Democratie en het religieuze vrijheidsbegrip

Datum bericht: 7 maart 2020

Door Fred van Iersel

‘‘Als vrijheid was wat vrijheid leek/
wij waren de mensen niet/
die wij nu angstig zijn”

Alexis de Tocqueville over religie

Aan het modern-christelijke ‘Lied om vrijheid’ van de Nederlandse priester-dichter Huub Oosterhuis, waaruit deze dichtregels afkomstig zijn, kunnen wij de vraag ontlenen wat we onder vrijheid verstaan en waarom wij hier eigenlijk waarde aan hechten. En vooral: welk verband is er nu eigenlijk tussen onze visie op vrijheid en die op godsdienst? Een vraag die ook voor Alexis de Tocqueville in zijn klassieke werk ‘Over de democratie in Amerika’ niet te vermijden was. En inderdaad schrijft hij onder meer dat in New England onderwijs en vrijheid ‘de dochters van de moraal en de religie’ zijn.

FredvanIersel_Tocqueville_democratie_religie_vrijheid_mensbeeld_Godsbeeld_katholiek_sociaal_denken

Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring

Vreemd is dit niet. Want de Amerikaanse Founding Fathers omschreven de grondslagen voor de VS in uitgesproken religieuze termen. De tweede paragraaf van de Onafhankelijkheidsverklaring (1776) luidt:

“We hold these truths to be self-evident, that all men are created equal, that they are endowed by their Creator with certain unalienable Rights, that among these are Life, Liberty and the Pursuit of Happiness”

Over deze zin alleen al zijn boekenkasten vol geschreven. Hier haal ik naar voren dat deze verklaring een religieus geloof in een Schepper formuleert ter fundering van gelijkheid en ter fundering van onvervreemdbare – dus absolute - rechten, waaronder… vrijheid (‘liberty’). Naar religie wordt zo dus verwezen ter fundering en legitimering van fundamentele politieke claims.

Is vrijheid zelfevident?

In de eenentwintigste eeuw worden noch gelijkheid, noch vrijheid als ‘zelfevident’ gezien – laat staan in de christelijk-religieuze formulering die de Founding Fathers aanwendden. Daarom is het de moeite waard na te gaan welke betekenis vrijheid heeft in religieuze tradities. Eén daarvan, de traditie van katholiek sociaal denken, wil ik in een korte serie blogs in het bijzonder onder de loep nemen.

Mensbeeld

Voordat wij ingaan op de voor het publieke leven belangrijke politieke en rechtsfilosofische aspecten van vrijheid in het katholiek sociaal denken is het daarom nuttig om vrijheid als element van het katholieke mensbeeld te karakteriseren. Fundamenteel hierin is het inzicht dat de vrijheid van de mens en de vrijheid van God in principe niet met elkaar concurreren. Daarbij komt nog als element in het katholieke mensbeeld dat de mens in aansluiting op Aristoteles (384 tot 322 v. Chr.) ook nog eens als ´redelijk´ wezen en als ´politiek´ wezen wordt beschouwd.

De gevolgen van deze uitgangspunten zijn allereerst vanuit de mens gezien: om vrij te zijn hoeft een mens niet eerst van God los te komen; en omgekeerd: om te geloven hoeft men niet eerst de eigen menselijke vrijheid op te geven. De mens is als schepsel op God toegelegd en geroepen om de vrijheid van God na te bootsen en er zelfs deel aan te hebben. De katholiek zegt dus inzake de vrijheid van God en die van de mens; ‘én – én’ in plaats van ‘óf – óf’. In de twintigste eeuw is dit idee vooral door de Franse filosoof Jacques Maritain (1882-1973) zowel naar zijn mensvisie als naar zijn politieke en rechtsfilosofische kanten uitgewerkt.

Godsbeeld

Voor het katholieke geloof is het ook belangrijk om de vrijheid van God ten opzichte van Zijn schepping te bevestigen. De dertiende-eeuwse Schotse filosoof Duns Scotus (1266-1308) besteedde hier bijzonder veel aandacht aan. Dat moest wel, omdat door contacten met de Arabische filosofen - tevens Aristoteles kenners - Avicenna (980-1037 n. Chr.) en Averroes (1126-1198 n. Chr.) de vraag was opgekomen: kan het christelijk Godsgeloof eigenlijk wel de vrijheid van God en de vrijheid van de mens in een samenspel zien? En wel, zonder aan de ene kant God aan de toevalligheden en beperkingen van de schepping te onderwerpen en zonder aan de andere kant het christelijk geloof in de menswording van God (in Christus) op te geven? Dat was - en is nog steeds - een heel spannende vraag in deze interreligieus gekleurde dialoog met de Arabische - tevens moslim - filosofen die de eenheid en vrije soevereiniteit van God benadrukten.

FredvanIersel_Tocqueville_democratie_religie_vrijheid_mensbeeld_Godsbeeld_katholiek_sociaal_denken_blog

Samenspel

Het antwoord zocht Duns Scotus in een opvatting over de liefde van God voor mensen (dus als relatie tussen God en mens) in combinatie met het onderscheid tussen het feit dát het geschapene bestaat en het hoe van het bestaan.1 Door tegelijk de actieve vrijheid van de menselijke wil te benadrukken kon hij de mens karakteriseren als een wezen mét vrijheid en geschapen vóór vrijheid, met ruimte om het ‘hoe’ van zijn identiteit en zijn omgeving gestalte te geven. Omdat tegelijk God de Schepper van de mens is, en liefdevol betrokken blijft, is een samenspel tussen de geschapen menselijke vrijheid en vrije wil enerzijds en Gods vrijheid anderzijds mogelijk. Het is dit samenspel dat een uitwerking vindt in katholiek humanisme en hierop gebaseerd politiek handelen.

Tot zover een eerste beeld over vrijheid in het katholiek mensbeeld. De volgende blog van mijn hand betreft het ontstaan van het moderne katholiek sociaal denken en de vrijheidsidee daarin.

Fred van Iersel is katholiek theoloog en als bijzonder hoogleraar verbonden aan Tilburg University. Daarnaast is hij professor for social encyclicals aan het International Institute Canon Triest in Gent (B.). Tussen 2002 en 2011 was hij hoofdaalmoezenier van het rooms-katholieke justitiepastoraat bij de Dienst Justitiële Inrichtingen.

Meld je nu aan voor de Tocqueville-nieuwsbrief!

Lees meer over vrijheid - zie ook de blog ‘Religie of vrijheid?’ – door Ad van der Helm (5 november 2019).

1. Duns Scotus noemt dit de ‘dat-heid’ en de ‘hoe-heid’ van het bestaan.

Tags: Tocqueville, vrijheid, mensbeeld, Godsbeeld, katholiek sociaal denken