Tocqueville en Hayek: vrijheid, je moet er maar in geloven

Datum bericht: 17 maart 2021

Door Niels de Leeuw

Een blog over Alexis de Tocqueville (1805-1859) en Friedrich A. Hayek (1899-1992) lijkt raar. Het staatkundige denken over de moderne democratie van de geboren aristocraat Tocqueville lijkt in schril contrast te staan met het zogenaamde neoliberalisme van de econoom en Nobelprijswinnaar Hayek. Zij hebben echter verrassende overeenkomsten. Hayek is zeker niet de laisser faire denker die sommige critici van hem maken. Hij wantrouwde overheidsingrijpen omdat hij vertrouwde in tradities.

Socialisme als weg naar slavernij

Hayek verdedigt in zijn klassieker The Road to Serfdom uit 1944 de stelling dat socialisme de weg naar slavernij is. Hij stelt dat socialisme een samenleving nastreeft waarin materiële gelijkheid en zekerheid wordt bereikt. Daartoe moet de samenleving als eenheid worden gezien waarin individuele mensen middel zijn tot dit economische doel. Hayek citeert Tocqueville juist op dit punt:

“Democracy extends the sphere of individual freedom, socialism restricts it. Democracy attaches all possible value to each man; socialism makes each man a mere agent, a mere number. Democracy and socialism have nothing in common but one word: equality. But notice the difference: while democracy seeks equality in liberty, socialism seeks equality in restraint and servitude.”1

Materialisme als vijand van vrijheid

Socialisme komt volgens Hayek voort uit de wens om te plannen. De wens om te plannen komt voort uit het streven naar zekerheid. Het streven naar zekerheid is vaak sterker dan de liefde voor de vrijheid. Zonder economische zekerheid vinden veel mensen het streven naar vrijheid waardeloos. Hayek stelt daar tegenover dat de prijs van vrijheid het opofferen van materiële zekerheid is. Als mensen niet tot dat offer bereid zijn, kan de staat onder het mom van het vergroten van zekerheid vrijheden steeds verder beperken. Hayek had deze gedachte ook direct kunnen citeren uit Tocqueville’s Het Ancien Regime en de Revolutie:

“De mensen uit de achttiende eeuw waren nauwelijks bekend met het soort hartstocht voor welbevinden dat de moeder van de onderwerping is…”.2

Niet de staat, maar traditie als primaat

Friedrich Hayek haalt ook in zijn latere boek The Constitution of Liberty (1960) Tocqueville in een eindnoot aan: ‘…want zij moeten weten dat men het rijk van de vrijheid niet kan stichten zonder dat van de zeden, en de zeden niet kan funderen zonder geloofsovertuigingen’.3 Een bescheiden verwijzing, maar in het hoofdstuk ‘Freedom, Reason and Tradition’ blijkt Hayek veel meer raakvlakken te hebben met Tocqueville.

Hayek bespreekt hier de paradox dat iedere succesvolle vrije samenleving altijd een samenleving is die op tradities is gebaseerd. Hij benoemt cultuur, religie en wetenschap als belangrijke tradities die waardevolle ervaringen doorgeven. Deze tradities zijn niet waardevol omdat vroegere generaties wijzer waren dan wij, maar omdat traditie een lange evolutie van succes en falen belichamen. Mensen belichamen die tradities waardoor deze zonder overheidsingrijpen succesvol kunnen (samen)werken in een vrije markt en conflicten kunnen oplossen in een vrije samenleving.


De menselijke rede is beperkt

In de visie van Hayek is de individuele rede alleen effectief wanneer deze voortbouwt op traditionele kennis van de beschaving waarin het individu leeft. Deze tradities dragen ervaringen over in gewoonten, conventies, taal en morele overtuigingen die het individu niet uit zijn eigen ervaringen kan halen.4 Tradities als belichaming van morele kennis moeten overgedragen worden om als bron te dienen voor individuele en collectieve oordeelsvorming. Hoe traag deze tradities zich soms ook ontwikkelen, alleen op die basis van verschillende tradities kunnen de individuele rede en de samenleving op een hoger plan komen. Dit idee van een geleidelijke morele evolutie staat in contrast met de aantrekkelijkheid van de revolutionaire rede van een beperkte groep mensen die stellen de volledige waarheid te kennen en te kunnen plannen om directe sociaaleconomische zekerheid te geven.

j-m-einar-_2AataLAEMk-unsplash

Foto: J.M. Einar op Unsplash

Het geloof in vrijheid is niet rationeel

Individuele vrijheid kan volgens Hayek alleen voortbestaan op basis van een moraal die tradities centraal stelt. Uiteindelijk moeten mensen echter geloven dat deze democratische vrijheidsmoraal op basis van traag ontwikkelende tradities altijd beter is dan beloftes van mensen die directe zekerheid en waarheid beloven. Waar ligt nu uiteindelijk de wortel van dit ogenschijnlijk zo inefficiënte en irrationele geloof in vrijheid?

Hayek spreekt op dit punt net als Tocqueville over de religieuze geest.5 Een geest van terughoudendheid in het geloof in de eigen rede om zelfstandig de gehele samenleving te kunnen begrijpen; een geloof dat de angst beteugelt om vrij te zijn; een geloof dat je als individu uiteindelijk bijdraagt aan een groter geheel. Hayek spiegelt hiermee de opvattingen van Tocqueville. In de woorden van Tocqueville klonk hetzelfde punt zo:

“Het verlangen naar vrijheid zelf. Vraagt u me niet om dit edele verlangen te ontleden, men moet het zelf ervaren. Dat gaat vanzelf bij mensen met een groot hart, die God heeft voorbereid om zich ervoor open te stellen”.6

Vond je dit een boeiende blog? Lees er meer en blijf op de hoogte door je aan te melden voor onze maandelijkse Blog Alert!


Niels de Leeuw is religiewetenschapper, publicist en docent levensbeschouwing en Global Perspectives in Den Bosch.

#Tocqueville #Hayek #liberalisme #neoliberalisme #liberaledemocratie #socialisme #vrijheid #gelijkheid #traditie #christendom #geloof

Voetnoten:

1. Friedrich Hayek (1944), The Road to Serfdom, Routledge: London 2001, p. 25.
2. Alexis de Tocqueville (1856), Het Ancien Régime en de Revolutie, Boom: Amsterdam 2019, p. 174.
3. Friedrich Hayek (1960), The Constitution of Liberty, Routledge: London 2006, p56,36. Weergave citaat vanuit het Engels in het Nederlands uit: Alexis de Tocqueville (1835 en 1840), Over de democratie in Amerika (integrale editie, vijfde druk), Lemniscaat: Rotterdam 2019, p. 28.
4. Friedrich Hayek (1960), The Constitution of Liberty, Routledge: London 1960, p. 23 & pp. 61-62.
5. Friedrich Hayek (1944), The Road to Serfdom, Routledge: London 2001, p. 210.
6. Alexis de Tocqueville (1856), Het Ancien Régime en de Revolutie, Boom: Amsterdam 2019, p. 228.