef zweert. Dat doet ze door te huwen met de moordenaar van haar familie. Ze doet het uit liefde voor het huis Coûfontaine. Daarvoor heeft ze niets minder dan haar leven over. Maar, en hier ligt het genie van Claudels plot, Sygne moet haar leven geven, niet door voor haar zaak te sterven, maar door er juist voor te blijven leven. Ze moet zich levend aan Turelure geven. Erger: ze moet haar liefde aan hem geven. Haar wordt het voorrecht ontnomen om voor haar zaak – de redding van het Coûfontaine-geslacht – te sterven. Ze moet haar leven levend offeren, ze moet haar liefde liefdevol offeren. Cynischer kan niet.

Jules-Eugène Lenepveu, Antigone begraaft symbolisch haar broer Polynices, ca 1840, The Metropolitan Museum of Art, New York

Jules-Eugène Lenepveu, Antigone begraaft symbolisch haar broer Polynices, ca 1840, The Metropolitan Museum of Art, New York.

Sygnes tragedie verschilt fundamenteel van die van Antigone, die andere literaire figuur die als embleem kan gelden voor een liefde die zich opoffert om familieredenen. Antigone overtreedt willens en wetens Kreons wet wanneer zij het lijk haar broer Polynices tot tweemaal toe de duidelijke tekenen van een begrafenis toedient. Een begrafenis had koning Kreon hem immers ontzegd. Een paar dagen eerder was Polynices immers als staatsvijand nummer één gesneuveld nadat hij samen met zeven andere steden Thebe, nota bene zijn eigen geboortestad, had belegerd. In tegenstelling tot Sygne de Coûfontaine, kan Antigone sterven voor haar zaak: zij weet dat ze haar daad met de dood zal betalen en neemt die dood heroïsch op zich. Sygnes daad is zo mogelijke nog heroïscher, maar dan enkel en alleen omdat zij haar dood niet op zich kan nemen. Om haar zaak te dienen en het huis Coûfontaine te redden, moet zij juist ook dit soort heroïek opofferen. Om haar eed gestand te doen, blijft haar voor de blik van een derde letterlijks niets heroïsch over. Haar tragedie bestaat er juist in dat ze zelfs van haar intentie voor haar zaak te willen sterven afstand moet doen.

Claudel schreef twee versies van de slotscène van het stuk. Aan het eind wordt Sygne dodelijk gewond door de kogel die voor haar man bedoeld was. In een van de twee versies van de slotscène vraagt haar man haar met aandrang of zij hem opzettelijk – uit liefde dus – van de dood heeft gered. Sygnes antwoord bestaat hier uit niets anders dan een eindeloos herhaald, stom spasme: een "teken dat nee zegt" – "elle faisait signe que non". Dat spasme is het enige waarin ze, zo blijkt, iets van een eigen trots en eer heeft kunnen bewaren. Dit “nee” is wat rest van de heroïsche weigering die ooit de antieke held kenmerkte.

Antigone's weigering de wet te gehoorzamen werd neergezet op een eigen, precieze plaats. Sophocles’ hele tragedie draait rond haar heroïsche ‘nee’. Sygnes weigering wordt neergezet alsof er helemaal geen plaats voor is. Haar ‘neen’ is niets dan een ongearticuleerd spasme dat haar aan het eind ontvalt maar op geen enkele manier heroïsch afstraalt op haar tragische daad.

Antigone’s liefde staat haaks op de liefde voor haar stad die Kreon van haar eist. In Sophocles’ toneelstuk krijgt die illegale liefde een prominente plaats. Haar liefdesdaad is een offerdaad, en het toneelstuk bestaat erin die tragische, zelfvernietigende daad in alle helderheid aanwezig te stellen. Ook Sygnes liefdesdaad is een offer, maar in tegenstelling tot Antigone wordt haar bij het begin van het stuk meteen gevraagd haar offer te offeren. Haar tragedie bestaat er niet in dat ze zich voor haar zaak moet offeren, maar dat ze juist haar offerbereidheid moet offeren.

Het offer dat zichzelf realiseert door zichzelf te offeren. Misschien is dat wel iets dat frequenter onze moderniteit tekent dan we spontaan geneigd zijn te denken. Is het offer van Sygne niet vergelijkbaar met het offer dat een totalitair systeem van haar burgers eist. Denk aan de lange periode van terreur die de sovjet-samenleving heeft geteisterd. Ook bij apert valse beschuldigingen werd de betichte geacht volledig schuld te bekennen. Het was het enige dat hij nog kon doen, wilde hij in alle oprechtheid zijn loyaliteit laten blijken aan het communistische ideaal. De minste vorm van kritiek op het systeem kon onmogelijk anders worden gezien dan als een bewijs ten laste. Wie werkelijk van het communisme houdt, wie authentiek gelooft in de waarheid ervan, doet alles om het in stand te houden, ook wanneer hij valselijk in de beklaagdenbank wordt gezet. Ook dan kan hij het systeem zijn diensten bewijzen, wel door voluit schuld te bekennen. Trouwens, ook – en precies – een valse beschuldiging geeft hem de kans om de zuiverheid van zijn liefde voor het systeem te bewijzen. Sygnes huwelijk met Turelure was haar ‘Gulag’ en het bracht voort wat ze met de kracht van een eed altijd had gewild: een Coûfontaine, de telg die het oude adellijke geslacht zou doen herrijzen.

In onze laat-moderne tijden is, zo blijkt, het zeventiende-eeuwse idee van pur amour nooit ver weg.

*