De andersheid van Titus Brandsma als aanstaande heilige

Datum bericht: 26 november 2021

Door Coban Menkveld

In de wandelgangen van de Nijmeegse Universiteit, in die van het Bossche Bisschopshuis en niet te vergeten in die van het Vaticaan gonsde al enige tijd het gerucht dat de heiligverklaring van Titus Brandsma (1881-1942) aanstaande zou zijn. Sinds donderdag 25 november 2021 heeft het gerucht definitief plaatsgemaakt voor het feit: publiekelijk is afgekondigd dat Paus Franciscus gehoor heeft gegeven aan het advies van de bisschoppen en kardinalen van de Congregatie voor Heiligverklaringen om Titus daadwerkelijk heilig te verklaren. Wat maakt dat de aanstaande heiligverklaring van de uit Friesland afkomstige karmelietenpater en Nijmeegse hoogleraar in de filosofie en de mystiek zo in een stroomversnelling is geraakt?

De kwestie rond pater Driscoll

De Amerikaanse pater Michael Driscoll O.Carm. (geb. 1941) vernam in 2004 het bericht dat hij leed aan een zeer agressieve vorm van huidkanker (melanoom stadium IV) en dat de prognose er voor hem bijzonder slecht uitzag. Wonder boven wonder genas Driscoll, tegen ieders verwachting in, na verloop van tijd van zijn ziekte. Driscolls genezing werd bestempeld als zijnde ‘wetenschappelijk onverklaarbaar’. De uit Florida afkomstige pater is er zelf van overtuigd dat Titus hem geholpen heeft met zijn genezingsproces. Driscoll hield naar eigen zeggen dagelijks in gebed een relikwie van Titus Brandsma (een stukje van Titus’ zwarte habijt) tegen de plekken op zijn lichaam waar de huidkanker zich bevond. De Amerikaanse pater wijt zijn genezing dus aan dit relikwie. 1

Tocq - coban

Titus Brandsma (links) en pater Michael Driscoll O.Carm.© Karmelietenorde

De groep van door het Vaticaan aangestelde medische experts heeft bevestigd dat Driscolls genezing wetenschappelijk beschouwd onverklaarbaar is. Door deze slotsom van de medische experts heeft de paus het recht en de ruimte om de genezing van Driscoll als ‘wonder’ te betitelen. Voor een heiligverklaring zijn doorgaans twee ‘wonderen’ op voorspraak van de kandidaat-heilige benodigd, voor een zaligverklaring daarentegen (slechts) één. 2 Voor ‘martelaren van het geloof’ wordt echter een uitzondering gemaakt: de martelaren hoeven voor de zaligverklaring geen 'wonder' op voorspraak verricht te hebben. Met het oog op de heiligverklaring volstaat voor hen dus (slechts) één ‘wonder’. Als strijder tegen de bezetter en als later oorlogsslachtoffer, eindigend in de oven van het concentratiekamp Dachau, wordt Titus gerekend tot deze groep van martelaren. Zodoende kon Titus door paus Johannes Paulus II in 1985, zonder een verwijzing naar een wonderverrichting, zalig verklaard worden.

Titus, een moderne heilige?

Kunsthistoricus Henk van Os (geb. 1938) hield in 1998 de Titus Brandsma Lezing te Nijmegen. De titel van zijn lezing luidde: “Titus Brandsma – De man Gods uit Bolsward”. Deze lezing zou even later ook in boekvorm verschijnen. Van Os portretteert Brandsma als een ‘moderne heilige’. Maar wat maakt Titus tot een dergelijke heilige? Van Os zegt hieromtrent onder meer het volgende:

“Titus kwalificeert zich niet als zalige door bijzondere uiterlijke mystieke ervaringen. Geen visioenen, geen extases, geen levitaties en zeker geen stigmatisaties. […] Titus Brandsma verrichtte geen wonderen. Zonder wonderen kon je vroeger noch heilig noch zalig worden. […] Titus Brandsma wordt als zalige vereerd zonder tijdens zijn leven of erna mirakelen tot stand te hebben gebracht. Niemand is voor zover bekend door hem genezen van zijn kwalen. En als iemand dat wel zou hebben beweerd, zou Titus ook daarover vrolijk hebben gelachen. […] Van Titus Brandsma bestaat geen primair reliek. Zijn lijk werd verbrand in de ovens van Dachau. Voor de middeleeuwen gold: zonder reliek geen heilige.” 3

De vraag rijst hoe steekhoudend deze interpretatie van Van Os anno 2021 is. ‘Bijzondere uiterlijke mystieke ervaringen’ lijken inderdaad voor zover bekend Titus gedurende zijn leven nooit ten deel te zijn gevallen. Dat op voorspraak van Titus Brandsma echter geen ‘wonder’ verricht zou zijn, lijkt inmiddels weersproken te worden door de ‘wondergenezing’ van pater Driscoll. Dit kon Henk van Os in 1998 uiteraard nog niet weten. De uitspraak ‘Zonder wonderen kon je vroeger noch heilig noch zalig worden’, klopt slechts ten dele. Immers, zoals reeds besproken kunnen ‘martelaren van het geloof’ zonder ‘wonder’ zalig verklaard worden.

