Meten met twee maten

Datum bericht: 23 januari 2020

DoorRien Fraanje

measure-1509707_1920Alexis de Tocqueville meende dat een gezonde democratie niet kan bestaan zonder een religieus geloof. In een democratie zonder geloof komt de individuele mens al te zeer centraal te staan, zo vreesde hij. Een religie houdt mensen met beide benen op de grond en maakt dat ze zich bewust zijn dat ze onderdeel uitmaken van iets dat groter is dan zijzelf. Zonder geloof geen vrijheid en zonder geloof geen democratie, meende Tocqueville.

Tegenstelling?

Vandaag de dag wordt de relatie tussen democratie en religieus geloof eerder als een tegenstelling gezien. Democratie staat voor vrijheid; godsdienst voor onvrijheid. De invloed die het christendom en de christelijke leer hebben gehad op de vorming van democratische natiestaten in tal van Westerse landen wordt niet meer onderkend: het was immers juist de seculiere Verlichting die ons bevrijdde van het juk van het christendom!

Islam

De entree van de islam in onze samenleving kwam op een moment dat we dachten dat religie alleen een plaats in de marge van de samenleving hoorde te hebben. Dat heeft ons vast meer uitgesproken gemaakt over de vrijheid van meningsuiting in relatie tot geloof: gelovigen moet worden geleerd wat leven in onze democratie behelst, dat we hier vrijheid van meningsuiting hebben. Die vrijheid wordt vervolgens zó ingekleurd dat je ook het recht zou hebben anderen te kwetsen. Dat je daar tegen moet kunnen als je in dit land wilt wonen. En impliciet: als je daar niet tegen kunt, dat je hier dan niet thuis hoort.

Vrije meningsuiting en religie: twee voorbeelden

Deze houding heeft concrete gevolgen. Neem de gevallen van een demonstratie van een anti-islam groepering vlak voor de ingang van een moskee en van een barbecue van niet-halalvlees bij de ingang van hun gebedshuis tijdens de voor moslims belangrijke vastenmaand ramadan. Vanuit de net genoemde opvatting moeten zulke acties gewoon kunnen. Burgemeesters zagen echter een probleem voor de openbare orde en verboden de demonstraties. Zij wezen wel alternatieve locaties aan. De onderstroom van de reacties op het handelen van de burgemeesters was er een van kritiek: was hier geen sprake van een beperking van het recht op vrije meningsuiting en demonstratie?

In vrijwel dezelfde periode ontstond er politiek en maatschappelijk debat over het groeiende aantal anti-abortusdemonstraties bij de voordeuren van abortusklinieken. Hier waren wij het snel over eens: een dergelijk protest van (meestal) christelijke fundamentalisten die naar Amerikaans voorbeeld de bezoekers van abortusklinieken ervan probeerden te overtuigen dat zij op het punt stonden een moord te plegen, dat is smakeloos. Dat moeten wij niet willen, oordeelde ook de Tweede Kamer, die de minister van Justitie de opdracht gaf om te onderzoeken of het mogelijk is om een demonstratievrije bufferzone bij abortusklinieken in te stellen.

Smakeloos

Twee op het oog vergelijkbare gevallen waarmee toch zo verschillend is omgegaan. Zij laten precies onze verlegenheid met religie zien. Naar mijn overtuiging zijn beide vormen van protest smakeloze provocaties. In beide gevallen ben ik van mening dat het verstandig is om fysieke afstand te creëren tussen de ‘voordeuren’ en de demonstranten. Dat de Tweede Kamer wil onderzoeken of het zo'n bufferzone kan formaliseren, kan ik dus billijken. De kritiek op burgemeesters die moskeegangers niet willen confronteren met anti-islamdemonstranten vind ik in dit licht moeilijk te begrijpen. Hier wordt immers met twee maten gemeten.

Twee maten

Waarom wij hier met twee maten meten, kan ik wel verklaren. Abortus is in onze seculier-liberale samenleving voor de weldenkende meerderheid der natie een van de symbolen geworden van hoe wij onszelf willen zien, wie wij denken te zijn. Vrouwen zijn baas in eigen buik, dat is bevochten op de dominantie van godsdienst in onze samenleving. Dat recht en die vrijheid willen we niet opgeven. De ‘bufferzone’ voor protest staat daarvoor symbool.

De komst van een betrekkelijk nieuwe religie in onze samenleving druist juist in tegen ons bevochten zelfbeeld van een seculiere samenleving. Natuurlijk, wij leven in een vrije samenleving dus wij zullen het geloven in God niet verbieden, maar gelovigen moeten wel weten hoe wij hier met elkaar samenleven. En dus moeten zij leren te verdragen dat tegen hun god en religie wordt gedemonstreerd.

Een frons van Tocqueville

Ik zie voor me hoe Alexis een reis maakt door de Nederlanden om onze democratie te bestuderen. Bij het optekenen van de verschillende behandeling van twee vergelijkbare kwesties in zijn aantekenboekje, zie ik hoe hij zijn wenkbrauwen fronst.

Rien Fraanje is Secretaris-directeur bij de Raad voor het Openbaar Bestuur en was van 2015 tot 2017 (waarnemend) directeur van het wetenschappelijk instituut van het CDA.

Meld je nu aan voor de Tocqueville-nieuwsbrief!

Lees meer over vrijheid en democratie