Verslag: Expertisemeeting Waar waarden verbinden – Maatschappelijke vernieuwers

Datum bericht: 19 juli 2022

Op 30 juni 2022 vond de tweede editie plaats van de expertisemeeting Religie & Beleid in de Gravenzaal in het stadhuis van Haarlem, een vervolg op de geslaagde editie van 2019 in de Haagse Ridderzaal. De Expertisemeeting 2022 is een initiatief van de opleiding Religie en Beleid (FFTR -Radboud Universiteit) en is georganiseerd in samenwerking met de gemeente Haarlem. Het thema van de bijeenkomst was ‘Waar waarden verbinden – Maatschappelijke vernieuwers’.

De bijdragen van de sprekers stonden dan ook in het teken van maatschappelijke vernieuwing, met de vraag naar de betekenis daarvoor van waarden, vanuit academisch, maatschappelijk en publiek perspectief. Welke waarden spelen hier een rol of zouden in de nabije toekomst een grote rol moeten spelen? Hoe kunnen wij deze waarden zichtbaar maken en overtuigend praktiseren? Dergelijke vragen kwamen veelvuldig aan bod, waarbij een grote verscheidenheid aan richtingen werd geformuleerd door de sprekers. Dankzij ontmoeting en verbinding kunnen wij onszelf laten inspireren om de dialoog over waarden voort te blijven zetten.

Door Lennart Slagter

De opening van de bijeenkomst, tezamen met een korte introductie van de sprekers, werd verzorgd door Ignace de Haes, verbonden aan de FFTR van de Radboud Universiteit te Nijmegen. Vervolgens gaven Jos Wienen, burgemeester van Haarlem, en Heleen Murre-van den Berg, decaan van de Faculteit der Filosofie, Theologie en Religiewetenschappen van de Radboud Universiteit, het welkomstwoord.

Jos Wienen begon zijn bijdrage met de fascinerende historische achtergrond van het Haarlemse stadhuis en de Gravenzaal, waar de genodigden bijeen waren. Dit stadhuis is het oudste nog in gebruik zijnde stadhuis in Nederland, gebouwd in 1370. Het bestaat deels uit een voormalig klooster, dat ‘eigen gemaakt’ was ten tijde van de reformatie en bij het stadhuis gevoegd. De historische Gravenzaal was gedecoreerd met portretten van alle Hollandse graven én gravinnen. Tevens hingen er schilderijen die tot doel hadden de bestuurders te herinneren aan hun sterfelijkheid, ondanks hun hoogwaardige ambt. Het is duidelijk dat dit ‘memento mori’ in schril contrast staat met het hedendaagse ‘carpe diem’. Wienen vervolgde zijn bijdrage door hedendaagse maatschappelijke ontwikkelingen te bespreken. De overheid tracht crisis na crisis het hoofd te bieden, ogenschijnlijk zonder noemenswaardig succes. Dit staat volgens Wienen in verband met de neergang van een dominante denktrend, het neoliberalisme, waarbinnen de markt als oplossing voor maatschappelijke problemen werd gezien. Efficiënte en schaalvergroting, ter bevordering van economische meerwaarde, vormden hierin de voornaamste uitgangspunten. De overheid heeft hiermee haar rol als zelfstandige probleemoplosser verloren, terwijl belangrijke maatschappelijke organisaties, denk bijvoorbeeld aan sommige woningcorporaties, door schaalvergroting losgezongen zijn geraakt van hun sociale opdracht. Maar hoe geraken wij uit deze impasse? Wienen suggereert dat wij ons allereerst dienen te oriënteren op een breder pallet aan waarden die sturend zijn voor onze keuzes. Ook zou de overheid zich moeten opwerpen als coöperatieve partij, tezamen met het bedrijfsleven en bijvoorbeeld kerken. Dit zou ons in de richting kunnen sturen van een ‘waardenvolle’ samenleving, gericht op maatschappelijke- in plaats van louter economische meerwaarde, waarbij ontmoeting met de medemens centraal staat.

