Het rolmodel Damiaan: van hyperactieve zieltjeswinner tot ruimdenkende bruggenbouwer

Datum bericht: 19 mei 2021

Door Ruben Boon

Wat maakt iemand tot een ruimdenkende bruggenbouwer? Ruben Boon schetst een portret van de Belgische pater Damiaan. Hij steeg zijn religieuze identiteit te boven en vond zichzelf terug in zijn verbondenheid tot gedeporteerde ongeneeslijk zieken. Wie was deze pater en wat maakt hem tot rolmodel?

Het verhaal van de Belgische pater Damiaan (1840-1889) laat niemand onberoerd (zie ‘Rolmodellen en gewoonten van het hart’). Iedereen die Damiaan op welke manier dan ook beter leert kennen, vormt zich een eigen beeld van hem. Mensen zien hem als boerenjongen, priester-missionaris, ontwikkelingswerker, dokter, verpleger, timmerman, architect, sociaal ondernemer, spiritueel leider, mensenrechtenactivist, wereldfiguur, inspiratiebron. Mensen beschouwen hem als koppig, eigenwijs, drammerig, temperamentvol, gepassioneerd, gevoelig, sociaal, volhardend, hyperactief. Elk ‘Damiaanbeeld’ heeft waarheidsgehalte. Het getuigt alleen maar van de complexe veelzijdigheid van iemands persoonlijkheid. In elk mensenleven zit de paradox vervat.

Afbeelding1

Foto: Damiaan Vandaag - Damiaan op Molokaï, 1878

Hyperactieve zieltjeswinner

Hoe kon de hyperactieve zieltjeswinner die Damiaan in zijn beginjaren als missionaris overduidelijk was, uitgroeien tot de ruimdenkende bruggenbouwer die hij werd op Molokaï, toen hij zijn leven onvoorwaardelijk deelde met ongeneeslijk zieke mensen? Protestanten en katholieken waren op de Hawaï-eilanden van de negentiende eeuw verwikkeld in een bikkelharde concurrentiestrijd om de ziel van de Hawaïanen. Die strijd zette zich onvermijdelijk ook voort op het verbale front. Damiaan was een erg energieke soldaat voor de katholieke zaak. Hij deed wat hij kon om de protestanten de loef af te steken in zijn bekeringsdrift. Hij sprak over hen als ketters en als vergif. Gretig overigens werden de scheldwoorden over en weer geslingerd.

Tot tranen bewogen

Toen Damiaan zo druk bezig was met het protestantisme te bestrijden, maakte de lepraziekte alsmaar meer slachtoffers op de Hawaï-eilanden. De overheid verplichtte deze ongeneeslijke zieken om definitief afscheid te nemen van hun familie en vrienden en zonderde hen af op Kalaupapa. Dit was een natuurlijke gevangenis afgesloten door een ruige oceaan en een steile bergwand, gelegen in het noorden van het eiland Molokaï, één van de Hawaï-eilanden. Damiaan wist goed wat het betekende om definitief afscheid te nemen van familie en vrienden. Hij kon niet onbewogen blijven bij de pijn en het verdriet van al wie gedeporteerd werd en verweesd achterbleef. Onvermoeibaar troostte hij de achterblijvers. Hij voelde zich machteloos. Meer dan eens werd het hem teveel. Hij weende bij momenten onophoudelijk tranen van intens medeleven. De strijd met het protestantisme verdween voor Damiaan naar de achtergrond. Onnoemelijk menselijk leed doet futiele grenzen tussen religies en culturen vervagen. Hij zocht wanhopig naar manieren om te helpen. In naam van zijn parochianen schreef hij zelfs de autoriteiten aan met verzoeken om gedeporteerde familieleden toch te mogen bezoeken.

