Mijn kennismaking met het postliberalisme

Datum bericht: 2 maart 2022

Door Hans-Martien ten Napel

Naar aanleiding van een bespreking van een recente bundel met verkenningen van het postliberalisme,1 vroegen de aanwezigen mij iets te vertellen over mijn persoonlijke kennismaking met deze stroming. Deze leuke vraag bleek nog niet zo eenvoudig te beantwoorden. Een nadere reflectie daarop bracht mij tot dit antwoord.

Mijn kennismaking met het postliberalisme moet zo’n zeven jaar geleden hebben plaatsgevonden, toen ik een jaar lang op de Princeton-campus verbleef. Daar nam ik onder andere deel aan de activiteiten van het James Madison Program in American Ideals and Institutions van Robert P. George.Professor George is misschien niet het prototype van een postliberaal, maar de bijeenkomsten van zijn programma leerden mij dat het mogelijk, en ook nodig, is om kritisch te kijken naar de ontwikkeling van de democratische rechtsstaat aan de hand van een vast ijkpunt.

Dat ijkpunt, en het fundament onder het Amerikaanse experiment, was de idee van self-government rooted in truth’.Daarbij kan het begrip ‘waarheid’ voor ons doel op verschillende manieren worden gedefinieerd, zoals natuurrecht, religie of Traditie.

Bunker

Wanneer het laatste stukje van de uitdrukking, ‘geworteld in waarheid’, komt te vervallen, belanden wij in ‘een betonnen bunker zonder ramen’. Dat was de uitdrukking die emeritus-paus Benedictus XVI gebruikte in zijn rede voor de Duitse Bondsdag van 22 september 2011.Hoe meer ik de afgelopen jaren keek naar de hedendaagse institutionele vormgeving van de democratische rechtsstaat die Engelstaligen doorgaans liberal democracy noemen, hoe meer het mij opviel dat dat inderdaad de situatie is waarin deze vorm van staatsinrichting is komen te verkeren. Zo is de ziel uit de Europese samenwerking verdwenen. Ook is het oorspronkelijke, waardevolle, idee achter de rechten van de mens vergaand uit beeld geraakt.

michael-jasmund-Jz7taXW19HQ-unsplash

De democratische rechtsstaat is, zouden wij kunnen zeggen, verworden tot een puur liberale democratie. Bij het beeld van een bunker past ook de defensieve houding die bij menig aanhanger daarvan valt waar te nemen. Alleen de verwijzing naar het oorspronkelijke ideaal van ‘zelfbestuur geworteld in waarheid’, zoals de Amerikaanse Founding Fathers dat aanhingen, roept al wrevel op.

Opmerkzame geest

Het postliberalisme zie ik in essentie als een mogelijke remedie voor dit euvel. Het poogt de ramen weer open te zetten. Het kan ons weer een listening heart (opmerkzame geest) teruggeven, waar Salomo om vroeg toen hij aantrad als koning.5 Het gaat daarbij, zoals Benedictus het uitdrukte, om ‘the capacity to discern between good and evil, and thus to establish true law, to serve justice and peace’.

Als een dergelijk herstel van ‘zelfbestuur geworteld in waarheid’ valt te verwezenlijken binnen de hedendaagse liberale kaders, dan des te beter. Het zou dan gaan om de terugkeer van een soort natuurrechtelijk liberalisme zoals Tocqueville dat aanhing. Post-liberalisme is dus voor mij niet hetzelfde als anti-liberalisme. Voor een dergelijk herstel is het wel van belang eerst de ernst van de huidige situatie in te zien.

Ik houd ook rekening met de mogelijkheid dat dat met de ontwikkeling die het liberalisme heeft doorgemaakt niet langer haalbaar is. De twijfel daarover heeft postgevat. In dat geval luidt de vraag: wat dan? Het klopt dat het antwoord daarop nog niet zo eenduidig is, maar dan geldt: in de bunker zullen wij het toch ook niet lang uithouden.

chuttersnap-Kc6fOaajiiI-unsplash

Het postliberalisme kan de democratische rechtsstaat hoe dan ook helpen los te breken uit de bunker waarin deze vorm van staatsinrichting haars ondanks is terecht gekomen. Behalve op institutioneel vlak, geldt dat zeker ook cultureel. Het doet dat bovendien op een intellectueel uitdagende manier. Denk bijvoorbeeld, behalve aan George, aan het werk van toonaangevende postliberalen als Patrick Deneen en Adrian Vermeule.6

Groen van Prinsterer

Critici zullen wellicht opmerken dat de door postliberalen geëntameerde discussies niet alleen raakvlakken kennen met al door Tocqueville geagendeerde thema’s, maar ook met Groen van Prinsterers Ongeloof en Revolutie (1847). Dat is ontegenzeggelijk het geval.7

Het biedt tegelijkertijd wellicht een begin van een concrete oplossingsrichting, in de vorm van een antirevolutionair of christelijk-historisch staatsrecht. Daarmee is immers in zowel Nederland als Europa de afgelopen anderhalve eeuw de nodige ervaring opgedaan.

Hedendaagse postliberalen zullen daar direct aan toevoegen dat het een misverstand is te menen dat alleen de kringen van Groen belang hebben bij de ontwikkeling van listening hearts. Het gaat om de houdbaarheid van de democratische rechtsstaat voor alle ‘mensen van goede wil’.

Vond je dit een boeiende blog? Lees meer en blijf op de hoogte door je aan te melden voor onze maandelijkse Blog Alert.

Hans-Martien ten Napel is universitair hoofddocent Staatsrecht aan de Universiteit Leiden en als Senior Fellow verbonden aan het Center for Religion, Culture & Democracy (USA).

#Tocqueville #liberalisme #postliberalisme #democratie  #rechtsstaat #waarheid, #Groen van Prinsterer #Paus Benedictus XVI #Patrick de Neen #Adrian Vermeule #Robert G. George

Noten:

1. Patrick Overeem & Hans-Martien ten Napel (red.) Het radicale midden overzee. Verkenningen van het postliberalisme, Utrecht: Eburon 2021.

2. https://jmp.princeton.edu (geraadpleegd op 17 januari 2022).

3. Term ontleend aan Todd Huizinga.

4. https://www.vatican.va/content/benedict-xvi/en/speeches/2011/september/documents/hf_ben-xvi_spe_20110922_reichstag-berlin.html (geraadpleegd op 17 januari 2022).

5. 1 Koningen 3: 9.

6. Zie resp. Why Liberalism Failed (verschenen in 2018) en Common Good Constitutionalism (binnenkort te verschijnen).

7. https://europeanconservative.com/articles/essay/unbelief-the-root-of-totalitarian-trends-in-liberal-democracy/ (geraadpleegd op 17 januari 2022).