Hierna was het woord aan Heleen Murre-van den Berg. Zij benoemde allereerst dat de bijeenkomst een vervolg was op de succesvolle bijeenkomst in 2019 in de Haagse Ridderzaal. Ook deze dag werden er wederom vele expertises en daarmee vele perspectieven bijeengebracht in onze dialoog over waarden. Dit sluit aan bij de doelstellingen van de Faculteit der Filosofie, Theologie, en Religiewetenschappen. De samentrekking van al deze vakgebieden is uniek in Nederland en draagt bij aan een brede benadering van de rol van ‘waarden’ in onze huidige samenleving. Hoe gaan wij om met nieuwe technologische ontwikkelingen zoals artificial intelligence, of met de gevolgen van klimaatverandering? De achterliggende waarden in deze kwesties kunnen zowel materieel als immaterieel, verbindend als scheidend zijn. Daar waar waarden verbinden, mag deze verbinding daarentegen niet als vanzelfsprekend worden beschouwd. Het is onze taak om juist óók deze verbindingen te doordenken en zo, als universiteit, in nauw contact te blijven staan met de samenleving.

Waarom deze Expertisemeeting?

Sophie van Bijsterveld, verbonden aan de FFTR, presenteerde vervolgens haar keynote lezing ‘Een waarden-volle samenleving’, waarin het ‘waarom’ van deze bijeenkomst centraal stond. Het negatieve vrijheidsbegrip lijkt in de populaire cultuur geloofwaardigheid te hebben gekregen. Dit is de vrijheid om alles te mogen denken, zeggen en doen wat niet verboden is. Een dergelijk vrijheidsbegrip leunt zwaar op de vaststelling van afbakenende normen van bovenaf. Ook voor het oplossen van allerlei maatschappelijke vraagstukken wordt vooral naar de regelgevende overheid gekeken. Maar regels zijn vaak gebrekkig, lopen achter de feiten aan en vertonen lacunes. Dit leidt tot een almaar voortgaande vraag naar nieuwe, meer concrete regels. Een negatief vrijheidsbegrip en de bijbehorende regeldynamiek doet geen recht aan het feitelijk gedrag van mensen: mensen nemen immers verantwoordelijkheid voor hun eigen handelen en leefwereld en zij zetten zich in voor anderen. Hierbij nemen zij niet enkel normen van bovenaf in acht, maar worden zij gedreven door waarden van binnenuit. Dit blijkt uit spontane uitingen van solidariteit en medeleven, en de veerkracht die mensen betonen bij grote maatschappelijke verandering zoals de Covid-19 pandemie. Deze bevindingen vragen dan ook om een ‘voller’ vrijheidsbegrip, vrijheid als vrij zijn van beperkingen lijkt niet te volstaan. Van Bijsterveld stelt vervolgens, geïnspireerd door Alexis de Tocqueville, dat het veeleer gaat om de ‘vrijheid het Goede te doen'. Juist deze gerichtheid op ‘het goede’, meer modern gezegd ‘het algemeen belang’, vraagt om een cultivering van gemeenschapszin. In politieke termen gaat het dan om vrijheid als zelfbestuur: het mede vormgeven aan de eigen leefwereld.

Dat lijkt vandaag de dag een grote uitdaging ten gevolge van de processen van individualisering en secularisering die onze samenleving heeft doorgemaakt. Toch blijkt de zoektocht naar sociale context en zingeving niet gestaakt te zijn. Immers, er heerst een alsmaar grotere behoefte om impliciete waarden expliciet te maken, om onze waarden te communiceren. Menig bedrijf heeft tegenwoordig een ‘wie wij zijn’- en ‘waar wij voor staan’-rubriek op zijn website. Ook snakken mensen naar de representatie van ‘het hogere’ in het publieke domein, in de woorden van Gabriël van den Brink. Mensen zijn immers waarden-gedreven, en juist het communiceren en zichtbaar maken van onderliggende waarden committeert ons aan bepaalde doelstellingen en handelingen vanuit een innerlijke motivatie. Waarden zijn verbindend maar ook verplichtend, en soms bikkelhard.

Het communiceren van waarden kan natuurlijk ook tot conflict leiden. Maatschappelijke verdeeldheid organiseert zich doorgaans rondom bepaalde waarden die niet algemeen gedeeld worden. In onze massa-mediale samenleving wordt juist deze verdeeldheid uitvergroot. Deze wordt zelfs versterkt door de vorming van sociale bubbels. Ook dan blijken er tóch altijd gemeenschappelijk gedeelde waarden. Daarover de dialoog aangaan en laten zien waartoe de beoefening ervan kan leiden, is een doel van deze bijeenkomst. Ontmoeting en inspiratie staan daarbij centraal.