hawaii-2038861_1280

De mens centraal

Damiaan stond op de rand van een depressie en burn-out, toen zijn bisschop een verlossende oproep deed voor vrijwilligers om beurtelings als priester dienst te doen op Molokaï. Damiaan was niet de enige die zich aanbood. Hij ging wel als eerste en deelde zestien jaar lang lief en leed met de gedeporteerde ongeneeslijk zieke mensen van Molokaï. In verbondenheid met hen vond Damiaan zichzelf terug. Natuurlijk bleef Damiaan een overtuigde katholiek en schrok hij er niet voor terug om andere mensen te overtuigen van zijn gelijk. Die sterke religieuze identiteit was voor hem geen hindernis of struikelpaal op de weg naar de ander; het diende als springplank voor een echt dialoog en radicale inzet. Het was de voedingsbodem voor zijn niet aflatend engagement. Op Molokaï kwam Damiaans ware ‘katholieke’ identiteit tot ontplooiing omdat hij er daar voor iedereen wilde zijn ongeacht of ze zijn geloof deelde of niet. Damiaan was zonder onderscheid bekommerd om ieders spiritueel, fysiek en materieel welzijn. Zijn religieuze oogkleppen vielen af. Niet de katholieke geboden en verboden stonden voortaan centraal, maar de totale mens voorbij diens cultuur of levensbeschouwing.

Fronsende wenkbrauwen

Damiaan deed zijn bisschop serieus de wenkbrauwen fronsen toen hij liet weten dat hij de protestanten op Molokaï niet langer als ketters maar als gescheiden broers en zussen in Christus beschouwde. Bedroefd liet hij zijn mormoonse vrienden weten dat de bisschop hem had verboden om met hen contact te hebben. Damiaan zegende de huwelijken in van koppels die op Molokaï opnieuw de liefde hadden gevonden, ook al hadden zij elders misschien nog een gezonde partner lopen van wie ze noodgedwongen definitief afscheid hadden moeten nemen. Hij verloor geen tijd met pre-huwelijkse voorbereidingen maar ging gewoon in op de noden van mensen. Hij wist dat zijn bisschop hiermee niet kon instemmen maar vroeg deze toch om voor de goede zaak een oogje dicht te knijpen. Damiaan was kwaad toen hij vernam dat zijn medebroeder in de andere parochie op Molokaï enkel hulpgoederen uitdeelde aan zogenaamde ‘goede katholieken’. Hij kaartte dit aan bij zijn bisschop en onderstreepte dat iedereen in nood hulp verdiende.

Ruimdenkende bruggenbouwer

Bij al wat hij deed en ondernam op Molokaï, hanteerde Damiaan zoals hij zelf omschreef het volgende motto:

“In geloof eenheid, in twijfel vrijheid en in alles liefde en barmhartigheid. Steeds ter ondersteuning en bemoediging, nooit ter afbreuk of veroordeling”.

Zijn goede anglicaanse vriend Edward Clifford kon niet anders dan besluiten dat ‘Damiaan altijd blijk gaf van een uitmuntende naastenliefde, ook tegenover meningen die hij als verkeerd beoordeelde’. Damiaans sterke katholieke identiteit bracht hem tot meer openheid en dialoog en maakte van hem de religieus bewogen bruggenbouwer en mensenrechtenactivist die ook vandaag nog mensen over grenzen van cultuur en levensbeschouwing heen blijft fascineren en inspireren. Zijn een welbegrepen ‘inclusieve’ identiteit, een echte openheid en een oprechte dialoog overigens niet de ware bouwstenen van een waarachtig democratische samenleving?

Vond je dit een boeiende blog? Lees meer en blijf op de hoogte door je aan te melden voor onze maandelijkse Blog Alert!

Ruben Boon is projectleider van Damiaan Vandaag, het Damiaanproject van de Nederlandse en Vlaamse tak van de Congregatie van de Heilige Harten, en inhoudelijk coördinator van het Damiaanmuseum in Tremelo, België.

#Tocqueville #pater #Damiaan #religie #geloof #bruggenbouwer #identiteit #dialoog #waarden #normen #medemens