Zoek in de site...

Alle edities: Abraham de aartsvader

Datum bericht: 1 mei 2013

De Universiteitsbibliotheek bezit een grote collectie internationale oude letterkunde. “Oud” betekent hier van de 15e tot en met de 19e eeuw. Binnen die grote bijzondere collectie zijn verschillende deelcollecties systematisch te ontsluiten. Voorbeelden van reeds ontsloten deelcollecties zijn de Vondeldrukken en de Achttiende-eeuwse Nederlandse toneelstukken. Ook hier valt nog heel veel werk te verrichten, want op het diepst ontsloten niveau, kom je dan soms wel iets heel bijzonders tegen.

Veertien edities

Zo blijkt de UB alle edities te bezitten van het Bijbels heldendicht Abraham de aartsvader van de Vlaardingense dichter Arnold Hoogvliet (1687-1763). De eerste druk (afb.1) verscheen in 1728. De laatste in 1841 bij de belangrijke Nijmeegse drukker G.J. Thieme. In totaal gaat het om veertien edities, waarbinnen de drukvermelding overigens niet gelijk loopt.

Toeval

Dat de UB een set van alle drukken van één werk bezit, is toeval. De UB is er immers niet op uit om alle drukken van alle werken te bemachtigen. Al kan men zich, binnen de oude drukken, wel enkele uitzonderingen voorstellen. Een volledige set van Hugo de Groots Inleydinge tot de Hollandsche regts-geleertheyt zou vanwege het historische belang geen overbodige luxe zijn, ook al bezit de UB er al 18 verschillende edities van!

Alle edities: Abraham de aartsvader

Gravures

De aanwezigheid van verschillende drukken vergemakkelijkt de tekstvergelijking. Maar Abraham de aartsvader is een boek met veel meer onderzoeksthema’s dan alleen de tekst. Bijna elke druk bevat naast een titelgravure en een gegraveerd titelblad ook het gegraveerde wapen van de Schiedamse burgemeester Johan van der Heim (1680-1735) en twaalf schitterende gravures over het leven van Abraham (afb.2: Abraham offert zijn zoon Izaak). Zes kunstenaars werkten mee aan deze illustraties. Kunsthistorici kunnen zo niet alleen de stijl bestuderen, maar ook de kwaliteit van de gravures in de verschillende drukken.

Interessant is dat vrijwel elk exemplaar voorzien is van de twaalf tekstgravures, die pas in de periode 1743-1745 zijn vervaardigd. Dus ook de eerste vier drukken (1728, 1729, 1736 en 1744). Daarnaast biedt de datering van de gravures een blik in de werkplaats van de beroemde Amsterdamse graveerder Jan Punt (1711-1779), die kennelijk twee tot drie jaar nodig had om, tussen al zijn andere opdrachten door, deze twaalf illustraties te graveren.

Drempeldichters

Het boek wordt, geheel volgens de mode van de 18e eeuw, in het voorwerk begeleid door twaalf lofdichters, waarvan één Arnold Hoogvliet zelfs hoger achtte dan Homerus. En dan blijkt een extra exemplaar nóg interessanter omdat een tijdgenoot de drempeldichters van komisch maar scherp commentaar heeft voorzien: “Die arme Homerus! Wat moet hij het misgelden!” Dit exemplaar van de 3e druk uit 1736 is gesigneerd door de Rotterdamse drukker/boekverkoper, Jan Daniël Beman, die zo hoopte op te treden tegen roofdrukken zoals de illegale 3e druk uit 1734 die in Haarlem bij Johannes Marshoorn verscheen. Die Haarlemse roofdruk is overigens ook van belang vanwege een toegevoegd gedicht over het Hooglied, door Tieleman van Bracht (1625-1664) dat in geen enkele andere editie voorkomt.

Nijmeegse uitgeversband

Behalve tekst, gravures, illustratoren en lofdichters kunnen ook de zestien verschillende boekbanden worden bestudeerd. Van de 1e druk in een fraaie goud bestempelde kalfsleren boekband met stroommarmering en kapitaalbandjes in rood en wit tot de eenvoudige 19e-eeuwse uitgeversband die vermoedelijk in Nijmegen gebonden is.

Alle edities: Abraham de aartsvader

Herkomsten

Ook de herkomsten kunnen van belang zijn: uit welke lagen van de bevolking stammen de 18e-eeuwse kopers van dit Bijbels heldendicht? Welke kochten een luxe exemplaar (de UB bezit vijf exemplaren op “groot papier”) en welke boekband kozen zij voor hun aanwinst?
Acht van de drukken zijn aan de UB geschonken. Het eerste exemplaar, tevens de 1e druk, stamt uit de schenking van de Rotterdammer J.A. van Waardenburg. Drie exemplaren zijn verworven door aankoop. Van de overige is de herkomst onbekend. Een van de aangekochte exemplaren was vroeger in het bezit van Anna Catharina Rumpf (1725-1796), douairière Du Tour van Warmenhuijsen, die het weer schonk aan haar kleinzoon Jan Harmen Sigismund Maurits baron van Nagell van Ouden en Nieuwen Ampsen (1780-1832). Maar de leukste blijft natuurlijk het exemplaar dat de auteur aan de onbekende L.T.K.H. schonk (afb.3), waardoor de UB ook een autograaf van Arnold Hoogvliet bezit.

Portretten

Deze complete set van edities bevat zeven portretten van Arnold Hoogvliet (afb.4) van de Amsterdamse graveur Jacob Houbraken (1698-1780) die Hoogvliets konterfeitsel graveerde naar een schilderij door de Rotterdammer Dionijs van Nijmegen (1705-1798).

Vragen

Er resteren nog aardig wat vragen voor studenten en onderzoekers. Waarom is bijvoorbeeld het titelblad van de legale 3e druk (1736) in beide aanwezige exemplaren een cancellandum? Heeft dat te maken met de roofdruk uit 1734? Waarom is de 7e druk een titeluitgave van de 6e druk? Zakte de verkoop in de jaren zestig van de 18e eeuw in? Waarom is in de 9e druk (1776) de gravure van het burgemeesterswapen wel gesigneerd (door graveerder Jan Punt) en voordien in geen enkele druk? Wie is de komische maar scherpe criticus in de 3e druk? Wat is het verschil in prijs tussen de luxe editie op groot papier met alle illustraties en de goedkope editie op gewoon papier en zonder illustraties? Waarom zijn er van de roofdruk slechts twee exemplaren bekend (de ene in onze UB, de andere in de UB Amsterdam). Waarom is de titelgravure vanaf de 6e druk niet meer van Frans van Bleyswyck (1671-1746) maar van Simon Fokke (1712-1784)? Waarom worden er vanaf de 6e druk zes extra drempeldichten toegevoegd, waaronder een van de beroemde Pieter Langendijk (1683-1756)? Genoeg werk aan de winkel.

Update

Inmiddels (28-02-2017) bezit de UB zelfs vijftien edities van Abraham de Aartsvader (1728, 1729, 1734, 1736, 1744, 1746, 1754, twee verschillende edities uit 1762, 1766, 1776, 1780, 1788, 1792 en 1841).

Robert Arpots, conservator