De grote spirituele voedingsbronnen van onze samenleving – de religies – kennen de kracht van rolmodellen. Zij kennen de betekenis van verhalen, de ‘stories we live by’. Zij weten dat ‘geloof’ niet alleen of niet zozeer een cognitieve grootheid uitdrukt (het Engelse ‘belief’), maar vooral een houding van vertrouwen (het Engelse ‘faith’) inhoudt. Geloof, in de betekenis van vertrouwen, is niet passief van aard, maar, zoals Karen Armstrong het ook uitdrukt, vooral ook een ‘praktische vaardigheid’; het vergt een houding van vertrouwen en de verbeelding van het mogelijke. Rolmodellen, vernieuwende verhalen en actief engagement zijn broodnodig. De Expertisemeeting wil een bijdrage leveren het zichtbaar maken hiervan en het in gesprek gaan hierover.

Bedrijfsleven

Het volgende programmaonderdeel betrof de presentaties van vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven. Deze sessie werd afgetrapt door Jenny Bruin, rechtsfilosoof en senior manager ESG public sector Pricewaterhouse Coopers (PwC). Daarna was Brigitte Paulissen aan het woord, oprichter van Beter Business.

Jenny Bruin poneerde allereerst de motie om voortaan inderdaad van de ‘Graven- én Gravinnenzaal’ te spreken, alvorens het onderzoek te presenteren dat zij had verricht binnen PwC. Binnen dit onderzoek stond de vraag ‘hoe waarden te waarderen’ centraal. Bedrijven zouden zich op meer moeten richten dan enkel economische waarden. Zij dienen ook sociale waarden mee te nemen in hun overwegingen. Hoe maak je als bedrijf deze sociale waarden inzichtelijk? En belangrijker nog, hoe laat je overtuigend zien dat je daadwerkelijk handelt in overeenstemming met deze waarden? PwC heeft een aantal ‘Sustainable Development Goals’ overgenomen van de Verenigde Naties om doelstellingen voor hun bedrijfsvoering te identificeren, doelstellingen die verder rijken dan louter financiële doelstellingen. Zo tracht PwC haar CO2 uitstoot te verlagen en in 2030 CO2-neutraal te zijn. Daarbij tracht PwC gendergelijkheid binnen haar organisatie te bevorderen. Concreet betekent dit het streven naar een 40% instroom van vrouwen in de top van de organisatie. Transparantie is hierbij het kernwoord. PwC rapporteert in haar jaarverslagen ook over ‘groene cijfers’ en andere sociale indicatoren. Zo wordt het percentage vrouwen in alle lagen van de organisatie gemeten, met daarbij de statistieken omtrent in- en uitstroom. Op deze manier worden sociale waarden meet- en zichtbaar. Ook stelt dit ons in staat ons handelen bij te sturen op basis van de waarden die wij nastreven. Ten slotte kunnen bedrijven, door zich publiekelijk te identificeren met waarden en de daaruit voortvloeiende doelstellingen, op hun sociale verantwoordelijkheid worden aangesproken.

Vervolgens maakte Brigitte Paulissen ons, tijdens haar lezing, bekend met het concept ‘troep-trimmen’. Tijdens haar trimrondjes ergerde Paulissen zich sterk aan zwerfafval dat zij aantrof op haar route, en dit vormde de inspiratie voor een groen initiatief, namelijk ‘troep-trimmen’. Hierbij ging zij samen met andere geënthousiasmeerde Haarlemmers op pad om te trimmen, maar hierbij werd ook het aanwezige zwerfafval opgeruimd. Dit is een mooi voorbeeld hoe persoonlijke frustratie kan worden omgezet in een maatschappelijk initiatief, en hoe deze frustratie ook gerust als moreel kompas gebruikt mag worden. Juist dan kan de verbittering omgezet worden in plezier binnen de context van een maatschappelijk initiatief. Paulissen verwijst hierbij naar haar christelijke achtergrond en naar het kruis; je bent niet zelf het middelpunt van je leven maar dient ook horizontaal opzij te kijken naar je medemens. Daarbij kan je op verticaal niveau de verbinding met God zoeken en christelijke waarden omarmen zoals naastenliefde en rentmeesterschap. Daarna vertelde Paulissen ons over het door haar opgezette initiatief Beter Business, een samenwerkingsplatform voor inmiddels meer dan 90 bedrijven. Dit platform brengt bedrijven bijeen om zo samenwerking te organiseren, gezamenlijke doelstellingen en breed gedragen oplossingen voor problemen te formuleren. Juist in de overgang richting een circulaire economie, wordt het namelijk steeds belangrijker om bedrijven succesvol te laten samenwerken vanuit gedeelde waarden zoals het eerder genoemde rentmeesterschap. Hoewel het middeleeuwse beroep ‘ketellapper’ reeds is uitgestorven, lijkt de behoefte aan ‘ketenlappers’ vandaag de dag groter dan ooit tevoren. Juist hierin kunnen verbindende waarden een grote rol spelen en als moreel kompas dienen.