abbey-g32ed5962c_1280

Dat Titus om wonderen ‘vrolijk [zou] hebben gelachen’ lijkt juist te zijn, want Titus zag het ‘wonder’ in eerste instantie in het ‘gewone’, het ‘alledaagse’. Naar aller waarschijnlijkheid is er inderdaad geen ‘primair reliek’ van Titus bewaard gebleven. Onder een ‘primair reliek’, ook wel ‘eerstegraads reliek’ genoemd, wordt een lichaam of lichaamsdeel (botresten, nagels, haren, …) van een heilige verstaan. Kledingstukken, gebruiksvoorwerpen en dergelijke kunnen daarentegen tot de ‘tweedegraads relieken’ worden gerekend. Pater Driscoll was met zijn stukje stof van Titus’ habijt dus in het bezit van een ‘tweedegraads reliek’. In de Titus Brandsma Gedachteniskapel bevindt zich een urn met asresten van omgekomenen in Dachau. Mogelijk bevat deze urn ook asresten (‘eerstegraads relieken’) van Titus. Echter, dit zal begrijpelijkerwijs nooit met zekerheid bevestigd of ontkend kunnen worden.

Titus Brandsma – Een mens uit één stuk

Titus Brandsma lijkt op basis van de gangbare criteria voor een heiligverklaring bijgevolg nipt te voldoen aan de gestelde eisen. Immers, van de meeste heiligen zijn één of meerdere verifieerbare ‘eerstegraads relieken’ voorhanden en kan men doorgaans wel twee wonderen aan deze heiligverklaarden koppelen. Bij Titus lijkt niet alleen zijn gezondheid gedurende zijn leven broos te zijn geweest, ook zijn papieren voor zijn aanstaande heiligverklaring lijken vrij ‘broos’ van aard te zijn.

Wellicht kan van Titus toch wel gezegd worden dat hij een ‘moderne heilige’ is. De duiding die Sixtus W. Scholtens O.Carm. (1925-2000) 5 aan deze benaming geeft, lijkt mijns inziens het meest accuraat de betekenis ervan weer te geven. Volgens Scholtens

“[…] [zijn] heiligen […] hele mensen, mensen uit één stuk, mensen in wie niets meer gespleten is. En als zij al heldhaftig zijn geweest, dan vooral omdat zij zo buitengewoon […] in het gewone bleken te zijn.” 6

Voor Titus was Maria ‘de hele mens’, ‘de mens uit één stuk’ bij uitstek. Maria heeft vele (heils)titels. Zo wordt ze in de katholieke traditie ook wel ‘Onze Lieve Vrouw van de Eenheid, Moeder en Helpster van de Mensen’, ‘Onze Lieve Vrouw van het Heil’ en ‘Onze Lieve Vrouw van het Heiligste Hart’ genoemd. Het mag dan ook geen verrassing heten dat Titus uiteindelijk koos voor de karmelorde, die als geen andere orde de figuur van Maria zo centraal stelt. Voor Titus was de ‘Heilige Maagd Maria van de Berg Karmel’ de hoogst denkbare uitdrukking van heiligheid.

Vond je dit een boeiende blog? Lees meer en blijf op de hoogte door je aan te melden voor onze maandelijkse Blog Alert.

Coban Menkveld is theoloog en religiewetenschapper. Sinds augustus 2020 is hij werkzaam als assistent-biograaf van de nieuwe (intellectuele) biografie over Titus Brandsma en als medewerker verbonden aan het Titus Brandsma Instituut. Menkveld is tevens organisator van de Reeks Bossche Kringgesprekken.

#Tocqueville #TitusBrandsma #MichaelDriscoll #zaligverklaring #heiligverklaring #Vaticaan #Bossche Bisschopshuis #RU #Maria #relieken #karmelieten

Noten:

1. Opgehaald van www.ad.nl/buitenland/priester-uit-vs-ik-genas-van-kanker-dankzij-wonder-van-nederlandse-pater~a834fd6c6/ op 26 november 2021.

2.'Op voorspraak van' wil zeggen: 'door bemiddeling/tussenkomst van'.

3. Henk van Os: Titus Brandsma – De man Gods uit Bolsward. Nijmegen 1998, blz. 52-53.

4. Henk van Os stelt: ‘Titus Brandsma verrichtte geen wonderen.’ Dit is juist, maar niet in de zin zoals van Os dit bedoelt. Het is namelijk niet Titus Brandsma die een wonder zou kunnen verrichten, maar alleen op voorspraak van (in dit geval) Titus Brandsma kan, volgens de kerkelijke richtlijnen, door God een wonder worden verricht.

5. Sixtus W. Scholtens is vermoedelijk bekender geworden onder zijn geboortenaam: Wim R. Scholtens. Laatstgenoemde heeft in de loop der jaren veel over de Deens filosoof Søren Aabye Kierkegaard (1813-1855) geschreven. Daarnaast heeft Scholtens ook meerdere werken van Kierkegaard vanuit het Deens naar het Nederlands vertaald en ingeleid.

6. Sixtus W. Scholtens: Titus Brandsma – Een korte Biografie. Boxmeer 1985, blz. 1.