De liberale democratie als kaartenhuis: godsdiensten als troef

Datum bericht: 12 mei 2021

Door Niels de Leeuw

Wat zijn de verschillende liberale perspectieven op godsdienst? Fungeert godsdienst als bondgenoot of als belemmering binnen het liberale gedachtegoed? Religiewetenschapper Niels de Leeuw gaat in op de rol van leiders en het individu binnen godsdienstige gemeenschappen.

Zelfs de beste leider is feilbaar. Zelfs de beste leider valt ten prooi aan begeerte van macht om het eigen doel te bereiken. Zelfs koning David misbruikte zijn macht als legeraanvoerder. Om Batseba voor zich te winnen moest haar man Uria dood. David stelde Uria de Hethiet op in de voorste rangen van een hopeloze aanval om hem de dood in te jagen. Niemand had deze list door. Naar het oordeel van de Heer was het echter wel degelijk slecht wat David had gedaan (2 Samuel 11: 1-27).

Het liberale dilemma

Bovenstaand Bijbelverhaal zou prima in de politieke dramaserie House of Cards passen. Het verhaal is echter onderdeel van de VVD brochure Opgaande lijnen uit 1955. Het vormt onderdeel van een betoog dat iedere leider, elke macht, beperkt moet worden en aan controle onderhevig moet zijn. In de wens van liberalen om macht te beperken en aan controle te onderwerpen, zijn godsdiensten vanaf de 19de eeuw afwisselend als nuttige bondgenoot of als vijand beschouwd.king-1256645_1280

Godsdienst als basis van het liberalisme

Het eerste liberale perspectief is dat godsdiensten bondgenoten zijn voor de moraal die noodzakelijk is in een democratie. Democratische burgers moeten terughoudend zijn om eigen ideeën op te dringen aan anderen, ook als zij een politieke meerderheid vormen om hun eigen wensen tot wet te maken. In de woorden van Tocqueville voorzien godsdiensten in verhalen om hartstochten te beperken en om een zekere bescheidenheid te betonen. Net als koning David, heeft de mens talenten om zijn eigen leven te ontplooien, maar is hij ook zondig. De meerderheid bepaalt daarom niet wat goed en kwaad is. God heeft het laatste woord. In het passieverhaal van het christendom staat de meerderheid voor het kwaad. De meerderheid van het volk stemt voor Jezus’ dood. Tot en met de jaren zestig van de twintigste eeuw was dit perspectief op dit gevaar van de meerderheid in liberale kringen sterk ontwikkeld.

Godsdienst als vijand van het liberalisme

Het tweede liberale perspectief is dat godsdiensten worden gezien als vijand van individuele vrijheden. Dit beeld domineert sinds de jaren zestig van de vorige eeuw. Het is een beeld waarin gelovigen een obstakel zijn voor individuele keuzevrijheid vanaf geboorte tot en met de dood. Het is een beeld waardoor seculiere liberalen strijden tegen juridische ‘privileges’ van godsdienstige organisaties. De artikelen 6 en 23 van de Grondwet zijn de voornaamste doelwitten.

Ook Tocqueville verdedigt de scheiding van godsdiensten en overheid. Hij doet dit echter op basis van het idee dat godsdiensten verzwakken door verbintenissen aan te gaan met overheden, die in een democratie per definitie wisselen van politieke kleur.

Aanhoudende zorgen

De invloed van godsdiensten is in de nationale politiek de laatste jaren afgenomen. De oorzaken daarvan zijn niet bewuste politieke strijd, maar demografische en electorale verschuivingen. Godsdiensten komen nu vaak in problematische zin aan de orde. Mensen maken zich zorgen over de vermeende invloed van christelijke godsdienstige organisaties in landelijke gemeenten binnen de ‘gordel van God’ en van islamitische godsdienstige organisaties in wijken van steden. Zorgen leven er vooral over de positie van niet-heteroseksuele, vrouwelijke of niet-gelovige individuen in orthodoxe godsdienstige gemeenschappen.

Terughoudendheid

Tocqueville zou zich waarschijnlijk over de bewegingsruimte van mensen in die orthodoxe gemeenschappen ook enige zorgen maken, althans wanneer zij daardoor ongewenste sociale druk ervaren waaraan zij feitelijk moeilijk kunnen ontkomen. Tegelijkertijd zou hij ook terughoudend zijn met staatsingrijpen in die godsdienstige gemeenschappen en bijbehorende organisaties. Het zijn namelijk dezelfde gemeenschappen die tegenwicht bieden aan de macht van de staat en democratische meerderheden.hands-1917895_640

Revolutionaire godsdienstige organisaties

Het positieve perspectief op godsdienstige gemeenschappen is de laatste decennia verzwakt. Wellicht is een reden daarvoor dat veel mensen zelf geen persoonlijke ervaring ermee hebben.

Een andere reden is dat uit naam van de islam los georganiseerde terroristische cellen het beeld van godsdienstige gemeenschappen mede bepalen. Deze laatste zijn echter het tegendeel van godsdienstige gemeenschappen waaraan Tocqueville een positief belang hecht. Sterker nog, deze radicale vorm van religie is in elk geval deels een gevolg van een in de godsdienst geschoten individualisering en gewelddadig georiënteerde geest waarvoor Tocqueville juist waarschuwt. Verloren in de betekenisloze anonimiteit van de massa worden individuen kwetsbaar voor de hartstocht van leiders die oproepen tot het verbreken van gemeenschapsbanden. Deze leiders roepen zo ook een gewelddadig revolutie op.

Kaartenhuis

Traditionele godsdienstige gemeenschappen passen niet in het plaatje van de ‘perfecte’ liberale samenleving opgevat als een verzameling van losse individuen. Zij beschermen wél tegen een despotische staat, de tirannie van de meerderheid én extremistisch leiderschap. Sterke godsdienstige gemeenschappen zijn daarom vandaag de dag, meer nog dan Tocqueville zich kon voorstellen, een onmisbare troef in het kaartenhuis van de democratie.

Vond je dit een boeiende blog? Lees er meer en blijf op de hoogte door je aan te melden voor onze maandelijkse Blog Alert!

Niels de Leeuw is religiewetenschapper, publicist en docent levensbeschouwing en Global Perspectives in Den Bosch.

#Tocqueville #liberalisme #democratie #politiek #godsdienst #gemeenschap #leider #HouseofCards