Burgerlijke ongehoorzaamheid is dé motor van politieke verandering

Datum bericht: 22 februari 2020

Door Jan Prij

De totalitaire verleiding ligt wereldwijd altijd op de loer. Hoe wapenen burgers zich daartegen? Kunnen we nog spreken van kritisch burgerschap of burgerlijke ongehoorzaamheid? Jan Prij analyseert – met hulp van Tocqueville, Montesquieu en Hannah Arendt – wat voor soort burgerschap nodig is om democratie en vrijheid te kunnen behouden.

Kritisch burgerschap

De Joods-Duitse filosofe Hannah Arendt (1906-1975) zou zich ongetwijfeld zeer veel zorgen hebben gemaakt over de toestand in de wereld 75 jaar na de bevrijding. Wij leven in een tijd waarin autoritaire leiders wereldwijd steeds meer macht naar zich toetrekken. Of het nu Rusland is, China, Europa of de Verenigde Staten. Arendt heeft haar hele leven nagedacht over de vraag wat de belangrijkste wapenen zijn tegen totalitaire verleidingen. Zij ontvluchtte in 1933 haar geboorteland Duitsland en kwam via Frankrijk in de Verenigde Staten terecht. Zij zou ontsteld geweest zijn over de wijze waarop in de VS, het land dat haar een toevlucht bood, heden ten dage de leugen regeert en ook het perslandschap in ernstige mate is gepolariseerd.

Ook zou zij geschokt zijn over de wijze waarop in het ‘vrije’ westen het onderwijs in de geesteswetenschappen dreigt te worden gemarginaliseerd ten gunste van technische vakken die alleen maar nuttig zijn. ‘Als we alleen maar de vraag kunnen stellen naar het nut, leren we niet meer wat goed is’ schreef zij in The Human Condition. Volgens haar zijn brede onderwijsvorming (tegen de domheid en gedachteloosheid van mensen die zomaar bevelen opvolgen,) en de vrije pers (de macht van het woord en de waarheid die vrij maakt) essentieel voor kritisch burgerschap. Sterker nog, burgerlijke ongehoorzaamheid is een noodzakelijke politieke deugd. ‘De wet is niet in staat veranderingen af te dwingen, maar burgerlijke ongehoorzaamheid is dat wel’ schrijft zij.

De plicht tot burgerlijke ongehoorzaamheid

‘Ik geloof dat Montesquieu gelijk had toen hij poneerde dat er zoiets bestaat als de geest van de wetten,’ zo stelt Arendt in het essay ‘Burgerlijke ongehoorzaamheid’ uit 1972. Wanneer aan de geest van de grondwet onrecht wordt gedaan, mogen burgers tegen specifieke wetten in opstand komen. Elke nieuwkomer, elke beginner op deze wereld stemt impliciet in met het naleven van de regels van de groep, met de mores van de geldende wetten, in ruil voor de stilzwijgende verwelkoming door de gemeenschap; de nieuwkomers staan voor de innerlijke immigratie waardoor de gemeenschap zich voortdurend hernieuwt.

tocqueville_democratie_religie_radboud_fftr_Prij_JanPrij_Arendt_burgerlijkeongehoorzaamheid_burgerschap_vrijheid_totalitaireverleiding_impeachment_presidentTrump

De stilzwijgende instemming is zo bekeken geen fictie; zij is inherent aan de menselijke conditie. Echter, de algemene instemming – door Tocqueville een ‘stilzwijgend verdrag’, een consensus universalis genoemd – moet zorgvuldig onderscheiden worden van de instemming met specifieke wetten of specifieke beleidsmaatregelen; de stilzwijgende instemming heeft hierop geen betrekking, zelfs niet als deze de uitkomst is van beslissingen door de meerderheid. Het schrikbarende feit is dat zwarte inwoners van de Amerikaanse republiek de facto geen deel uitmaakten van het oorspronkelijke contract, terwijl zij daar volgens de geest van de wet (die de menselijke waardigheid van iedere ingezetene hooghoudt, ongeacht geloof, ras en sekse) wel recht op hadden.

Wanneer door de wetgever de kracht van wederzijdse beloften wordt gebroken, wanneer onrecht wordt vermenigvuldigd in plaats van verminderd, mogen burgers hiertegen in opstand komen. Zowel tegen de onrechtvaardigheid van de door wetten gelegitimeerde rassenscheiding als tegen een onwettige en immorele Vietnamoorlog, de door Arendt beschreven cases, mogen zij dus opstaan. Burgerlijke ongehoorzaamheid is te beschouwen als de nieuwste vorm van de vrije vereniging. De vrijheid van vereniging is een noodzakelijke waarborg tegen wat Tocqueville de ‘tirannie van de meerderheid’ noemt. Het is een opstand tegen onrechtvaardigheid waartoe we als burgers misschien wel de plicht hebben. Zonder deze vormen van burgerlijke ongehoorzaamheid zouden er nooit veranderingen ten goede kunnen plaatsvinden die een nieuw begin mogelijk maken.

Vrijheid en totalitaire verleiding

In dit licht van Arendt’s analyse ziet het er somber uit in het Westen. De impeachmentprocedure tegen president Trump, volgens de regels der wet uitgevoerd, zal de politieke verhoudingen alleen maar verder polariseren en niet veranderen. Voorlopig is er geen protesterende burger op de pleinen te zien tegen de totalitaire verleiding. De pers lijkt geen publieke tegenkracht meer, maar onderdeel van het machtsspel en in plaats van burgerlijke ongehoorzaamheid als deugd te erkennen, wordt in het onderwijs vooral burgerlijke gehoorzaamheid gepredikt. Hoe vrij zijn we eigenlijk nog?

Jan Prij is redactiesecretaris van Christen Democratische Verkenningen en auteur van het boek God en Geld, Uitgeverij Klement 2018.

Meld je nu aan voor de Tocqueville-nieuwsbrief!

Tags: Tocqueville, Arendt, burgerlijke ongehoorzaamheid, burgerschap, vrijheid, totalitaire verleiding, impeachment president Trump

Lees meer over Tocqueville en burgerschap