Maatschappelijke organisaties

Hierna was het de beurt aan sprekers uit het maatschappelijk veld. Dit gedeelte van de bijeenkomst werd afgetrapt door Joost van den Bogert, pastoraal manager van Stem in de Stad. Daarna volgden de bijdragen van Tom de Haan, stadsdominee van de St. Bavokerk te Haarlem, en Okrah Donkor, oprichter van het initiatief Triple Threat.

Joost van den Bogert begon zijn bijdrage met een door hem (indirect) opgevangen quote: “Daklozen, die zijn hier toch helemaal niet?” De quote is illustratief voor de onwetend van vele mensen over wat zich ‘onderaan de samenleving’ afspeelt. Het initiatief Stem in de Stad probeert er juist voor deze mensen te zijn door de mogelijkheid te bieden een laagdrempelig gesprek aan te gaan met vrije inloop, maar ook door bijvoorbeeld eet- en zorgvoorzieningen te faciliteren. Hierbij wordt gekozen voor de presentiebenadering: mensen worden benaderd  in hun concrete individualiteit en in de noden die zij ervaren, zonder hen te reduceren tot bijvoorbeeld hun medische situatie of asielstatus. Ook wil Stem in de Stad de mensen niet veroordelen omdat zij misschien een paar keer de ‘verkeerde keuzes’ hebben gemaakt in hun leven. Dit laatste is een al te gebruikelijke respons in onze samenleving, gebaseerd op een onderscheid in het liberale gedachtengoed tussen ‘option luck’ en ‘brute luck’, zoals uitgewerkt door Ronald Dworkin. Wanneer een uitkomst het gevolg is van brute pech komen mensen in aanmerking voor hulp, maar voor de eigen ‘rationeel’ genomen keuzes dienen mensen in die visie zelf de gevolgen te dragen. Stem in de Stad wil daarentegen het goede leven mogelijk maken voor ieder mens. Hiervoor is het noodzakelijk dat wij uit onze welgestelde bubbels stappen en zonder enige vooringenomenheid onze ogen openhouden voor de noden van onze medemens. Juist deze waarden brengt Stem in de Stad in de praktijk.

Hierna was het woord aan Ton de Haan. Hij haakte aan op de presentatie van zijn voorganger, en merkte op dat de afgunst die sommige mensen voelen wanneer sociale projecten voor minderbedeelden worden opgezet, voortkomt uit angst; angst de eigen welvaart niet door te kunnen geven aan de kinderen. Mensen lijken het vertrouwen te zijn kwijtgeraakt en denken vooral vanuit hun eigen positie, zij zijn het oog voor hun medemens verloren. Het is een bijzonder lastige opgave dit vertrouwen weer te herstellen. Toch wil De Haan ons wijzen op enkele mogelijkheden, voortvloeiend uit een nieuwe benadering van ‘geloof’. Hij laat zich hierbij inspireren door Paulus, die zei: Ons resten geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de grootste daarvan is liefde (1 Korintiërs 13:13). Vandaag de dag heeft ‘geloof’ vooral een cognitieve lading als een bepaalde, afgebakende verzameling overtuigingen, terwijl liefde en hoop verwijzen naar een affectieve dimensie. Juist deze cognitieve benadering van geloof stelt ons voor een binair onderscheid tussen ‘gelovig’ en ‘niet-gelovig’. De Haan wijst ons er echter op dat het Griekse woord voor geloof óók werd vertaald als vertrouwen, en hiermee wel degelijk een affectieve dimensie kent. Juist vanuit geloof als vertrouwen kan worden gebouwd aan een betere samenleving, zonder verdeeldheid te veroorzaken. Het vraagt moed om te vertrouwen, vooral in deze tijd waarin wantrouwen de boventoon voert. Het kweken van vertrouwen is een opdracht die tijd vergt. Allereerst zou het binaire onderscheid tussen gelovig en niet-gelovig moeten vervagen, hier licht een opdracht voor de kerk. Daarnaast zou een meer transparante besluitvorming een goede stap zijn om het vertrouwen in en binnen de samenleving te herstellen.

