De lichtheid van het sociaal contract

Datum bericht: 24 augustus 2022

Door Jan Prij

Volgens de Franse techniekfilosoof Éric Sadin valt onze gemeenschappelijke wereld uit elkaar. Wij leven volgens hem in het tijdperk van de ik-tiran die alleen zichzelf erkent als normatief referentiepunt en bron van gezag, waardoor er van onderlinge solidariteit niets overblijft. Hoe geloofwaardig is zijn analyse?

Wij moeten volgens Sadin de kiemen van dit destructieve ethos opsporen om het te kunnen bestrijden.1 Deze kiemen liggen volgens Sadin bij de mythe en de teleurstellingen van het liberale individualisme. De geboorte daarvan situeert hij bij de Engelse filosoof en de vader van het liberalisme John Locke (1632-1704) en de stichtingsmythe van het moderne sociale contract. Volgens deze mythe bestaat de natuurlijke vrijheid van de mens eruit ‘dat hij geen enkele hogere macht op aarde erkent en niet ondergeschikt is aan de wil of het wetgevende gezag van wie of wat dan ook’.2

Deze stelling van John Locke ligt aan de oorsprong van het moderne streven om alle burgers het onvervreemdbare recht op volledige autonomie te doen toekomen. Locke legt hiermee de grondslag van de theorie van het sociaal contract die de verhouding tussen individu en maatschappij regelt. Meermaals schrijft Locke dat het individu altijd vrij moet zijn om zijn eigen geweten te volgen, maar wel binnen een collectief dat verenigd wordt door gedeelde waarden.

Volledige erosie van gedeelde waarden

De these van Sadin is dat aan de basisvoorwaarden van dit sociaal contract niet meer voldaan wordt. Zijn boek beschrijft in vogelvlucht hoe die gedeelde waarden vanaf de jaren zeventig van de vorige eeuw (het moment dat het wantrouwen de samenleving binnensloop) razendsnel zijn geërodeerd. Vooral de neoliberale wending in de samenleving waarbij het individu zichzelf als ondernemer op de markt zette en ‘de roes van het internet met het ik als nieuwe middelpunt’ zijn volgens Sadin funest geweest.3 Er is in een verontrustend tempo een sfeer tot stand gekomen waarin mensen zich in toenemende mate koning in hun eigen wereldje wanen. Wat ons nu te doen staat, aldus Sadin is heel duidelijk maken ‘dat er iets is en altijd zal zijn dat ons overstijgend, bindt en verplicht’ namelijk dat onze individuele eigenheid ...  alleen werkelijk kan gedijen bij de gratie van de gedeelde ruimte’.4

shakespeare-g4043d068f_1920

Technologieën achter de veenbrand

Sadin beschrijft de technologieën achter de veenbrand, zoals Facebook, waarin iedereen ‘gevangen is in de subjectiviteit van een zuiver persoonlijke ervaring’, het gekwetter van Twitter, het ik-liberalisme van Instagram. Dit alles resulteert in de opkomst van ‘autoritaire particuliere belangen’ en toenemende barsten in het vertrouwenspact. Wat overblijft is een tijdperk van wrok, rancune en slachtofferschap waarin een toenemend aantal mensen streven naar genoegdoening. Een wereld kortom waarin men uiteindelijk op steeds gewelddadiger wijze probeert zijn eigen ik te laten overheersen.
Aansluitend bij het denken van Tocqueville constateert Sadin in een van zijn kenmerkende lange zinnen dat er nu in ons democratisch stelsel op nieuwe wijze een tirannie van de meerderheid dreigt te ontstaan ‘Tirannie’, zo zei Tocqueville, kan ook door de meerderheid worden uitgeoefend. Sadin:

‘Vandaag de dag zien we deze stelling eens te meer bevestigd, al is de geautomatiseerde meerderheid van tegenwoordig geen met de legitimiteit bekleed geheel, maar bestaat die uit een overvloed aan individuen die vervuld van wantrouwen en strijdlust afstand houden van zowel het publiek debat als de ander’.5

Vervolgens concludeert hij dat ons een haast ‘manicheïsche strijd wacht tussen Thanatos en Eros, tussen hen die worden voortgestuwd door vernietigingsdrift en zij die gedreven worden door hoop en de diepe wens iets op te bouwen’.6

