De paradox van Böckenförde

Datum bericht: 6 mei 2020

Waarden, normen en de staat

Door Geurt Henk Spruyt

Toen de Duitse jurist en constitutioneel rechter Ernst-Wolfgang Böckenförde begin 2019 overleed, kreeg dit in Nederland vrijwel geen aandacht. Dat is opmerkelijk, omdat hij een bekend dictum formuleerde, de naar hem genoemde ‘Böckenförde-paradox’. Deze luidt: “De liberale, geseculariseerde staat leeft van voorwaarden die hij zelf niet kan garanderen”. In deze blog ga ik in op de achtergrond van deze paradox.

De staat boven de kerk

Böckenförde formuleerde zijn paradox voor het eerst in een artikel dat verscheen in 1967 en de titel kreeg “Die Entstehung des Staates als Vorgang der Säkularisation”. In dit artikel laat Böckenförde zien dat de christelijke staat op zichzelf tot het verleden behoort. Door de Reformatie heeft de staat zich uit de greep van de kerk geworsteld. De politiek kreeg toen het primaat boven de kerk. De overheid eigende zich daarbij de rol toe van vredebewaker tussen protestanten en katholieken, die elkaar hevig bestreden. De staat had niet meer de taak om ervoor te zorgen dat haar burgers gezamenlijk dezelfde waarheid beleden, maar het belangrijkste doel werd het voorkomen van een burgeroorlog.

Gewetensvrijheid en godsdienstvrijheid

In steeds meer Europese landen kregen burgers het recht op gewetensvrijheid en een zekere mate van godsdienst­vrijheid. Deze ontwikkeling werd versterkt door de Franse Revolutie, waarbij de overheid definitief een seculier (‘aards’) doel kreeg. De staat ging niet alleen de vrede en veiligheid van burgers beschermen, maar verschafte burgers ook rechten en vrijheden. Dit omvatte ook het recht om niet religieus te zijn. De legitimatie hiervoor is geen goddelijke opdracht of historisch ontstane gewoonte, maar is gebaseerd op het idee van de mens als vrij, autonoom individu.

geurt_henk_spruyt_franserevolutie_böckenförde_paradox_seculierestaat_tocqueville_religie_democratie_blog

De paradox

De ontwikkeling naar een seculiere staat roept voor Böckenförde wel vragen op. Hoe komt een zekere maatschappelijke eenheid tot stand die de staat nodig heeft om te functioneren? En hoe te bevorderen dat burgers uit innerlijke overtuiging op een verantwoorde manier van hun vrijheid gebruik maken? De verbindende functie van religie is volgens Böckenförde uitgespeeld sinds de 19de eeuw. Vervolgens is deze verbindende rol overge­nomen door het nationalisme, maar dat roept in het naoorlogse Duitsland meer controverse dan saamhorigheid op. Böckenförde gelooft ook niet in de samenbindende kracht van bepaal­de specifieke waarden, omdat dit de deur opent voor subjectivisme.

Deze vragen leidden tot de formulering van zijn nadien beroemd geworden paradox. Aan de ene kant, zo licht Böckenförde de paradox toe, kan de liberale staat alleen bestaan als de vrijheid die de staat aan haar burgers toekent van binnenuit, vanuit de morele overtuiging van individuen en vanuit de samenleving, wordt gereguleerd. Aan de andere kant kan de liberale staat deze intern regulerende krachten niet afdwingen met maatregelen en geboden bij individuen, omdat de liberale staat dan terugvalt in een totalitaire staat.

Een aansporing van geloofsgenoten

Böckenfördes artikel verscheen in 1967, maar de basis ervoor werd gelegd tijdens een lezing in 1964. In deze jaren vond een unieke gebeurtenis plaats, namelijk het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965). In de verklaring Dignitatis Humanae accepteerde de Rooms-katholieke Kerk voor het eerst volmondig democratie en het daarbij behorende recht op godsdienstvrijheid. Böckenförde, zelf een belijdend katholiek, had al in 1957 in een artikel mede-katholieken opgeroepen de democratie, inclusief godsdienstvrijheid, te accepteren. In het artikel uit 1967 roept Böckenförde zijn mede-katholieken op om verder te gaan op het door het Tweede Vaticaans Concilie ingezette pad. De seculiere, liberale staat moeten zij niet langer als vijandig aan hun eigen geloofsovertuigingen zien, maar als een kans voor vrijheid, waarbij het bewaren en reali­seren van deze vrijheden ook hun plicht is. Het christelijke geloof van burgers kan in de context van een seculiere, liberale staat nog steeds een positief effect hebben op de samenleving en de politiek, wanneer zij samen met niet-gelovigen een bijdrage leveren aan het algemeen belang, het ‘bonum commune’.

geurt_henk_spruyt_gereedschappen_böckenförde_paradox_seculierestaat_tocqueville_religie_democratie_blog

Van aansporing tot waarschuwing

Het opmerkelijke is dus dat Böckenförde zijn paradox bedoelde als een aansporing tot zijn mede-katholieken om de geseculariseerde staat te accepteren en daarin actief te participeren. De paradox is nadien vooral gaan functioneren als een waarschuwing voor de overheid om de ‘bronnen van moraal’, met name religieuze overtuigingen, niet te veronachtzamen. Hoe Böckenförde zelf reageerde op deze receptie van ‘zijn’ paradox, zullen wij in de volgende blog analyseren.

Geurt Henk Spruyt is jurist en historicus. Beide artikelen voor de blog ‘Tocqueville, Religie en Democratie’ zijn gebaseerd op een eerder door hem geschreven artikelDe Böckenförde-paradox – een verkeerd begrepen idee? Inhoud, context en verduidelijkingen van de Böckenförde-paradox’, verschenen in het tijdschrift Radix.

Meld je nu aan voor de nieuwe Tocqueville-nieuwsbrief!

Tags: Tocqueville, Böckenförde-paradox, democratische rechtsstaat, waarden en normen, seculiere staat, Tweede Vaticaans Concilie

Lees meer over Tocqueville en instituties