Protestantisme en democratie

Datum bericht: 9 december 2020

Door Marieke Fernhout

Democratie is een voortdurende spanning tussen individuele rechten en een sociale en politieke eenheid. Het is juist deze onoplosbare spanning die de democratie levendig houdt. Antagonisme is het sleutelwoord, en alle delen van het lichaam moeten samen werken. Wat kunnen we leren van een mini-democratie zoals een protestantse gemeente?

Kerkelijke gemeente: een democratie?

In de bijna vijfentwintig jaar dat ik als gemeentepredikant heb gewerkt, heb ik mij regelmatig afgevraagd of een gemiddelde protestantse gemeente te zien is als een democratie-in-het-klein. Immers, het reilen en zeilen in zo’n gemeente wordt gedragen door de gemeenteleden zelf. Een uit haar midden gekozen kerkenraad is de ‘volksvertegenwoordiging’. Tegelijk kan geen enkele protestantse gemeente op zichzelf louter democratisch zijn, omdat haar uitgangspunt in de soevereiniteit van God berust. Lied 513 van het Liedboek, Zingen en bidden in huis en kerk drukt dit zo uit: ‘God staat aan het begin, en Hij komt aan het einde’.

De leer

Daarnaast is er altijd een voortdurende spanning tussen de leer en het leven. Op papier wordt het geloofsleven in een protestantse gemeente van onderop georganiseerd. Volgens de kerkorde is de gemeente zelf het uitgangspunt. Uit het midden der gemeente worden ambtsdragers in een kerkenraad gekozen, bestaande uit ouderlingen, ouderlingen-kerkrentmeesters en diakenen. Uit deze kerkenraad wordt weer de afvaardiging naar de classicale vergadering gekozen: de regionale kerkenraad. De classicale vergadering vaardigt op haar beurt weer ambtsdragers af naar de generale synode: de landelijke kerkenraad. Democratischer kan het bijna niet, zou je zeggen: vrijheid en gelijkheid gegarandeerd door middel van een niet-hiërarchische organisatiestructuur.

Het leven

In de praktijk werkt het natuurlijk altijd weer even anders. Er is nog steeds een hardnekkig verschil in beleving tussen de status van de verschillende ambten, al dan niet latent. Ouderlingen stonden van oudsher hoger in de rangorde dan diakenen, omdat ouderlingen, de ‘denkers’, over de leer gingen. Wie Maarten ’t Hart gelezen heeft kent de verslagen van de zwartgepakte ouderlingen die in de gemeente op huisbezoek gaan, met als belangrijkste taak het ‘proeven der nieren’ van de uiteenlopende gemeenteleden. De diakenen waren dan vooral de ‘doeners’ die de materiële noden in de gemeente dienden te lenigen. En als het gaat over verkiezen en stemmen zijn er genoeg anekdotes te vertellen over gemeenteavonden waarop er bijvoorbeeld gestemd moest worden over het afstoten van één of meerdere kerkgebouwen, waarbij gemeenteleden op hoge poten de vergadering verlieten en hun lidmaatschap opzegden, omdat ‘hun’ kerkgebouw verkocht zou gaan worden.

In onze volksvertegenwoordiging zal het geregeld ook behoorlijk stuiven, maar je lidmaatschap opzeggen van de democratie Nederland – dat is van een andere orde. In die zin volg ik Tocqueville grotendeels waar hij stelt dat ‘het protestantisme meer nog naar de vrijheid en onafhankelijkheid voert dan naar gelijkheid’. Tegelijk is die spanning tussen de leer en het leven, die ik hierboven benoem, een belangrijk uitgangspunt van de democratie. Het mag, nee, het móet ook schuren.

church-1081718_1280

Wat is democratie…?

In wat de Belgische politicologe en filosofe Chantal Mouffe de ‘democratische paradox’ noemt, is er de voortdurende spanning tussen het liberale principe van de individuele rechten enerzijds, en de noodzaak van elke democratische samenleving om een sociale en politieke eenheid te vormen anderzijds. Het is juist deze onoplosbare spanning die de democratie levendig houdt; er kan niet zoiets als een perfecte consensus of een harmonieuze collectieve wil zijn. Antagonisme is het sleutelwoord. Een democratie behoort pluraal te zijn en consensus alleen volstaat niet; die is slechts het resultaat van een onderhandeling die steeds weer gevoerd moet worden en daarin dus per definitie tijdelijk – er kan nooit een finaal resultaat zijn.

Slot-Woord

Het laatste woord is aan het Woord (je bent predikant of je bent het niet). Dat schurende, tijdelijke van de democratie is inherent aan democratie of het nu de democratie Nederland is of de mini-democratie van/in een plaatselijke protestantse gemeente. Ik zie dat prachtig verklankt in een gedeelte uit Paulus’ eerste brief aan de gemeente in Korinthe:

Een lichaam is een eenheid die uit vele delen bestaat;
ondanks hun veelheid vormen al die delen samen één lichaam.

Immers, een lichaam bestaat niet uit één deel, maar uit vele.
Als de voet zou zeggen: ‘Ik ben geen hand, dus ik hoor niet bij het lichaam,’
hoort hij er dan werkelijk niet bij?
En als het oor zou zeggen: ‘Ik ben geen oog, dus ik hoor niet bij het lichaam,’
hoort het er dan werkelijk niet bij?
Als het hele lichaam oog zou zijn, waarmee zou het dan kunnen horen?
Als het hele lichaam oor zou zijn, waarmee zou het dan kunnen ruiken?
(1 Korinthe 12: 12, 14-17)

Een lichaam is nooit finaal: het groeit, ontwikkelt, verandert. Een peuter heeft een andere bouw dan iemand van middelbare leeftijd. En soms doen bepaalde delen van het lichaam het minder goed dan andere, soms schuurt het. Maar al die delen samen vormen wel één lichaam. Een protestantse gemeente berust op een gelovig, spiritueel uitgangspunt. Daarnaast wil ik zo’n gemeente óók altijd blijven zien als een miniatuur-oefenplaats voor democratie.

Vond je dit een boeiende blog? Lees er meer en blijf op de hoogte door je aan te melden voor onze Blog Alert!

Marieke Fernhout is sinds 1 september 2020 studentenpredikant bij de Studentenkerk van de Radboud Universiteit. Daarvoor was zij vanaf 1996 gemeentepredikant in respectievelijk Krabbendijke, Veere, Goor en Arnhem.

Het nieuwe boek 'Een nieuwe politieke formule: Ideeën voor staat en samenleving geïnspireerd door Alexis de Tocqueville' is nu uit! Bekijk het hier

#Tocqueville #democratie #instituties #protestantse kerk #protestantse gemeente #Bijbel #individualisme #sociale cohesie #burgerschap