De laatste spreker uit het maatschappelijk veld was Okrah Donkor, oprichter van het initiatief Triple Threat. Okrah groeide op in de Haarlemse wijk Schalkwijk. Hij zag dat veel jongeren hier niet in contact stonden met ‘het systeem’, en er zelfs een wantrouwen tegen voelden. Hierdoor zien zij geen perspectief en lijken veel toekomstige beroepen buiten bereik te liggen. Het initiatief Triple Threat is juist op deze jongeren gericht, door hen aan het woord te laten en  door hun passies te laten ontdekken en ontwikkelen. Op deze manier kan het narratief, ‘the stories we live by’, over en binnen deze wijken in positieve zin veranderen. De grote diversiteit van een wijk als Schalkwijk wordt juist in een dergelijk initiatief zichtbaar, meer dan in de eenvormige regeltjes die een overheid kan formuleren en die ‘het systeem’ vormen. Door de daadwerkelijk bestaande veelheid aan perspectieven te omarmen en deze als gelijkwaardig te beschouwen, faciliteert Triple Threat verandering van binnenuit. Een verandering waar jongeren zich uit eigen motivatie bij aansluiten, juist omdat Triple Threat zich als een ‘sociaal merk’ weet te profileren en op informele grond de band met jongeren zoekt die zich anders onvoldoende gehoord voelen.

Overheid

De laatste sessie van de ochtend stond in het teken van de overheid. De sprekers die op het programma stonden waren Clement van het Klooster, voorheen onderzoeker bij Platform Overheid en nu senior beleidsmedewerker jeugd bij de gemeente Amstelveen, en Paul van Sasse van Ysselt, hoofd cluster grondrechten, directie constitutionele zaken en wetgeving, ministerie van binnenlandse zaken en koninkrijkrelaties en bijzonder hoogleraar recht en religie aan de faculteit Rechten van de Rijksuniversiteit Groningen. Laatstgenoemde kon om professionele redenen niet aanwezig zijn. Zijn inbreng is in samengevatte vorm desalniettemin aan dit verslag toegevoegd.

Clement van het Klooster stelde in zijn presentatie de aansturing op maatschappelijke waarden binnen de overheid centraal, specifiek binnen de jeugdzorg. Op dit punt zouden onderzoek en uitvoering nog veel van elkaar kunnen leren, al is er vaak beperkte ruimte om nieuwe initiatieven te implementeren. Van het Klooster gaf aan dat het soms als onderzoeker beter is om ‘van onderaf’ de beschikbare ruimte te benutten, in tegenstelling tot het geheel uitdokteren van een protocol ‘van bovenaf’. Dit laatste zou extreem tijdrovend zijn en zou opnieuw afstand creëren ten aanzien van onderliggende waarden. Van het Klooster probeert oplossingen aan te dragen voor een aantal grote problemen binnen de jeugdzorg in Nederland. De jeugdzorg bestaat namelijk uit een lange keten van verschillende organisaties. Elk van deze organisaties neemt slechts verantwoordelijkheid voor een klein stukje van de puzzel; een puzzel die doorgaans bestaat uit een complexe zorgvraag. Juist deze opdracht, de zorgvraag, raakt op een dergelijke wijze gemakkelijk uit het zicht. De communicatie tussen deze organisaties is ondertussen streng afgebakend door, bijvoorbeeld door de privacyregels van de AVG. Ondertussen heerst er een hoge werkdruk en is het meten van concrete resultaten lastig.  Juist een aanpak van onderaf, ‘naast mensen in de put gaan zitten’, zoals Van het Klooster het raak verwoordde, kan de onderliggende waarden weer in beeld brengen, hoezeer deze waarden ook met elkaar om voorrang kunnen strijden. Ook kan de communicatie tussen individuele zorgverleners directer worden ingericht binnen de kaders van de AVG. Je moet als professional vanzelfsprekend ‘binnen de lijntjes kleuren’, maar je kunt soms die lijntjes verleggen. Vraag jezelf als professional dan ook af wat er minimaal nodig is om een verbetering in het proces te bewerkstelligen, in plaats van grootse en meeslepende ingrepen van bovenaf te orkestreren. Gebruik daarbij vooral het eigen gevoel als moreel kompas. Juist overheidsorganisaties zouden zich responsief moeten opstellen ten opzichte van het moreel kompas van hun eigen professionals.

