Groen van Prinsterer las Tocqueville en werd bewonderaar (deel 1) - door Jurn de Vries

Datum bericht: 2 juni 2021

Door Jurn de Vries

Hoe raakte staatsman Groen van Prinsterer geïnspireerd door Tocqueville? In het eerste deel van een trilogie gaat Jurn de Vries in op de bewondering van deze staatsman over de werken van Tocqueville.

In de meimaand van 1848 ontving de historicus en staatsman Guillaume Groen van Prinsterer (1801-1876), de grondlegger van de antirevolutionaire of christelijk-historische richting in de Nederlandse politiek, een brief van zijn vriend mr. Hendrik Koenen (1809-1874), wethouder in Amsterdam.* Daarin attendeerde deze hem op ''het vermaarde werk van Tocqueville over Noord-Amerika ... zoo gij Tocqueville nog niet hebt gelezen, kan ik u die lectuur zeer aanbevelen.''* Hij noemt zelfs een passage in Groens toen pas verschenen boek Ongeloof en Revolutie, waar een verwijzing naar Tocqueville goed gepast zou hebben.

Beperking van de staatsmacht

Kennelijk was het hem ontgaan dat Groen elders in dat boek Tocqueville al had geciteerd, namelijk aan het eind van hoofdstuk X:

,,In den Revolutionairen Staat valt elke beperking van zoodanigen aard weg.,,Wij hebben de afzonderlijke organisaties vernietigd, die ieder voor zich tegen de tyrannie konden strijden, en er rest alleen nog maar de regering als enig erfgenaam van alle voorrechten, die aan de gezinnen, de corporaties en de mensen ontrukt zijn.’’

De daarbij geplaatste voetnoot luidt: ''De Tocqueville, De la démocratie en Amérique, I, 15''.* Nu was dat een citaat uit de inleiding van het boek. Maar dat Groen het hele boek gelezen had, bleek uit een citaat in 1840. In een rede in de Tweede Kamer op 31 augustus 1840 had hij gewaarschuwd tegen de omnipotence parlementaire, ''die willekeur van Vergaderingen, welke van lieverlede tot de ergste soort van despotieke regeringsvorm voert''. In de uitgave van zijn redevoeringen plaatste hij daarbij de volgende voetnoot (p. 109):

''Ten aanzien der Vereenigde Staten leest men in het allezins lezenswaardige werk van de Tocqueville: ,,Maar de meerderheid zelf is niet almachtig. Boven haar staan, in de morele wereld, de menselijkheid, de rechtvaardigheid en de rede; in de politieke wereld, de verkregen rechten: *’’ [….] Zoo denkt men in Amerika; dacht men, sints de algemeenheid der liberale begrippen, in Europa ook zoo?''*

Met dit citaat raakte Groen een kernthema van de visie van Tocqueville op democratie.

old-letters-436503_1280

Bewondering in woord en geschrift

Groen citeerde graag en veel buitenlandse auteurs, Franse, Duitse en Engelse, bijna altijd in hun eigen taal. Van de Franse was Guizot favoriet, ''een coryfee van de antirevolutionaire richting''.* Zo ver ging de lof voor Tocqueville niet want deze is ''een vurig bewonderaar van 1789''. * Maar hij is wel een goede tweede. Groen citeert hem maar liefst 84 keer. Zo schrijft hij in 1862:

,,Indien gij het niet weet of inziet, lees en bestudeer de meesterlijke geschriften van DE TOCQUEVILLE; gij zult u het gevaar voor vrijheid en beschaving in zijne gansche schrikbarendheid afgeteekend zien.’’*

Drie jaar later schrijft hij:

,,Nogmaals verklaar ik gaarne dat er zeer weinig publicisten zijn, die ik met de Tocqueville gelijk stel of zelfs vergelijk. Even als la Démocratie en Amérique, waarvan de veertiende editie het licht ziet, is zijn werk l’ancien régime et la Révolution een duurzaam gedenkteeken van zeldzame begaafdheid en ongelooflijken arbeid. Niemand verblijdt zich meer dan ik dat, in de laatste uitgaaf zijner geschriften …. de schetsen, de fragmenten, de gedachten worden medegedeeld die hij later zou hebben uitgewerkt.’’*

En in hetzelfde jaar:

''Beter dan met eigen woorden, zal ik meêdelen wat ik bedoel en gevoel, in de taal van een schrijver aan wien ik onder mijne geliefdsten auteurs een eersten rang toeken, van de Tocqueville …''*

En zulke kwalificaties geeft Groen veel vaker. Zelfs in de Tweede Kamer uit hij zijn waardering voor Tocqueville, als hij spreekt over de scheiding van kerk en staat:

,,Er is hier tweeërlei opvatting. De eene, die van vele mijner christelijke vrienden, ook door vermaarde buitenlandsche Christenen en publicisten, bijv. Vinet* en de Tocqueville, gestaafd; waarbij voor de individuele christelijke veerkracht ruim baan is’’.

De andere heeft de religie van het ongeloof als drijfkracht.* In een van zijn laatste publicaties betreurt Groen het dat niet alle brieven van Tocqueville in de Oeuvres Complètes zijn opgenomen.*

In 1868 geeft Groen een tweede druk van Ongeloof en Revolutie uit. De hoofdtekst is vrijwel ongewijzigd, maar hij voegt tal van voetnoten toe, waarin 44 citaten van Tocqueville voorkomen (nog twee uit De la démocratie en Amérique, 17 uit L’Ancien Régime et la Révolution (1857) en 25 uit andere delen van diens Oeuvres complètes. In andere werken van Groen (ik pretendeer niet volledig te zijn) trof ik nog eens 39 citaten aan.

Driemaal vond ik in de geschriften van Groen van Prinsterer een uitvoerige beschouwing over de opvattingen van Tocqueville. De eerste daarvan, in discussie over Thorbeckes visie op democratie, wil ik in een volgende blog nader bezien.

Vond je dit een boeiende blog? Lees meer en blijf op de hoogte door je aan te melden voor onze maandelijkse Blog Alert!

Dr. J.P. de Vries was van 1974 tot 2001 hoofdredacteur van het Nederlands Dagblad. Daarnaast was hij van 2011 tot 2017 als postdoc-onderzoeker publieke theologie, met een specialisatie in economische ethiek, verbonden aan de Theologische Universiteit in Kampen.

#Tocqueville #Groen #Prinsterer #staatkunde #democratie #instituties #inspiratie #bewondering #quotes #antirevolutionairen

*De noten zijn beschikbaar bij de redactie.