Groen van Prinsterer las Tocqueville: Groen versus Thorbecke over democratie (deel 2)

Datum bericht: 7 juli 2021

Door Jurn de Vries

In het tweede deel van zijn trilogie gaat Jurn de Vries in op de relatie tussen Groen, Thorbecke en Tocqueville. Wat zijn de verschillende opvattingen van Groen en Thorbecke over democratie? Hoe past het gedachtegoed van Tocqueville binnen dit concept?

In februari 1850 verscheen in het maandblad De Gids een niet ondertekend artikel onder de titel ‘Staatkundige beschouwingen’. De schrijver, mr. J. Heemskerk, verdedigt daarin de opvattingen van de liberale staatsman Johan Rudolf Thorbecke over democratie tegen de kritiek die Groen van Prinsterer daarop had uitgeoefend in de Tweede Kamer.* Thorbecke had betoogd dat er in de ontwikkeling naar volledige democratie sprake was van een historisch feit, waaraan voortaan alle politieke beginselen ondergeschikt moeten zijn.* De auteur verdedigt Thorbecke met een beroep op Tocqueville, die het streven naar gelijkheid waarvan ook democratie een uitdrukking is, beschreef als het meest continue, het oudste en het meest permanente feit uit de geschiedenis.*

Volgens de schrijver in De Gids zou Groen als christen tot het streven naar het democratisch ideaal bereidvaardig en ijverig moet zijn. Het is immers, volgens Tocqueville, de toepassing van het Evangelie in een tot dusver onbekende staatsrechtelijke vorm. Groen reageert hierop:

,,Ik vermeet mij niet de echtheid zijner Evangelische overtuiging in twijfel te trekken; maar ik loochen het verband tusschen Volksregering en Evangelie. Dit sprookje of, wilt ge, dezen Sirenenzang, heb ik menigwerf gehoord.’’

Groen in discussie met Thorbecke

Groen wijst erop dat Thorbecke óók niet helemaal op de lijn van Tocqueville zit. Dat blijkt, ,,zoodra we niet enkel letten op de weinige regels die gij uit het te regt vermaarde werk De la Démocratie en Amérique geciteerd hebt.’’ Dit werk in zijn geheel is, voor ieder die de mening deelt dat de democratie onvermijdelijk is, ,,een schrikverwekkend boek. Tocqueville zelf is voor de toekomst die wij op den weg der democratische ontwikkeling te gemoet gaan, zoo zeer als iemand, beducht.’’ En dan wijst hij op een andere passage in de inleiding van dat boek:*

,,Denkt men dat de democratie, na de feodaliteit te hebben vernietigd en koningen te hebben overwonnen, zal terugdeinzen voor bourgeois en rijken? Zal zij halt houden nu zij zo sterk en haar tegenstanders zo zwak zijn geworden?’’ En Groen antwoordt op deze retorische vraag: ,,Neen! Zoodanig vrijwillig stand houden is niet denkbaar.’’ Die vraag van Tocqueville heeft trouwens in de revolutie van 1848 ,,een krachtig antwoord gehad.’’

Afbeelding1

Foto: Thorbecke

De vrees van Groen

Vervolgens laat Groen zien waarheen de weg van de volkssoevereiniteit leidt, met een beroep op twee plaatsen uit het ,,belangrijke werk’’ van Tocqueville: ,,En wat mij in Amerika het meest tegen de borst stuit, is niet de extreme vrijheid die er heerst, maar de weinige waarborgen die men er vindt tegen de tirannie.’’ Groen vervolgt: ,,In het alvermogen der meerderheid ligt, gelijk hij nader ontwikkelt, onder den schijn van vrijheid, de oorzaak eener onweêrstaanbare dwingelandij.’’*

Maar Tocqueville wil dan ook geen slaafsche navolging. Hij schreef: ,,Het is overigens verre van mij te denken dat wij het voorbeeld van de Amerikaanse democratie zouden moeten volgen.’’ Het moet een Europese democratie zijn. Tocqueville ziet daarvoor twee voorwaarden: De eerste: het stap voor stap invoeren van democratische instellingen. De tweede: alle burgers voorbereiden op de democratie en ideeën en gevoelens weet die daarbij horen.* Er is dus grote kans dat het niet lukt. En wat dan?

atlas-1052011_1280

Tirannie van de meerderheid

Wij zullen dan allen gelijk zijn onder een dictatuur. ,,Er zal voor niemand onafhankelijkheid bestaan, niet voor de burger, niet voor de edelman, niet voor de arme, niet voor de rijke, maar wel een voor allen gelijke tirannie; en ik voorspel dat, als men er niet in slaagt om mettertijd bij ons de vreedzame heerschappij van het grootste aantal te vestigen, wij vroeg of laat bij de onbegrensde macht van een enkeling zullen belanden,’’ aldus Tocqueville.*

Groen vervolgt: ,,In het hoogst leerrijke hoofdstuk waaruit ik eenige regels overgenomen heb, schetst hij met krachtige trekken den aard van het aanstaande despotisme: de vreeselijkheid eener tyranny die, noch in eerbied voor hooger beginsel, noch in de zelfstandigheid van corporatiën, noch in den duizendvormigen weêrstand van het organisch geheel eener welingerigte maatschappij, het tegenwigt ontmoet, waardoor ook de ergste dwingelandy, van vroeger en later tijd, nooit, in den volsten zin der uitdrukking, alvermogend en onbeperkt was.’’

Hierop achtgevende, zal men beter het getuigenis verstaan dat Tocqueville omtrent zijn eigen gemoedsstemming aflegt:

,,Het boek dat voor u ligt, is geheel geschreven onder de indruk van een soort religieuze schrik die in de ziel van de schrijver werd gewekt door de aanschouwing van deze onweerstaanbare revolutie die al eeuwenlang, alle obstakels ten spijt, oprukt en die men ook vandaag nog ziet voortschrijden te midden van de ruïnes die zij heeft veroorzaakt.’’*

Hij concludeert: ,,Men heeft mijne bedenkingen niet wederlegd. Integendeel; het bestaan van het voornaamste mijner bezwaren, waarvan de andere het noodwendig uitvloeisel zijn, heeft men, geredelijk en bijkans met opgetogenheid, erkend.’’ En hij sluit af met een citaat van Guizot: ,,Het is een noodlottig stelsel waarmeê de vrede der maatschappij en al wat goed en voortreffelijk is, vrijheid, veiligheid, voorspoed, waardigheid , zedelijk welzijn en stoffelijke welvaart, te loor gaat.’’*

Groen vond in het werk van Tocqueville zelf juist gronden voor zijn terughoudendheid ten aanzien van democratie als ultiem politiek beginsel. Dat Tocqueville de zwakke plekken in het Amerikaanse stelsel scherp gezien heeft, is de laatste vijf jaar wel gebleken. De waarschuwingen van Tocqueville spraken hem kennelijk meer aan dan diens aanprijzingen van de democratie.

Vond je dit een boeiende blog? Lees meer en blijf op de hoogte door je aan te melden voor onze maandelijkse Blog Alert!

Dr. J.P. de Vries was van 1974 tot 2001 hoofdredacteur van het Nederlands Dagblad. Daarnaast was hij van 2011 tot 2017 als postdoc-onderzoeker publieke theologie, met een specialisatie in economische ethiek, verbonden aan de Theologische Universiteit in Kampen.

#Tocqueville #Groen #Prinsterer #Thorbecke #staatkunde #democratie #instituties #quotes #politiek

*De noten zijn beschikbaar bij de redactie.