Wat houdt burgerschap in Nederland in?

In Nederland is het begrip burgerschap zeer zwak ontwikkeld. Eén van de oorzaken daarvan is dat de opkomst van de Nederlandse democratie hand in hand liep met de opkomst van de verzuiling. Nederlanders waren lange tijd vooral op hun eigen ‘zuil’ gericht en die zuilen waren bepaald door een combinatie van geloofsrichting en politieke voorkeur. Zuilen hadden niet alleen een politieke vertaling naar bijbehorende politieke partijen, maar waren ook een maatschappelijk organisatieprincipe: ook kranten en de media, werkgevers- en werknemersorganisaties, sport- en vrijetijdsclubs waren verzuild. Ook andere factoren werkten niet mee aan de ontwikkeling van een idee van burgerschap: de traditioneel sterke identificatie met de eigen provincie, de twee wereldoorlogen die in de eerste helft van de vorige eeuw een te sterke oriëntatie op de nationale staat verdacht maakten en in de tweede helft van de vorige eeuw de opkomst van de EU.

Inmiddels is de samenleving sterk ontzuild en is het besef gegroeid dat in een democratie die nationaal is georganiseerd ook ‘iets’ van burgerschap van belang is. Ook integratie van nieuwkomers in de Nederlandse samenleving dwingt ons na te denken over het begrip burgerschap. Scholen zijn sinds enkele jaren zelfs verplicht om aandacht aan burgerschap te besteden. Maar: weten wij nu eigenlijk wel wat daarmee bedoeld wordt? De onderwijsinspectie vindt burgerschapsonderwijs ‘belangrijk en urgent’, maar constateert tegelijkertijd dat dit onderwijs ‘weinig planmatig en doelgericht’ is en dat ‘in de resultaten … weinig inzicht’ bestaat.

Hoe kunnen of moeten wij op een moderne manier over burgerschap nadenken? Lees verder