Economische democratie

Datum bericht: 30 september 2020

Door Erik Sengers

Hoe verhoudt de overheid zich tot het bedrijfsleven in tijden van pandemie? Welke rol speelt de economische middenstand hierin? Een nieuwe blog van Erik Sengers, onderzoeker aan de Tilburg Universiteit, over economische democratie.

Een van de meest stimulerende waarnemingen van Alexis de Tocqueville vind ik het belang van het maatschappelijk middenveld. Het grote aantal verenigingen, stichtingen en zelforganisaties ziet hij als de garantie voor de democratie in Amerika: zij bemiddelen de relatie tussen staat en burger. Dit inzicht kunnen wij ook toepassen op de economie: een sterke middenstand zorgt voor economische democratie, die bemiddelt tussen klant en grootbedrijf. Een sterke middenstand houdt staatseconomie af en zorgt voor vrijheid en innovatie in het economisch verkeer. Momenteel grijpt de overheid hard in het economische verkeer in: winkels zijn gesloten, het aantal klanten is beperkt, bepaalde diensten (bijv. sportscholen) mogen niet geleverd worden. Wat zijn de grenzen en mogelijkheden van zo’n beleid?

Maatschappelijk middenveld

Voor een antwoord herlees ik de geschriften van Julius van Beurden. Hij was een pater van de Abdij van Berne, Norbertijn, en vanaf 1910 de leider van de Rooms-Katholieke Middenstandsbond De Hanze – een functie die hij had overgenomen van zijn medebroeder Jos Nouwens, die deze bond had opgericht. Direct na zijn aantreden schreef hij het beginselprogram van De Hanze en hij was een groot promotor van het handelsonderwijs dat leidde tot de Economische Hogeschool (nu Universiteit) in Tilburg. De meeste aandacht in zijn publicaties ging echter uit naar de verhouding tussen overheid en het (economische en politieke) maatschappelijk middenveld.

Katholiek sociaal denken

Het katholiek sociaal denken gaat ervan uit dat mensen samenwerken omdat niemand individueel in alle menselijke behoeften kan voorzien. Het doel van de samenleving (als geheel van de samenwerkingsverbanden) is om in die tekorten te voorzien. De overheid is er om de samenleving aan te vullen en te ondersteunen daar waar die samenleving dat niet zelf kan en de economische activiteit te balanceren tussen de wensen van het vrije individu en de belangen van de gemeenschap. Van Beurden is niet tegen overheidsingrijpen, maar wel terughoudend: indien het algemeen welzijn dit vereist, indien het doel niet op andere wijze kan worden bereikt, indien de interventie niet langer duurt dan nodig. De reden is dat de vrijheid van het bedrijfsleven niet structureel mag worden aangetast. De principes van Van Beurden zijn opgesteld voor economische interventies van de overheid: subsidies, staatsbedrijven, marktregulering. De economische gevolgen van een pandemie heeft hij niet voorzien.

lake-stage-5327879_1280

Economische vrijheid en democratie

Wat zou Julius van Beurden nu gezegd hebben? Hij zou er zeker begrip voor hebben dat de economische vrijheid wordt ingeperkt door het algemeen gezondheidsbelang. Hij zou ook begrip hebben voor de steunmaatregelen die de overheid inzet. Maar, hij zou die vast vooral voor de middenstand en in mindere mate voor de grote bedrijven ingezet willen zien. De maatregelen moeten beperkt in tijd zijn en regelmatig geëvalueerd worden, zodat de economische vrijheid en ondernemerschap niet langdurig beperkt worden. Deze voorwaarden zorgen ervoor dat de economische democratie in stand blijft.


Erik Sengers is gastonderzoeker aan de Faculteit Katholieke Theologie van de Universiteit Tilburg.

Lees hier de nieuwste Tocqueville-nieuwsbrief!

#Tocqueville #middenstand #AbdijvanBerne #subsidiariteit #overheidsingrijpen #maatschappelijkmiddenveld #economischedemocratie #burgerschap

Lees meer over Tocqueville en instituties