‘Wij zijn de tijden en de tijden veranderen door ons.’ Augustinus over matigheid en zorgvuldigheid

Datum bericht: 6 januari 2021

Door Paul van Geest

Kunnen wij als mensen onze relatie tot de natuur en met alles wat leeft opnieuw doordenken? In een wereld van goed en kwaad, prachtige natuur en gevaarlijke virussen, reflecteert hoogleraar Paul van Geest op deze (tijdloze?) vraag.

Een wrede natuur?

Van schrijver Maarten ’t Hart is de gevleugelde uitspraak: ‘Nog steeds krijg je van christenen regelmatig te horen dat de natuur zo wondermooi is en getuigt van Gods grootheid en goedheid. Ach, lieve mensen, de natuur is ronduit verschrikkelijk, de natuur is één groot lijden… Wat is er ‘zeer goed’ aan een schepping waarin de vreselijkste parasieten in mens en dier huizen…? Wat is er ‘zeer goed’ aan een schepping waarin alle organismen geterroriseerd worden door parasieten?’[i]

De woorden van Maarten ’t Hart lijken onweerlegbaar. Nu het coronavirus een ziekte veroorzaakt die de tijden verandert en ons in de tijden, zouden zij haast profetisch zijn geweest als hij na ‘de vreselijkste parasieten’ het woord ‘virussen’ had toegevoegd.

Augustinus en Cicero

Toch is met de woorden van Maarten ’t Hart niet alles gezegd. Oude filosofen weigerden de gedachte te aanvaarden dat de schepping alleen maar wreed en chaotisch is. Augustinus constateerde in een preek en in een korte verhandeling over Gods voorzienigheid dat een vlo excellent geleed is, een menselijk lichaam een prachtig systeem is en alles en allen een logische plaats in de orde van de schepping en de orde van de natuur hebben. Hij weigerde te geloven dat de schepping broddelwerk van een of andere gestoorde god was, zoals gnostici dachten, of dat alles toeval was. Maar tegelijk constateerde hij ook dat het leven in tijd en ruimte, het seculum, iets heel tragisch had: alles is hierin namelijk vergankelijk, veranderlijk en alles gaat uiteindelijk ten gronde.[i]

Voor Cicero en Augustinus vormden de schepping en de geschiedenis een weefsel (textura) waarin lelijke en mooie draden elkaar accentueerden, met dien verstande dat het de taak was van lelijke en slechte draden de goedheid en schoonheid van de rest des te beter te kunnen onderkennen.[i]Slechtheid is in hun idee nuttig en noodzakelijk om des te doorleefder dankbaar te zijn voor goedheid.

avenue-3464777_1280

En wij?

Is het niet tijd dat wij in de geest van Augustinus, onze relatie tot de natuur en met alles wat leeft mogelijk opnieuw doordenken? Hoe moeten wij ons verhouden tot de natuur waarvan wij als mensheid zelf onderdeel zijn? Hoe dragen wij bij aan een meer respectvolle omgang met alles wat leeft?

Lijden wij niet aan een onvermogen het stoïcijnse ne quid nimis- (niets te zeer-) principe in praktijk te brengen? Stoïcijnen benadrukten dat mensen niet gelukkig worden als zij iets ‘in extreme mate hebben’. Matigheid is een remedie tegen megalomanie. Maar ook een weg tot geluk. In zijn zelfhulpboekje Het gelukkige leven (!) schrijft Augustinus dat wie in extreme mate arm is, angst kent omdat hij of zij bang is om te weinig voedsel te hebben voor degenen voor wie gezorgd moet worden. Maar wie veel te rijk is kent ook een angst: namelijk de angst om het bezit te verliezen. De juiste maat in het hebben van bezit schenkt in zijn idee rust en innerlijk evenwicht: een rust en vrede die hebzucht op geen enkele wijze gaat brengen, ook omdat onmatigheid gepaard gaat met een steeds weer zoeken naar méér en dus met niet aflatende onrust en onvrede.[i]

Het wordt tijd om onszelf een reflexieve ruimte te gunnen waarin wij ons, in de geest van Augustinus en zijn opvatting van de ziel, bezinnen op de zorgvuldigheid en het respect waarmee wij alle levende wezens bejegenen. De relatie met alles wat leeft is veel wederkeriger dan wij in relatieve onnadenkendheid geneigd zijn aan te nemen.

Vond je dit een boeiende blog? Lees er meer en blijf op de hoogte door je aan te melden voor onze maandelijkse Blog Alert!

Paul van Geest is hoogleraar kerkgeschiedenis en geschiedenis van de theologie aan Tilburg University, en hoogleraar economie en theologisch denken aan de Erasmus Universiteit. Hij is ook gasthoogleraar aan de Katholieke Universiteit Leuven.

Het nieuwe boek 'Een nieuwe politieke formule: Ideeën voor staat en samenleving geïnspireerd door Alexis de Tocqueville' is nu uit! Bekijk het hier

#Tocqueville #Augustinus #matigheid #geluk #waardenennormen #schepping #natuur

Voetnoten:

[i] M. ’t Hart, Wie God verlaat heeft niets te vrezen. De Schrift betwist, Amsterdam, 1997, 7-8.

[ii] Augustinus, De Civitate Dei, boek XIX, passim.

[iii] Augustinus, sermo 360A; cf. A.-I. Bouton-Touboulic, L’ordre caché. La notion de l’ordre chez saint Augustin. Paris, 2004, 91-93

[iv] Augustinus, De beata vita IV. 25-28; cf. sermo 50.3.