De instituties van onze vrijheid moeten wij onderhouden

Datum bericht: 2 september 2019

Door Herman J. Kaiser

Op 12 september staan wij stil om te herdenken dat in de late zomer van 1944 het eerste dorp van Nederland werd bevrijd. Over een landweggetje bij Mesch kwamen de eerste Amerikaanse militairen over de Belgisch-Nederlandse grens.

Het overgrote deel van ons land moest nog grote ontberingen doorstaan. De route van Normandië tot Berlijn was nog lang. Ook voor de Amerikanen. Een rondgang over de indrukwekkende begraafplaats van Margraten laat zien welke hoge prijs is betaald voor onze vrijheid. De waarden van vrijheid en democratie zijn geen formules in historische documenten. Het zijn de werkelijke fundamenten onder onze samenleving die is gebaseerd op menselijke waardigheid en democratie. Alexis de Tocqueville heeft dit in de negentiende eeuw al beschreven in zijn “Over de democratie in Amerika”.

Op grote schaal wordt de vijfenzeventigste verjaardag van onze vrijheid herdacht en gevierd. Menselijkerwijs gesproken zal dit de laatste grote herdenking zijn waaraan veteranen van toen zullen deelnemen. Het is goed om te zien hoe in het hele land en in Europa vanuit de samenleving initiatieven zijn genomen om op een passende wijze te reflecteren op wat vrijheid en bevrijding toen en nu voor ons betekenen. Met name jonge mensen zijn belangstellend naar de verhalen van toen. Vooral als het gaat om authentieke getuigenissen van ooggetuigen. Sinds enkele jaren bestaat ook de Liberation Route Europe. Een internationaal project dat ons leert om op concrete plaatsen naar concrete gebeurtenissen te kijken. Steeds vanuit een bepaald perspectief en met specifieke nuances. Het leert ons dat de geschiedenis van Europa een verhaal is met vele aspecten en invalshoeken. Maar al die verschillende verhalen hebben wel steeds iets kenmerkends dat iedere keer opnieuw terug komt.

Op de eerste plaats het fenomeen dat als de instituties van de staat worden ondermijnd door machtswellust en totalitaire ideologieën de democratische rechtsstaat aan het wankelen wordt gebracht. Democratie is kwetsbaar. Plato en Sokrates hadden het hier in de oudheid al over. Als een democratie van binnenuit wordt uitgehold ontstaat er een cyclus van repressie en meedogenloze onderdrukking. In een democratie kan een paard van Troje worden binnengehaald, zoals in de Weimarrepubliek een moordenaarsbende aan de macht werd gebracht.

Op de tweede plaats zien wij dat de slachtoffers van het instorten van de democratische rechtsstaat altijd gewone mensen zijn. Mensen die gewoon hun werk willen doen, met hun familie samen willen leven. Mensen die de droom hebben om iets van hun leven te maken. Soms worden die mensen geroepen tot heldendom. Mensen die na vijfenzeventig jaar nog kunnen zeggen dat zij alleen maar hun plicht deden en vooral rouwen om hun kameraden die zij in de strijd hebben moeten achterlaten.

In mijn boek “In waarde verbonden” (Adveniat; Baarn, 2018) haal ik Martin Buber aan. Hij beschreef wat de dehumaniserende gevolgen zijn van demonische leiders die mensen niet zien als medemens, maar slechts als instrument van hun streven naar macht en overheersing. Hij had daarbij Napoleon als afschrikwekkend voorbeeld voor ogen. Hij schreef zijn tekst als joodse Duitser in 1923. In het jaar dat de nieuwe demonen zich al aan begonnen te kondigen.

De bescherming van de menselijke waardigheid vraagt om sterke pijlers van de instituties van de democratische rechtsstaat. Tot die instituties behoren onze grondwet en de staatsinstellingen van de drie gescheiden machten. Maar vooral ook een diep geworteld besef van burgerschap en gemeenschapszin. Die maatschappelijke waarden worden niet opgelegd door de staat. De samenleving heeft haar eigen instituties die morele bakens uitzetten. De kerken en religies spelen daarbij een belangrijke en onafhankelijke rol. Nog steeds, niet alleen in de tijd van Tocqueville. Op de instituties van een vrije, democratische samenleving moeten wij zuinig zijn. Wij moeten er behoedzaam mee omgaan. Net als de dammen en dijken van het Deltaplan moeten ook de dammen en dijken van onze democratie beschermd worden. Vanuit die gedachte is het een betekenisvol symbool dat de start van het herdenkingsjaar in Zeeland plaats vindt, twee weken voor de bevrijding van het eerste dorp in Nederland.

Herman J. Kaiser was van 2013 tot 2017 burgemeester van Arnhem. Sinds 2018 is hij voorzitter bij het Comité 75 jaar bevrijding van de provincie Limburg.

Meld je nu aan voor de Tocqueville-nieuwsbrief!

Lees meer over Tocqueville en vrijheid