Paul van Sasse had ons in zijn bijdrage mee willen nemen in een discussie over grondrechten in relatie tot waardenverbinding. Om tot waardenverbinding of tot maatschappelijke vernieuwing te komen hoeft volgens Paul van Sasse geen beroep te worden gedaan op grondrechten bij de rechter. Vaak integendeel zelfs. Tussen droom en daad zitten wetten en regels maar al te vaak in de weg. Toch is de betekenis van grondrechten voor de realisering van waarden in onze samenleving van evident belang. We hoeven maar ons oor te luister te leggen bij mensen in de jeugdzorg, of te zien hoe de natuur en leefomgeving verschraalt en er onvoldoende woongelegenheid is. Ook hebben sommige overheidsdiensten en uitvoeringsorganisaties – of delen daarvan - te kampen (gehad) met ingebakken vooroordelen, denk hierbij aan de toeslagenaffaire. Wat hier mis gaat, is de realisering van bepaalde waarden die óók vertaling hebben gekregen in nationale en internationale grondrechten. De overheid moet deze rechten respecteren, beschermen en bevorderen. Grondrechten zijn de dobber waarop de overheid drijft, aldus Van Sasse. Die grondrechten hebben hun werking in de rechtspraktijk niet alleen via de rechter, maar zeker ook bij de voorbereiding van wetgeving en de uitvoering ervan, oftewel het bestuur. Grondrechten hebben zo het karakter van breed gedeelde waardeoriëntaties. Bewustwording daarvan is van belang. Zo schreef van Sasse onlangs nog een blog over de vraag of een ‘slimme stad (smart city)’ niet beter een verstandige stad kan zijn.

Afronding

Sophie van Bijsterveld sloot de bijeenkomst af, en wees ons op enkele raakvlakken tussen de sprekers. Veel van de sprekers zagen waarden als een middel om maatschappelijke tegenstellingen in het hier en nu te overbruggen. Zo sprak bijvoorbeeld Brigitte Paulissen over ‘ketenlappers’, stimuleerde Joost van den Bogert ons om ook buiten onze eigen bubbel naar onze medemens te kijken, wilde Tom de Haan de onvruchtbare scheidslijn tussen ‘gelovig’ en ‘niet-gelovig’ overbruggen en probeerde Clement van het Klooster de spanning tussen theorie en praktijk ‘van onderaf’ te lijf te gaan. Daarnaast kwamen waarden aan de orde als schakel tussen het heden, het verleden en de toekomst. Zij dragen zo bij aan ‘immateriële duurzaamheid’. De gerichtheid op duurzaamheid kwam sterk naar voren in de bijdrage van Jenny Bruin. Hedendaagse initiatieven zouden duurzaamheid moeten omarmen als gedeelde waarde, om zo de verantwoordelijkheid en het rentmeesterschap voor de komende generaties te kunnen dragen. De term ‘duurzaamheid’ kreeg ook een immateriële invulling, in de vorm van maatschappelijke duurzaamheid. Het gaat hier om breed gedragen initiatieven, waarin zorg voor de medemens en de leefomgeving centraal staat. Juist met deze medemens kunnen wij, als individuen, ons laten meenemen in maatschappelijke projecten vanuit gedeelde waarden. Ook deze dimensie kwam in de uiteenlopende bijdragen naar voren. Tenslotte spelen waarden een verbindende rol in het avontuur van participatie zelf, in de vorm van een gemeenschappelijk gedragen engagement om tot maatschappelijke vernieuwing te komen. De bijdragen van vandaag hebben dergelijke vernieuwing zichtbaar gemaakt. De nooit afgeronde dialoog over waarden is hierbij van fundamenteel belang en is vaak het beginpunt van waardenvolle ontmoetingen. Het is dus van belang de dialoog hierover voort te zetten.

Lennart Slagter is masterstudent Filosofie van de Natuur- en Levenswetenschappen en Politicologie aan de Radboud Universiteit. Daarbij was hij in 2020 als stagiair betrokken bij het project Tocqueville, Religie en Democratie.