Wat drijft de democratie? En wat houdt haar drijvend?

Datum bericht: 19 oktober 2022

Door Lennart Slagter

Seymour Martin Lipset (1922-2006) is één van de grondleggers van de moderniseringstheorie binnen de politicologie. Hij stelde vast dat economische ontwikkeling, gemeten in BBP per capita, democratische ontwikkeling in de hand zou werken. Lipset brengt verscheidene argumenten te berde voor deze stelling. Hij haalt hierbij onder meer de naam van Alexis de Tocqueville (1805-1859) aan. In dit blog betoogt Lennart Slagter dat Lipset Tocqueville bepaald niet aan zijn zijde vindt waar het gaat om de veronderstelde relatie tussen economische ontwikkeling en democratisering. Kan een Tocquevilliaans perspectief op deze materie daarentegen juist verklaren waarom moderniseringstheorie vandaag de dag aan geloofwaardigheid heeft ingeboet?

In het artikel ‘Some social requisites of democracy’,1 zet Lipset uiteen hoe de gevolgen van economische ontwikkeling leiden tot de opkomst van liberale democratie. Zo is er binnen een samenleving met een hoog BBP per capita doorgaans een hoger niveau van geletterdheid onder de bevolking. Ook brengt de hogere mate van welvaart vaak een hoger onderwijspeil met zich mee. Dit stelt de burgers beter in staat zich politiek te engageren. Daarnaast is er, ten gevolge van industrialisering, doorgaans een verder gevorderd stadium van verstedelijking.

Economische ontwikkeling, verstedelijking en liberalisering

Geïnspireerd door vroege sociologen zoals Max Weber (1864-1920), gaat Lipset ervan uit dat verstedelijking hand in hand gaat met een liberalisering van de samenleving. Het leven in de stad, met alle diversiteit aan standpunten en levenswijzen van dien, brengt mensen ertoe zichzelf vooraleer te beschouwen als burgers van een staat, in plaats van als leden van een afgebakende, lokale (vaak religieuze) gemeenschap. Juist deze mensen zouden gemakkelijker de noodzaak van politieke representatie inzien, daar zij dagelijks te midden staan van een grote verscheidenheid aan ideeën en belangen. Ook zouden zij om deze reden het neutrale, ‘rationele’, gezichtspunt van de staat gemakkelijker kunnen billijken. De rol van religieuze overtuigingen binnen de politieke aangelegenheden en het dagelijks leven neemt dan ook af.

Het directe effect van welvaart uit zich volgens Lipset via verandering van de sociale stratificatie. Een hoger welvaartsniveau zorgt voor een groei van de middenklasse. Juist de middenklasse heeft een matigend effect op het politieke beleid.2 Zij zal extremisme afkeuren, omdat dit het politieke systeem bedreigt waarin zij zelf goed gedijt. Wat de onderklasse betreft, haar omvang en absolute armoedeniveau neemt af ten gevolge van economische ontwikkeling. Lipset haalt op dit punt Tocqueville aan, daar deze vaststelt:

Bij beschaafde naties zijn het in het algemeen alleen degenen die niets te verliezen hebben, die in opstand komen.3

Autoritair kapitalisme: de weerlegging van moderniseringstheorie?

Welnu, de door Lipset als vanzelfsprekend gepresenteerde gevolgtrekking tussen economische ontwikkeling en democratisering heeft vandaag de dag aan geloofwaardigheid ingeboet. De opkomst van ‘autoritair kapitalisme’ laat zien dat economische ontwikkeling, geenszins een proces van democratisering hoeft te impliceren. Denk hierbij aan landen als China en, hetzij in mindere mate, Singapore. De observaties die Tocqueville deed in de prille Amerikaanse democratie, kunnen verklaren waarom economische ontwikkeling op zichzelf geen voldoende voorwaarde vormt voor democratisering.

19oktAfbeelding: Het Tiananmenplein is het staatssymbool voor de Volksrepubliek China.

