Religie en slavernij in Beaumont’s roman ‘Marie, ou l’esclavage’ (1835)

Datum bericht: 25 maart 2020

Door Carinne Elion-Valter

Religie beschermt de democratie tegen uitwassen ervan, stelt Tocqueville in ‘De la démocratie en Amérique’. De roman over de slavernij van Tocquevilles vriend en reisgenoot Beaumont geeft echter ook een beeld van de onmacht en schaduwzijden van religie. Tocquevilles ideeën over religie lijken daarmee vooral een veeleisend ideaal. Toepassing op het heden verlangt daarom kritische reflectie.

Tocqueville en Beaumont op reis

In 1831 vertrokken Alexis de Tocqueville en Gustave de Beaumont, beide jonge edellieden, naar de Verenigde Staten. Tocqueville verwerkte zijn indrukken en beschouwingen in zijn politiek-theoretische werk. Beaumont schreef een roman, ‘Marie, ou l’esclavage aux États-Unis’, een fictief verhaal dat is doorspekt met uitleg over de Amerikaanse leefomstandigheden en culturele opvattingen uit die tijd en is voorzien van een uitgebreid notenapparaat plus een appendix met nadere analyses van de slavernij en de positie van de Indianen.

De roman van Beaumont

De roman gaat over een jonge Fransman, Ludovic, die na aankomst in Amerika verliefd wordt op een meisje, Marie. Hoewel zij ‘lelieblank’ is, wordt zij toch als zwart beschouwd, omdat een ver familielid creools is. De pleegvader van Marie en anderen raden Ludovic af om met Marie te trouwen. Hij zal met Marie het in die dagen gebruikelijke lot delen van de verschoppeling. Ludovic is echter een idealist en hij slaat de waarschuwingen in de wind. Het stel zal in New York in de echt worden verbonden door een progressieve priester. Maar bij aanvang van de ceremonie, breekt er buiten de kerk een volksopstand uit,1 waaraan Ludovic en Marie ternauwernood ontsnappen. Het paar vlucht en verbergt zich in de wildernis van Michigan, waar Marie uiteindelijk sterft als gevolg van de ontberingen tijdens de reis en de emotionele shock van de gebeurtenissen. Ludovic tracht zijn verdriet te stelpen door de religieuze boodschap van vergiffenis en beschaving te verspreiden onder de pioniers en de Indiaanse bevolking, maar dat mislukt. Hij blijft in Michigan achter als kluizenaar en vertelt zijn verhaal aan een passerende jonge Franse reiziger.

Omstandigheden in de jonge republiek

Veel indrukken en overwegingen over de jonge republiek, de economische omstandigheden en het politieke systeem uit De la démocratie vinden we terug in Beaumonts roman. De roman focust echter op de zeden en gewoonten, de slavernij en de positie van de zwarte bevolking in de noordelijke staten. Hoewel de roman naar stijl en perceptie zijn negentiende-eeuwse herkomst verraadt, maakt het verhaal, gelezen naast de beschouwingen van Tocqueville, goed duidelijk wat de persoonlijke impact is van de slavernij. Dat geldt voor de slaven en hun meesters in de Zuidelijke Staten, maar vooral ook voor de zwarte bevolking uit de Noordelijke Staten. Misschien nog wel meer dan de Zuidelijke slaven waar slaven en meesters van elkaar afhankelijk zijn, behoren de zwarte inwoners uit het noorden tot de verschoppelingen op aarde. Hun kleur ketent hen vast aan hun geschiedenis. In het land dat de vererving van adellijke voorrechten heeft afgeschaft, wordt een deel van de bevolking nog altijd minderwaardig geboren.2

600px-Official_medallion_of_the_British_Anti-Slavery_Society_(1795)

Tocqueville over slavernij

De strekking van de roman sluit met dit alles aan op Tocquevilles beschouwingen over de invloed van de slavernij op de jonge republiek. Volgens Tocqueville immers is slavernij slecht voor de economische ontwikkeling, is deze in strijd met het Amerikaanse gelijkheidsideaal en heeft slavernij een verwoestende uitwerking op het moreel van de bevolking. Slavernij leidt niet alleen tot gevoelens van minderwaardigheid bij de zwarte bevolking, maar ook tot een misplaatst gevoel van meerderwaardigheid bij de blanke bevolking.3 Slavernij, kortom, is de bijl aan de wortel van het jonge land. De roman toont de ervaringswerkelijkheid van het systeem en bekritiseert het economische motief voor afschaffing van de slavernij.4 Ook gaat de roman in op de relatie tussen religie en de positie van de zwarte bevolking. Dat werpt licht op Tocquevilles bekende religiethese.