Een vernietigende diagnose zonder geloofwaardig alternatief

Sadin biedt met zijn boek helaas geen wegen om uit het tijdperk van de ik-tiran te komen en de vernietiging van de gemeenschappelijke wereld te boven te komen. Sterker nog, hij beantwoordt niet aan zijn bedoeling door te laten zien hoezeer ‘we in de samenleving van elkaar afhankelijk zijn en alleen kunnen bestaan bij de gratie van een gedeelte ruimte.’
Zijn analyse was geloofwaardiger geweest als deze zichtbaar had gemaakt hoezeer ons individuele lot schatplichtig is aan de inzet van anderen, hoezeer ook de zogenaamde lonely wolves onderdeel uitmaken van de samenleving die zij zelf zeggen te verwerpen; hoezeer kortom de selfmade man die zichzelf de eigen wetten stelt daadwerkelijk op een illusie berust.

balls-ga1a498690_1920

Nu lijkt Sadin de fundamenten van een de gemeenschappelijke wereld zelf te ondergraven door in het midden ervan een antagonistische strijd tussen opbouwende krachten en vernietigende krachten te veronderstellen die buiten de samenleving staan en deze trachten te vernietigen. Het punt is nu juist: wij kunnen niet uit de gedeelde ruimte vallen die wij met iedereen delen. Of om het met een retorische vraag van de socioloog Willem Schinkel te zeggen: als iemand buiten de samenleving valt, waar is ie dan?

De lichtheid van het sociaal contract

Wel maakt zijn boek de ondraaglijke lichtheid van het sociaal contract duidelijk dat Sadin als uitgangspunt neemt voor zijn analyse. Problematisch daarbij is dat het sociaal contract een set van afspraken betreft die uit zichzelf geen overstijgende, bindende en verplichtende kracht heeft. Contracten gaan over wat partijen op basis van eigen belang bij de overeenkomst te winnen hebben en over verschillende belangen. Ook kunnen op ieder moment op basis van wederzijdse instemming worden afgebroken. Een sociaal contract creëert een staat en daarbij behorende rechtsregels.

Zoals Jonathan Sack in zijn boek The home we build together heeft laten zien, ziet het vertrouwenspact op basis van een maatschappelijk verdrag er anders uit.Het draait om de vraag wat verschillende partijen bijdragen aan de samenleving en niet wat zij bij de overeenkomst te winnen hebben. Een maatschappelijk verdrag vraagt om commitment op basis van een gedeelde visie die niet op basis van eigen belang wordt aangegaan, maar die om onze voortdurende toewijding, loyaliteit en betrouwbaarheid vraagt. Het creëert een samenleving en verbindt mensen op basis van een gemeenschappelijke visie. Het gaat niet primair over de verdeling van rechten, maar over de toewijzing van verantwoordelijkheden.

Een contact draait om de logica van het ‘voor-wat- hoort-wat’. Een verdrag kent een andere logica namelijk ‘ik geef terug aan anderen, wat ik van anderen ontvangen heb’. Daarmee erkent het volop de schatplichtigheid door de tijd heen van generaties mensen aan elkaar. Het stijgt boven het eigenbelang uit en erkent daarmee pas voluit datgene ‘wat ons overstijgt, verbindt en verplicht: de gedeelde ruimte die mij draagt. Alleen vanuit de cultivering van dat ethos is een geloofwaardige kritiek op de opkomst van de ik-tiran mogelijk.

Vond je dit een boeiende blog? Lees meer en blijf op de hoogte door je aan te melden voor onze maandelijkse Blog Alert

Jan Prij is publicist en redactiesecretaris van Christen Democratische Verkenningen

#Tocqueville  #Éric Sadin #John Locke #sociaal contract #maatschappelijk verdrag

Noten:

1. Éric Sadin, Het tijdperk van de ik-tiran. Het einde van de gemeenschappelijke wereld, Wereldbibliotheek, 2021.

2. Id., p.43. Het citaat van John Locke komt uit Second Treatise of Government, 1690, hoofdstuk 4.

3. Id., p.79.

4. Id., p.39.

5. Id., p.252.

6. Id., p.263.

7. Johnathan Sacks, The home we build together, Bloomsbury, 2007. Zie met name hoofdstuk 9. Social Contract, Social Covenant, p.101-112.