Onderwijs: persoonsvorming per protocol?

Datum bericht: 30 maart 2021

Door Berend Kamphuis

De onderwijswereld bestaat uit prestatieafspraken, bestuursakkoorden en te behalen opbrengsten. Maar is verdienste wel meetbaar? Hoe kunnen wij persoonsvorming weer een rol in het onderwijs geven? Voormalig onderwijsbestuurder Berend Kamphuis laat zien hoe we verder kunnen denken dan het ‘maakbaarheidsbestuur’.


Vanuit de historie bezien draait onderwijs om persoonsvorming. De etymologische wortels van het woord ‘Bildung’ gaan terug op het mystieke ‘beelding’, de mens als beeld van God. Vanuit die historie is vorming het doel van onderwijs.
Natuurlijk zijn in onze hoogontwikkelde en complexe samenleving kwalificatie en socialisatie onmisbaar in het onderwijs. Vanuit de traditie bezien ontlenen zij hun zin en betekenis echter aan persoonsvorming: kennis en weten hoe het hoort, krijgen uiteindelijk gestalte in een mens van vlees en bloed die zijn volwassen verantwoordelijkheid kent.

Maakbaarheidsbestuur

De afgelopen decennia zijn wij allemaal ‘algemeen beschaafd onderwijs-Nederlands’ gaan spreken. Daarmee bedoel ik dat onder het gesternte van het maakbaarheidsbestuur1 het hele onderwijs in het teken is komen te staan van doelen en middelen, investeringen en opbrengsten, afspraken en resultaten. Rowan Williams, oud-aartsbisschop van de Anglicaanse kerk, noemt dit functionalisme een teken bij uitstek van het ingrijpende karakter van secularisatie.

‘Secularistische protocollen voor het openbare leven vooronderstellen dat onze houding ten opzichte van elkaar in de publieke sfeer moet worden bepaald door factoren die op geen enkele manier verwijzen naar machten of krachten voorbij het tastbare. Idealiter wordt onze houding bepaald door wat we kunnen afspreken en handhaven.’2

‘…wat we kunnen afspreken en handhaven’, dat komt bekend voor. De onderwijswereld bestaat uit prestatieafspraken, bestuursakkoorden en te behalen opbrengsten.

De schijn van objectiviteit

Ik ben vóór hoge prestaties en stevige eisen, daar gaat het niet om. Waar het mij wel om gaat, is dat de taal van doelen en middelen, van afspraken en handhaven objectief en neutraal lijkt, maar dat bepaald niet is. Het is een zeer normatief geladen taal die een hiërarchie in waarden en waardering aanbrengt tussen wat vast te stellen is en handhaafbaar enerzijds, en wat dat niet is anderzijds; tussen het instrumentele en niet-instrumentele. Die normativiteit gaat ver.

Wat gebeurt er in deze benadering? Wanneer iets niet vast te stellen is, herdefiniëren wij zaken opdat zij wel vast te stellen zijn of meetbaar worden. Ook persoonsvorming wordt op dit moment in modellen van de OESO geherdefinieerd tot meetbare, wenselijke persoonlijkheidsontwikkeling. ‘Meten is ingrijpen,’ zei de Amsterdamse hoogleraar Evelien Tonkens al eens. De discussie over de aanscherping van de burgerschapsopdracht in het onderwijs vormt daarvan een goed voorbeeld.

kids-1093758_1280

Afwaardering van wat wezenlijk is

Na de ontzuiling heeft de niet-instrumentele dimensie van het onderwijs geen echte plaats meer in het publieke domein. De pedagogische en levensbeschouwelijke manier van kijken, spreken en handelen mag er wel zijn, maar zij is afgewaardeerd tot dialect. Zij is geen onderdeel van het ‘algemeen beschaafd onderwijs-Nederlands’. Dat dialect mag gesproken worden, maar alleen op eigen erf, in het eigen (onschuldige) hoekje, de zogenaamde 30% ‘eigen ruimte’. De secularistische opvatting van bestuur waarop Rowan Williams doelde, uit zich voor het onderwijs precies daarin.

De tirannie van de meetbare verdienste

Het Nederlandse onderwijs heeft daarom te maken met een sluimerend waarderingsprobleem, zelfs met een waarderingscrisis. Het woord ontleen ik aan de Amerikaanse filosoof Michael Sandel. In zijn recente boek De tirannie van verdienste past hij dit toe op fabrieksarbeiders die in hun werk niet langer gezien of gewaardeerd worden. Sandel ziet hierin ook de diepere verklaring voor de opkomst van het populisme dat president Trump in 2016 aan de macht bracht.

Voor docenten geldt iets soortgelijks: een belangrijke reden voor onvrede die zij hebben, is dat de niet-instrumentele dimensie van hun werk niet gezien en gewaardeerd wordt. Het is juist die dimensie die publieke waardering verdient. Juist dit niet-instrumentele karakter van persoonsvorming was van oudsher een indicatie van haar grote belang.

Een fundamentele keuze

De Nederlandse onderwijspolitiek staat voor een keuze. Als zij doorgaat op de weg van het maakbaarheidsbestuur zal de formeel beleden ambitie om persoonsvorming een centrale plaats te geven steeds ongeloofwaardiger worden. Zij wordt dan immers meegezogen in het proces van functionele gelijkschakeling.

De keuze heeft ook gevolgen voor de publieke rol van docenten. Wordt hun werk volledig gefunctionaliseerd of vinden wij nieuwe vormen van publieke waardering voor juist de niet-meetbare dimensie van hun werk? Voor mij is de keuze snel gemaakt: een vitale democratie koestert de rijke taal en tradities waardoor van persoonsvorming werkelijk sprake kan zijn. Zij aarzelt niet om de gidsen bij die vorming publieke waardering te schenken.

Vond je dit een boeiende blog? Lees er meer en blijf op de hoogte door je aan te melden voor onze maandelijkse Blog Alert!


Berend Kamphuis is voorzitter van het College van bestuur van Verus, Vereniging voor katholiek en christelijk onderwijs. Daarvoor was hij onderwijsbestuurder en onder meer lid van de Onderwijsraad.

#Tocqueville #onderwijs #persoonsvorming #Bildung #MichaelSandel #RowanWilliams #maakbaarheid #democratie #waardering #secularisme

Noten:

1. Robert van Putten, De ban van beheersing. Boom Bestuurskunde Den Haag 2020.
2. Rowan Williams, Geloof in de publieke ruimte, Skandalon Vught, 2013, p.39.