Tocqueville en de bron van de democratie

Het brandpunt van deze observaties vinden wij in de erkenning van de standsgelijkheid als het ‘oerfeit’4 van de democratie. Tocqueville beschouwde dit als het centrale principe waarvan al het andere dat hij waarnam was afgeleid. Gelijkheid is dan ook de krachtigste hartstocht onder democratische volkeren, een hartstocht die weliswaar eveneens een tegenwicht benodigde. Immers,

…het menselijk hart kent ook een perverse voorkeur voor de gelijkheid (…) (…) die de mensen ertoe overhaalt gelijkheid in slaafsheid te verkiezen boven ongelijkheid in vrijheid.5

Volgens Tocqueville vormde in Amerika de puriteins-christelijke traditie de noodzakelijke begrenzing van de democratische hartstocht voor gelijkheid. Deze traditie was namelijk gericht op (lokaal) zelfbestuur, vrijheid en onafhankelijkheid. Ondertussen beschermden de religieuze zeden de samenleving tegen een doorgeslagen individualisme, dat met de groeiende vrijheid en gelijkheid op de loer lag.

Hiermee kunnen wij zien dat Tocqueville fundamenteel van inzicht verschilt met Lipset. Laatstgenoemde trachtte succesvolle democratisering als een oorzakelijk gevolg af te leiden van economische ontwikkeling. Deze these is allereerst empirisch onhoudbaar gezien de opkomst van autoritair kapitalisme. Daarbij toont Tocqueville dat het aanhouden van religieuze overtuigingen niet haaks hoeft te staan op een proces van democratisering. Ook op dit punt spreekt hij de sociologische aannames binnen Lipsets theorie tegen. Bovendien doet deze moderniseringstheorie onvoldoende recht aan de rol van ideeën die ten grondslag liggen aan de moderne democratie, zoals standsgelijkheid en vrijheid. Wanneer dergelijke, fundamentele ideeën afwezig zijn, ontbeert de democratie haar ‘natuurlijke bron’, aldus Tocqueville:

De Amerikanen zijn onder een gelukkig gesternte geboren: hun voorouders hebben indertijd op de grond die de Amerikanen bewonen, de gelijkheid van stand en van het intellect ingevoerd, en daaruit moest op een mooie dag de democratische republiek opwellen als uit haar natuurlijke bron.6

Vond je dit een boeiende blog? Lees meer en blijf op de hoogte door je aan te melden voor onze maandelijkse Blog Alert.

Lennart Slagter is masterstudent Filosofie van de Natuur- en Levenswetenschappen en premasterstudent Politicologie aan de Radboud Universiteit. Daarbij was hij in 2020 als stagiair betrokken bij het project Tocqueville, Religie en Democratie.

#Tocqueville #Lipset #modernisering #democratie #kapitalisme #normenenwaarden

Noten:

1. Seymour Martin Lipset (1959) Some Social Requisites of Democracy: Economic Development and Political Legitimacy. American Political Science Review, 53(01), 69-105.

2. Zo stelde Aristoteles al het volgende over de rol van de middenklasse: ‘And this is the class of citizens which is most secure in a state, for they do not, like the poor, covet their neighbors'; goods; nor do others covet theirs, as the poor covet the goods of the rich; and as they neither plot against others, nor are themselves plotted against, they pass through life safely.’ – Politica, Book 4, Part XI. Toegankelijk via: http://classics.mit.edu/Aristotle/politics.4.four.html.

3. Alexis de Tocqueville (1835) Over de democratie in Amerika (integrale editie, vijfde druk). Lemniscaat: Rotterdam 2019 (oorspronkelijk gepubliceerd als: De la démocratie en Amérique), p.263.

4. Alexis de Tocqueville (1835) a.w. p.18.

5. Alexis de Tocqueville (1835) a.w. p.70.

6. Alexis de Tocqueville (1835) a.w. p.302.