Het oor van je hart

Datum bericht: 5 januari 2022

Door Paul van Geest

Meer dan 1500 jaar geleden drong Benedictus in de eerste Leefregel van zijn orde erop aan ‘het oor van het hart’ te openen. Die oproep kan niet genoeg in herinnering gebracht worden. Een blog over een olifant, een Concilie en Luther – maar óók over de moderne overheid en onszelf.

De olifant

In 1514 kreeg paus Leo X van koning Manuel I van Portugal een witte olifant cadeau, Hanno genaamd. Het was een cadeau met een bijbedoeling. De paus was destijds bij machte de koning overzeese gebieden toe te kennen, waar de uiterst winstgevende specerijenhandel werd ontwikkeld. Daarop had de koning zijn oog laten vallen. Hij kreeg zijn zin.

Het Concilie

De paus was dolblij met Hanno. Het dier werd op zondagen zijn beste speelkameraad; op maandagen en dinsdagen had de heilige vader vooral aandacht voor kunst en cultuur. In het Lateraans Concilie over onder andere hervorming van het kerkbestuur was hij niet geïnteresseerd. Zijn dure hobby’s bekostigde hij met de opbrengsten van aflaten.

En Luther

Die aflatenhandel ging de augustijner monnik Maarten Luther - geheel terecht - te ver. Hij bekritiseerde de consolidatie van de kerkelijke macht door deze aflatenverkoop zo hevig dat de woede van Leo X vaardig over hem werd en hij tot twee keer toe in de ban werd geslingerd.

De paus had Macchiavelli’s Il principe – de Heerser – gelezen. Daardoor was hij gesterkt in de overtuiging dat alle middelen geoorloofd waren om zijn macht te bestendigen: de bevordering van kunst kon een middel zijn, maar excommunicatie zonder hoor en wederhoor ook. Hij zag Luther als een lastige horzel. De rest van het verhaal kent u. Een kerkscheuring was het gevolg.

Het luisteren verleerd

De paus werd dus boos. Dat was dom van de paus. Die boosheid belemmerde hem juist goed naar zijn mede-gelovige te luisteren. Als hij Seneca en Augustinus had gelezen, dan had hij geweten dat woede, wantrouwen, vooringenomenheid krachten zijn, waardoor mensen hun bewustzijn vernauwen en onmogelijk werkelijk naar anderen kunnen luisteren om een band met hen te krijgen. Werken aan eendracht die macht maakt, lukt dan ook niet.

elephant-statue-1225649 (1)

Het oor van je hart

Daarom drong Benedictus al in de vijfde eeuw direct in de eerste zin van de Regel voor zijn nu al 1500 jaar bestaande en succesvolle orde erop aan het ‘het oor van je hart’ te openen. Want, is een refrein in deze Regel, wie werkelijk in staat is te luisteren naar wat er in een ander leeft – of dit nu een collega, partijgenoot, toeslaggerechtigde of leidinggevende is - ; wie werkelijk leert inzien wat er aan zorgen, verdriet of vreugde leeft, kan onmogelijk meer hardvochtig oordelen over anderen. Zij of hij wordt barmhartiger. In deze geest vroeg Augustinus zich in sermo (preek 358) af:

‘… wat is barmhartigheid? Niets anders dan de pijn van een ander in je hart. Het Latijnse misericordia (barmhartigheid) komt van de pijn van een ongelukkig mens. Je hoort er twee elementen in: pijn (miseria) en hart (cor). Wanneer de pijn van een ander jou raakt en je hart treft, heet dat misericordia.’

De echte wereld

Nu denkt u waarschijnlijk: goed, maar wij moeten persoonlijk toch ook een beetje realistisch zijn? En: om een samenleving te besturen zijn zeker toch heel wat andere zaken van belang? Moet de overheid bijvoorbeeld niet inzetten op wendbaar, weerbaar en wederkerig sociaaleconomisch bestel, op het investeren in een kenniseconomie, op het streven naar gelijkheid via belastingwetgeving, op het doorbreken van automatismen in de zorgbudgettering en op het vergroten van de slagkracht van het MKB. En ga zo maar door.

Maar ook dan. Uiteindelijk gaat het bij dit alles om mensen. De overheid staat ten dienste van de burger en zijn leefwereld - niet andersom. Die zijn belangrijker dan de onpersoonlijke abstractie van het systeem; een systeem waarbij een burger misschien bij voorbaat al als fraudeur wordt gezien.

can-phone-g079546900_1280 (3)

Indringende vragen

Het serieus nemen van de oproep van Benedictus leidt tot drie indringende vragen: vragen aan de overheid én aan onszelf in onze omgang met elkaar.
Ten eerste: hoe wil je je verplaatsen in de leefwereld van anderen als je wantrouwig, bewust of onbewust vooringenomen of met een geheime agenda naar hen luistert? Weten zij zich dan werkelijk gehoord?
Ten tweede: hoe kun je werkelijk naar iemand luisteren als je je koers al hebt bepaald en de indruk wekt alles al voorgekookt te hebben en anderen dus eigenlijk niet als gelijkwaardig te zien?
En ten derde: goed luisteren naar anderen veronderstelt vooral goed luisteren naar jezelf. Laat ik mij leiden door mijn oprechte streven mijn idealen gestalte te geven? Of laat ik mij misschien toch leiden door geldingsdrang, vergeldingsdrang, jaloezie of ergernis? Het antwoord is nooit eenduidig. Wij zijn ons leven lang behept met een dubbele wil, zegt Augustinus. Maar inzicht in het altijd samengaan van je eigen mooie en minder mooie drijfveren leidt wel tot mildheid omdat de duisterheid en onoprechtheid, die je bij de ander meent te ontwaren, evengoed krachten in jezelf blijkt te zijn.

Ware eendracht, ware kracht

Luisteren, anderen laten ervaren dat zij werkelijk gehoord worden en dat hun mening er toe doet, leidt in een gemeenschap tot eendracht, die macht maakt. Vooringenomenheid, boosheid, wantrouwen of macchiavelliaans doen alsof je luistert maar een geheime agenda hebben, belemmert waarachtig luisteren. De eendracht en macht van een gemeenschap zal uiteindelijk dan ver te zoeken zijn, ook al doe je met zijn allen alsof.

Vond je dit een boeiende blog? Lees meer en blijf op de hoogte door je aan te melden voor onze maandelijkse Blog Alert.

Paul van Geest is hoogleraar economie en theologie aan de EUR, hoogleraar kerkgeschiedenis en geschiedenis van de theologie aan TiU en gasthoogleraar aan de faculteit der godgeleerdheid van KULeuven.

#Tocqueville #instituties #burgerschap #luisteren #Luther #Macchiavelli #Benedictus #toeslagenaffaire #overheidsbestuur