Oorlog en Democratie: Democratie is strijd (II)

Datum bericht: 26 oktober 2022

door Marc de Kesel

Met de oorlog in Oekraïne als aanleiding, ontrafelde Marc de Kesel in zijn eerdere blog de verhouding tussen democratie en oorlog en daarbij ging hij in op het verschil tussen autoritaire en liberale democratie. In dit blog laat hij zien dat democratie altijd strijd is – geen oorlog – en dat autoritaire en liberale democratie zich juist van elkaar onderscheiden in de manier waarop zij omgaan met strijd.

Democratie is strijd. Maar geen oorlog. Als een democratie zich verplicht ziet oorlog te voeren, beven haar grondvesten. Wanneer Oekraïne als bij wonder morgen de oorlog wint, wil dat nog niet zeggen dat de democratie waarvoor wij zeggen dat ze vocht, gered is. Het democratisch bestel en het dito ethos was vóór de oorlog allesbehalve optimaal, en ook na de oorlog zal er wat dit betreft nog heel wat werk aan de winkel zijn. Al is de kans ook niet irreëel dat die miraculeuze overwinning de democratie een boost geeft. Let’s hope.

Autoritaire democratie: ontkenning van strijd

Democratie is strijd. Strijd ook tussen het liberale en het autoritaire model. En strijd of, exacter, de omgang met strijd is ook wat die twee modellen tegenover elkaar stelt. Een autoritaire democratie ontkent dat ze strijd is. Zij beweert bij hoog en laag dat ze dat juist niet is. Ze claimt eenheid, eenheid rond een sterk gezag dat zich de belichaming van het onverdeelde volk weet. Let wel, de facto is een autoritaire democratie juist vol strijd en geweld, maar alle door de staat uitgeoefende geweld is erop gericht de onderlinge strijd die leden van de samenleving met elkaar kunnen aangaan – en dus ook de strijd die ze met het gezag aangaan – de kop in te drukken. Hier wordt de strijd aangegaan tegen de strijd zelf. Het is vooral daarom dat een autoritaire democratie antidemocratisch is: ze wil alle strijd uitbannen, ‘strijd’ die wezenlijk is voor een democratie.

afbeelding26okt

Liberale democratie: strijd als uitgangspunt

Als een liberale democratie beweert dat ze democratischer is, is dat omdat ze strijd toelaat. Zij maakt van ‘strijd’ zonder meer de regel van haar bestel. Want strijd is wat onder het volk heerst, onderling oneens met elkaar als het is. Elkeen heeft zo zijn wensen, wensen die alle kanten kunnen opgaan en vaak struikelen over de kapriolen van hun eigen grilligheid. De onenigheid die het volk zo verdeelt, wordt in een liberale democratie de motor van haar politieke cultuur. Haar macht installeert bewust een oppositie die ze de taak geeft haar tegen te spreken. Zij ondersteunt een pers die ze opdraagt haar kritisch in het vizier te houden. Zij bouwt op haar hoogste niveau een ‘scheiding der machten’ in, die zoiets als ‘eenheid’ (waar zovele van haar burgers spontaan naar verlangen) onmogelijk maakt. Zij stimuleert vakbonden en drukkingsgroepen die op elk moment van een gesettelde consensus opnieuw een dissensus kunnen maken.

Tegenspraak geïnstitutionaliseerd

Een liberale democratie verheft de strijd die sowieso tussen mensen leeft tot een operationeel procedé. Wel kanaliseert ze die strijd tot een strikt verbaal dispuut. Die wordt gekristalliseerd in een wetgeving waarin de grillige wens van het volk – principe van politieke macht – vaste oriëntatiepunten krijgt. En die oriëntatiepunten kunnen alleen gewijzigd worden na verbale strijd, een strijd die uitmondt in een consensus, zij het dat die consensus nooit de dissensus die het principe van democratie is, voorgoed kan vervangen.

In Oekraïne wordt gestreden opdat strijd het principe van de politieke cultuur kan blijven. Waar Poetins Rusland tegen strijdt, is precies die strijd. Maar die strijd tegen de strijd durft Poetin niet democratisch te strijden. En dit gebrek aan durf overschreeuwt hij met een oorlog die hij niet eens zo durft te noemen. Alleen al die lafheid duidt erop dat ook hij zich erbij neerlegt dat ‘democratie’ de naam is voor de horizon waarbinnen onze planeet aan politiek doet.

Het is vast naïef, maar in onbewaakte momenten overvalt het me dat ik juist uit Poetins flagrantste leugens iets van hoop zie doorschemeren.

Vond je dit een boeiende blog? Lees meer en blijf op de hoogte door je aan te melden voor onze maandelijkse nieuwsbrief.

Marc de Kesel is bijzonder hoogleraar aan de faculteit Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen en wetenschappelijk medewerker aan het Titus Brandsma Instituut, Radboud Universiteit, Nijmegen. Vanuit filosofisch perspectief doet hij aan onderzoek in domeinen als religie- en mystiektheorie, holocaustreceptie, lacaniaanse theorie en kunst- & cultuurkritiek. Recent verscheen van hem Ik God
& mezelf. Mystiek als deconstructie (Amsterdam: Sjibbolet, 2021). Volgend jaar verschijnt van hem Effacing the Self: Mysticism and the Modern Subject (Albany, NY: SUNY Press) en Seks in biopolitieke tijden. Levenkunst bij Foucault en Lacan (Amsterdam: Boom).

#Tocqueville #democratie #oorlog #autoritarisme #Oekraïne