De religiethese van Tocqueville

Tocqueville immers acht religie van belang voor het welslagen van de democratie.5 Ze dempt de negatieve gevolgen ervan, doordat ze bijdraagt aan politieke deugden als zelfbeheersing en tolerantie. Religie stelt gelovigen grenzen die de democratie, als belichaming van de individuele vrijheid, zelf niet kan stellen. Religie plaatst het menselijk handelen in het perspectief van de eeuwigheid en dat levert een gevoel van nederigheid op en stimuleert tolerantie. Het grote aantal en de diversiteit van kerken, alsmede het feit dat ze zich niet bemoeien met politiek en bestuur, vrijwaart het bestuur van religieuze invloed en houdt de religie zuiver.6

De religiethese genuanceerd

Speelde religie ook een rol bij het dempen of opheffen van de negatieve gevolgen van de slavernij? Compenseerde ze de achtergestelde positie van de zwarte bevolking in de Noordelijke staten? Was de scheiding tussen kerk en politiek in dit verband positief of juist negatief? Uit Beaumonts roman komt naar voren dat de pacificerende invloed van religie op de verhoudingen tussen de bevolkingsgroepen twijfelachtig was en dat de scheiding hier wel eens mede debet aan zou kunnen zijn. Sterker nog: vooroordelen over ras en slavernij functioneerden als een welhaast religieuze kracht met grote invloed op gewoonten en politiek.
Zo beschrijft de roman een opstand die in een theater uitbreekt, wanneer het publiek de aanwezigheid bemerkt van Marie met haar ene druppel zwart bloed. De gebeurtenis roept de vraag op hoe invloedrijk de religieuze boodschap van tolerantie en gelijkheid was. Overheid, voorvechters van afschaffing van slavernij en kerkelijke leiders reageerden volgens het verhaal maar lauw op de volksopstand en lynchpartij die volgden op de poging tot voltrekking van het gemengde huwelijk van Ludovic en Marie. Hoewel de wet gemengde huwelijken toestond, was slechts een enkele progressieve priester tot voltrekking ervan bereid. En in de tempels van universele liefde en vergiffenis waren de zwarte burgers veroordeeld om plaats te nemen in de donkerste hoek.7 Kortom, Beaumonts roman maakt erop attent dat kerken, zeker protestantse denominaties waar predikanten verkozen werden door de gelovigen, onmachtig konden zijn om tegenwicht te bieden aan maatschappelijke opvattingen. Ook was de toenmalige christelijke religieuze praktijk zelf niet immuun voor raciale vooroordelen.8

Beaumont,_Gustave_de_-_2

Gustave de Beaumont

Religie en politiek

De kritische geluiden van de roman zijn niet uit de lucht gegrepen. Uit historisch onderzoek blijkt dat Tocquevilles analyse van de rol van religie in de democratie weliswaar accuraat is, maar dat hij ook verschijnselen heeft gemist die zijn waarneming en visie konden nuanceren. Zo streefden in de jaren 1831 en daarna de Methodisten naar vergroting van hun overwicht over andere denominaties en streefden zij actief politieke invloed na.9 Onder invloed van de kwestie van de slavernij politiseerde religie en vergrootte zij haar invloed op de politiek.10

De religiethese als veeleisend ideaal

Kortom, Beaumonts roman en de historische context roepen de vraag op of Tocquevilles visie op de rol van religie in een democratie niet eerder als veeleisend ideaal dan als theoretisch model gezien moet worden.11 Toepassing van dat ideaal op het heden vraagt dan weer om een vertaling naar hedendaagse omstandigheden. Zo is het voor deze tijd van belang dat religieuze instituties zich het nodige aantrekken van fundamentele rechtsstatelijke en democratische beginselen. Dat vraagt vooral om een gesprek tussen politieke en religieuze instituties, niet om een harde scheiding.

Mr dr. Carinne Elion-Valter is universitair docent van de vakgroep Sociologie, Theorie en Methodologie, Erasmus School of Law.

Meld je nu aan voor de Tocqueville-nieuwsbrief!

Lees meer over geloof en Tocqueville

Tags: Tocqueville, Beaumont, gelijkheid, slavernij, religie en politiek, scheiding van kerk en staat

Voetnoten:
1. Gebaseerd op de opstanden in New York en Philadelphia in 1834.
2. Beaumont (1840) Appendice, 1er partie, Note sur la condition sociale et politique des nègres esclaves et des gens de couleur affranchis, par. 3., p. 364 ev.
3. Tocqueville (1835/2012) p. 365 ev.
4. M.n. Beaumont (1840) Chap. 8, p. 112 ev.
5. vgl. Tocqueville (1835/2012), pag. 311 ev. Zie ook o.a. Sanders (2012).
6. vgl. Tocqueville (1835/2012), p. 319 ev.
7. Beaumont (1840), Chap. 8.
8. Het feit dat Tocqueville en Beaumont nogal positief waren over de katholieke kerk speelt een rol bij hun waarnemingen en interpretaties.
9. Zie Noll (2014), p. 290 ev.
10. Idem, p. 296
11. Vgl. Noll t.a.p.

Literatuur:
G. de Beaumont, Marie, ou l’esclavage aux États-Unis, Les éditions Aux forges du vulcain, 2014, Introduction de Laurence Cossu-Beaumont; eenvoudige digitale versie verkrijgbaar via o.a. BnF collection, en http://bibliotheque.uqac.uquebec.ca; Engelse vertaling van Barbara Chapman met inleiding door Gerard Gergerson, Johns Hopkins University Press (1999).
Mark A. Noll, ‘Tocquevilles America, Beaumont’s Slavery, and the United States in 1831-1832, in: American Political Thought, vol. 3, no 2, Fall 2014, p. 279-302.
L. Sanders, Democratie en religie, in: Kinneging, De Hert & Somers (red.) Tocqueville, profeet van de moderne democratie, Lemniscaat (2012), p. 143-169.
A. de Tocqueville, Over de democratie in Amerika, Boek 1 (1835) en Boek 2 (1840), Lemniscaat (2012).