Waarom Tocqueville?

Het hele werk van Tocqueville is doortrokken van het besef van het belang van het christelijk geloof voor de democratie. Hij zag dat het geloof doorwerkt in de beleving van vrijheid, gelijkheid, instituties, burgerschap, waarden en normen of de plaats van welzijn, geluk en eigenbelang in een democratie - allemaal essentiële begrippen in een democratie.

In de ontstaansgeschiedenis van Amerika zag hij de voedingsbodem voor deze vruchtbare wisselwerking tussen geloof en democratie – en dat terwijl in Amerika kerk en staat scherp gescheiden waren. Tocqueville zag ook dat deze vruchtbare wisselwerking bevorderd werd door de opstelling van kerken en geestelijken. Eén van de belangrijke kenmerken van die opstelling was dat zij zich beperkten tot hun ‘core business’, dat zij ‘meebewogen’ met de tijdgeest en niet ten principale de alledaagse menselijke strevingen en geneugten veroordeelden. Door zich op te stellen zoals zij deden, verzwakten zij niet hun plaats in de harten van de mensen, maar versterkten die juist.

Tocqueville zag ook dat mensen in een democratie gevoelig zijn of kunnen zijn voor secularisering en ‘pantheïsme’; de ene geboren uit een onverschilligheid en de ander uit een houding om allerlei religieuze denkbeelden tot één samen te smeden. In moderne vorm komen wij deze verschijnselen ook tegen.